Dr. R.P. Mees R.Azn.

R.P. Mees
bron: Onze Afgevaardigden

Invloedrijk liberaal Tweede Kamerlid uit een Rotterdamse familie van bankiers. Had echter niet de ambitie en geldingsdrang om minister te worden en weigerde in 1897 een opdracht tot kabinetsformatie. Vertegenwoordigde ruim dertig jaar in de Tweede Kamer de Rotterdamse handelsbelangen. Geen spreker voor de tribune, maar ondanks een zwak stemgeluid had hij steeds het gehoor van zijn medeleden. Werd ook geacht door politieke tegenstanders. Deskundig op fiscaal en financieel gebied, met een wetenschappelijke, filosofische inslag.

liberaal, oud- of vrije liberalen
functie(s) in de periode 1873-1905: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Rudolf Pieter

titulatuur en naam

Dr. R.P. Mees R.Azn. Rudolf Pieter

wijziging in naam en/of titulatuur

  • R.P. Mees R.Azn., van 5 juli 1834 tot 22 juni 1886 (tot aan hem een eredoctoraat werd verleend)
  • Dr. R.P. Mees R.Azn., vanaf 22 juni 1886

opmerkingen over de naam en/of titel

  • Zijn roepnaam was Piet
  • R.Azn. staat voor Rudolf Adriaanszoon

geboorteplaats en -datum

Rotterdam, 5 juli 1834

overlijdensplaats en -datum

Rotterdam, 4 juni 1915

levensbeschouwing

Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • (oud-)liberaal
  • anti-Takkiaan, 1894

Hoofdfuncties/beroepen

  • firmant, bankiershuis "R. Mees en Zoonen" te Rotterdam, omstreeks 1860 tot 1902
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 oktober 1873 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Rotterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Rotterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Rotterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Rotterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Rotterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 21 september 1897 (voor het kiesdistrict Rotterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 maart 1898 tot 19 september 1905 (voor het kiesdistrict Rotterdam IV)

Partijpolitieke functies

overzicht

  • lid bureau liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, vanaf maart 1886

Nevenfuncties

  • lid commissie uitvoering aanleg drinkwaterleiding te Rotterdam, vanaf september 1865
  • ldi Commissie voor Burgerlijk Armbestuur te Rotterdam, vanaf augustus 1869
  • lid college van regenten Gevangenissen te Rotterdam, vanaf 26 september 1872
  • directeur Onderling Krediet te Rotterdam (omstreeks 1868, enkele maanden)
  • lid bestuur Vereeniging "De Ambachtsschool" te Rotterdam, tot juni 1906

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid parlementaire enquêtecommissie exploitatie van de Nederlandse Spoorwegen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 juni 1881 tot 23 mei 1884
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1890 tot september 1890
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk X (Koloniën) 1892 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1893 tot januari 1894
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1894 tot september 1894
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1895 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1895 tot september 1895
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1896 tot mei 1896
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1903 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)

Opleiding

academische studie

  • theologie (niet voltooid), Hogeschool te Utrecht, vanaf 1853

eredoctoraten

  • staatswetenschappen, Rijksuniversiteit Utrecht, 22 juni 1886 (t.g.v. het 250-jarig bestaan)

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer onder meer over financiële en economische onderwerpen, waterstaatsaangelegenheden (spoorwegen, scheepvaart) en over onderwijs

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1889 tot de minderheid van 17 liberalen die vóór de wijziging van de Lager-onderwijswet van het kabinet-Mackay stemde

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Stelde zich in 1905 niet opnieuw kandidaat, na een hem in 1904 overkomen ongeval

uit de privésfeer

  • Moest zijn studie vanwege gezondheidsproblemen afbreken
  • Woonde vanwege zijn gezondheid enige jaren in het buitenland
  • Kreeg later te maken met een beperkt gezichtsvermogen. In november 1904 werd hij door een heupbreuk na een val uitgeschakeld.
  • Zijn vader was lid van Provinciale Staten van Zuid-Holland
  • Een broer van hem was president van De Nederlandsche Bank

verkiezingen

  • Versloeg in 1873 bij een tussentijdse verkiezing in het district Rotterdam L.W.Ch. Keuchenius (a.r.)
  • Versloeg in 1875 J.G. de Bruijn (rk) en B.J. Lintelo baron de Geer van Jutphaas (a.r.)
  • Versloeg in 1879 W.H. Jansen en P.J.F. Vermeulen (rk)
  • Versloeg in 1883 W.H. Jansen (rk) en L.W.Ch. Keuchenius, jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland en T.C.L. Wijnmaalen (allen a.r.)
  • Werd in 1884, 1886, 1887, 1888 en 1891 in de eerste stemmingsronde gekozen, met tussen de 60 en 67 procent van de stemmen
  • Werd in 1894 in de eerste stemmingsronde gekozen, met bijna 70 procent van de stemmen. Niet-gekozen tegenstanders waren onder anderen de Takkianen P.R. Mees, J.M. Pijnacker Hordijk, J.A. van Gilse, H. Goeman Borgesius en E.E. van Raalte.
  • Werd in 1897 in het district Rotterdam I na herstemming verslagen door J.Th. de Visser (c.h.) met 1460 tegen 1298 stemmen
  • Versloeg in 1898 bij een tussentijdse verkiezing in het district Rotterdam IV na herstemming jhr. T.A.J. van Asch van Wijck (a.r.)
  • Versloeg in 1901 Mr. D.P.D. Fabius (arp) na herstemming
  • Was in 1905 geen kandidaat meer

niet-aanvaarde politieke functies

  • kabinetsformateur, 5 juli 1897 (geweigerd in verband met zijn gezondheid)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen

Kamerpiet (ter onderscheiding van zijn neef 'beurspiet')

woonplaats(en)/adres(sen)

Rotterdam

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 december 1887
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1898

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Historisch Genootschap te Utrecht

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "Opmerkingen over de vorming van den aard onzer kennis" (1895)
  • "De mechanische verklaring der levensverschijnselen" (1899)
  • "Wetenschappelijke karakterkennis" (1907)
  • artikelen in "De Gids"

literatuur/documentatie

  • W.C. Mees, "Man van daad: Mr. Marten Mees en de opkomst van Rotterdam" (Rotterdam, 1946)
  • Lavater jr., "Politieke Photografien van de aftredende leden der Tweede Kamer" (1879)
  • Mr. Antonio, "Dr. Mees", Parlementaire Portretten, Nieuwe Reeks XIII, De Telegraaf, 2 maart 1901
  • Nieuwe Rotterdamsche Courant, 4 juni 1914
  • Onze Afgevaardigden, 1901
  • Ned. Patriciaat, 1983

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

ongehuwd

vader

Mr. R.A. Mees, Rudolf Adriaan

geboorteplaats en/of -datum

Rotterdam, 5 juli 1789

beroep vader

bankier (lid bankiersfirma R. Mees en Zoonen)

moeder

M.A. van Marken, Margaretha Agatha

geboorteplaats en/of -datum

Hoorn, 4 november 1802

broers en zusters

9 broers en 5 zusters

beroep grootvader (vaderskant)

bankier

beroep grootvader (moederskant)

predikant

familierelaties