Mr. W.F. de Gaay Fortman

foto Mr. W.F. de Gaay Fortmanvergrootglas Gezaghebbende progressieve ARP- en CDA-politicus. Was ambtenaar, secretaris van de rijksbemiddelaars en docent aan de CNV-kaderschool en werd later hoogleraar aan de VU. In 1956 zonder succes formateur tijdens de lange kabinetsformatie van dat jaar. Wist in 1960, het jaar waarin hij ook senator was geworden, echter snel een kabinetscrisis op te lossen. Liet zich in 1973 samen met Boersma overhalen minister te worden in het kabinet-Den Uyl. Had een goede band met de ex-gereformeerde Den Uyl. Als minister een relativerende, vaderlijke figuur. Speelde een belangrijke rol bij de onafhankelijkheid van Suriname en kwam met een plan om Nederland op te delen in 24 provincies. Was in 1981 nog eens als informateur betrokken bij een formatie en wist de weg te openen voor een kabinet van CDA, PvdA en D66. Tot op hoge leeftijd kritisch volger van het CDA.

ARP, CDA
in de periode 1960-1981: lid Eerste Kamer, fractievoorzitter EK, minister, viceminister-president, lid Europees Parlement (vóór 1979)

voornamen

Wilhelm Friedrich

personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 8 mei 1911

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 29 maart 1997

levensbeschouwing
Gereformeerd

opmerkingen over de naam en/of titel
  • Werd in zijn jeugd "Willy" genoemd 
  • Had als koosnaam "Gaius" 
  • Was gepromoveerd, maar voerde de doctorstitel niet 

partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), van 1934 tot 11 oktober 1980 
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980 

partij waarop werd gestemd
GPV, mei 1994

hoofdfuncties

  • ambtenaar Landbouwcrisisbureau, ministerie van Economische Zaken, van 1 september 1934 tot 1 februari 1938 
  • ambtenaar afdeling Arbeidsverzekering (rang: hoofdcommies, vanaf 1 januari 1942 referendaris), ministerie van Sociale Zaken, van 1 februari 1938 tot 1945 
  • hoofd afdeling arbeidsverhoudingen (rang: administrateur), ministerie van Sociale Zaken, van 1945 tot mei 1947 
  • hoogleraar privaatrecht en arbeidsrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 30 mei 1947 tot 11 mei 1973 (benoemd in januari 1947, afscheidscollege in 1977) 
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1960 tot 11 mei 1973 
  • rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 19 september 1962 tot 18 september 1963 
  • rector magnificus Vrije Universiteit te Amsterdam, van 22 september 1965 tot 4 september 1972 
  • fractievoorzitter ARP Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 11 mei 1973 
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 
  • minister belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand, van 11 mei 1973 tot 25 november 1975 
  • minister belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand, van 25 november 1975 tot 19 december 1977 
  • minister van Justitie en viceminister-president, van 8 september 1977 tot 19 december 1977 (na het aftreden van Van Agt) 
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1977 tot 10 juni 1981 
  • lid Europees Parlement, van 13 maart 1978 tot 15 juli 1979 (aangewezen door de Staten-Generaal) 
  • hoogleraar privaatrecht en arbeidsrecht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van 19 december 1977 tot 10 februari 1979 

partijpolitieke functies

  • voorzitter College van Advies ARP, van 7 oktober 1958 tot juni 1963 
  • adviserend lid Centraal Comité van de ARP, van 23 maart 1963 tot mei 1973 
  • vicefractievoorzitter CDA Eerste Kamer der Staten-Generaal, van juli 1980 tot juni 1981 

nevenfuncties

  • adjunct-secretaris College van Rijksbemiddelaars, van 1938 tot 1942 
  • adjunct-secretaris Algemene Armencommissie (tijdens de bezetting) 
  • lid redactie (illegale) blad "Vrij Nederland", van 1943 tot augustus 1947 
  • secretaris College van Rijksbemiddelaars, van 1945 tot 1947 
  • lid commissie inzake PBO (commissie-Van de Ven), van 24 januari 1947 tot 1 maart 1948 
  • lid Staatscommissie inzake herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving, van 3 december 1947 tot mei 1973 
  • organisator en voozitter Christelijk-Sociale Conferentie, van 1948 tot 1952 
  • rector en docent, kaderschool CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van januari 1948 tot 1972 
  • kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1950 tot september 1960 
  • kroonlid SVr (Sociale-Verzekeringsraad), vanaf 6 november 1952 
  • docent ISS (Institute of Social Studies) (begin jaren '50) 
  • gedelegeerde bij de Algemene Vergaderingen van de Verenigde Naties (vanaf juli 1954 tot in 1956, steeds enkele maanden) 
  • lid Raad van Commissarissen bij diverse bedrijven 
  • lid redactieraad "Centraal Weekblad ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland", vanaf januari 1953 
  • secretaris redactie sociaal maandblad "Arbeid", omstreeks 1953 
  • lid NRWM (Nationale Raad Welzijn Militairen), omstreeks 1953 
  • kamerheer in buitengewone dienst van H.M. de Koningin, van 1 juli 1955 tot 11 mei 1973 
  • kabinetsformateur, van 22 augustus 1956 tot 14 september 1956 
  • lid commissie van onderzoek wijziging rechtsvorm van de onderneming (commissie-Verdam), van april 1960 tot 1965 
  • informateur, van 27 december 1960 tot 2 januari 1961 
  • lid Raad van Bestuur ZWO (Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek), van 1960 tot 1973 
  • lid Adviesraad Burgerlijke Samenwerking, vanaf 1961 
  • voorzitter Prins Bernhardfonds, van juni 1961 tot november 1971 
  • lid redactie "De Strijdende Kerk", veertiendaags orgaan van de stichting Gemeente-toerusting, van 7 juli 1962 tot 20 maart 1965 
  • lid Raad van Beroep voor het Personeel der Koninklijke Hofhouding, vanaf 1 juli 1963 
  • lid Raad voor Ontwikkelingshulp, 1964 
  • lid Europese Commissie voor de rechten van de mens, van 1965 tot 1972 
  • voorzitter "Van Coeverden Adriani Stichting", van 1966 tot 1994 (bevorderen van bijzonder hoger- en voorbereidend hogeronderwijs in christelijke geest, meer bepaald op gereformeerde grondslag) 
  • lid (en lid dagelijkse raad) Academische Raad, omstreeks 1970 
  • lid (dagelijks) bestuur STICUSA (Nederlandse Stichting voor Culturele Samenwerking met Suriname en de Nederlandse Antillen), omstreeks 1967 tot mei 1973 
  • voorzitter Koninkrijkscommissie inzake de staatkundige verhoudingen tussen Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen, van 12 januari 1972 tot mei 1973 (voorzitter Nederlandse sectie) 
  • voorzitter Raad voor het ZWO (Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek), van 1978 tot 1 december 1984 
  • informateur, van 20 augustus 1981 tot 2 september 1981 

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter bijzondere commissie inzake de nota van de minister van Justitie betreffende de zgn. schrootaffaire (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 3 juli 1962 tot mei 1963 
  • voorzitter commissie van rapporteurs voor Algemene Zaken en Hoge Colleges van Staat (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 13 oktober 1967 tot 12 december 1967 
  • tweede ondervoorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 12 december 1967 tot 11 mei 1973 
  • voorzitter vaste commissie voor Algemene Zaken en het Huis der Koningin (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 12 december 1967 tot 11 mei 1973 
  • voorzitter bijzondere commissie voor de herziening van het Burgerlijk Wetboek (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 23 september 1969 tot 11 mei 1971 
  • voorzitter vaste commissie voor Justitie (Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 5 oktober 1977 tot 10 juni 1981 
  • voorzitter vaste commissie voor Algemene Zaken en het Huis der Koningin (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 23 september 1980 tot 10 juni 1981 
  • voorzitter gemeenschappelijke commissie voor het voorbereidend onderzoek van de wetsvoorstellen inzake het regentschap en de voogdij (Verenigde Vergadering), van 6 mei 1981 tot 10 juni 1981 

opleiding

lager onderwijs
  • Chr. lagere school "Prinses Juliana" te Dordrecht, van september 1916 tot 1923 

voortgezet onderwijs
  • gymnasium-a, Openbaar Gymnasium te Dordrecht, van september 1923 tot september 1925 
  • gymnasium-a, "Gereformeerd Gymnasium" te Amsterdam, van september 1925 tot juli 1929 

academische studie
  • Nederlands recht, Vrije Universiteit te Amsterdam, van september 1929 tot 19 december 1932 

promotie
  • rechtsgeleerdheid, Vrije Universiteit te Amsterdam, 12 juni 1936 (cum laude) 

activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerder binnenlandse zaken, Koninkrijksaangelegenheden en sociale zaken van de ARP-Eerste Kamerfractie. Hield zich ook bezig met (hoger) onderwijs. 
  • Was woordvoerder justitie en binnenlandse zaken van de CDA-Eerste Kamerfractie 

opvallend stemgedrag
  • In 1962 stemden hij en Elfferich als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-Algemene Kinderbijslagwet, omdat hij bezwaren had tegen de administratieve lasten, tegen de premiebetaling door ongehuwden en kinderlozen en tegen de gekozen inkomensgrens 
  • Behoorde in 1963 tot de meerderheid van zijn fractie die vóór de ontwerp-Wet op het Voortgezet Onderwijs ('Mammoetwet') stemde 
  • In 1963 stemden hij en Diepenhorst als enigen van hun fractie tegen een wetsvoorstel waardoor aan economische hogescholen een juridische faculteit zou kunnen worden ingericht 
  • In 1967 stemden hij en Albeda als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-Omroepwet 
  • In 1968 stemden hij en Van Eeten als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-Woonwagenwet 
  • Stemde in 1968 als enige van zijn fractie tegen de ontwerp-Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer der Staten-Generaal 
  • Stemde in 1969 samen met drie PSP'ers tegen een wetsvoorstel tot verhoging van de onkostenvergoeding van Eerste Kamerleden 
  • Stemde in 1970 als enige van zijn fractie tegen een wetsvoorstel tot vereenvoudiging van de heffing van loon- en inkomstenbelasting 
  • In 1971 stemden hij en Elfferich bij de eerste lezing als enigen van hun fractie tegen het voorstel tot schrapping van het artikel over de bezoldiging van predikanten uit de Grondwet 
  • Behoorde in 1971 met De Koning en Elfferich tot de minderheid van zijn fractie die bij de eerste lezing tegen het voorstel stemde tot opneming in de Grondwet van bepalingen over het lidmaatschap van het Koninklijk Huis 
  • Behoorde in 1972 met Diepenhorst en Tjeerdsma tot de minderheid van zijn fractie die tegen het voorstel tot schrapping uit de Grondwet van het artikel over de bezoldiging van predikanten stemde 
  • Behoorde in 1978 tot de minderheid van zijn fractie die vóór het (door hem als minister ingediende) wetsvoorstel inzake gemeentelijke herindeling van oostelijk West-Friesland stemde 
  • In 1978 stemden hij en Elfferich als enigen van hun fractie vóór het wetsvoorstel Instelling van een Onderwijsplanbureau 
  • Behoorde in 1979 tot de minderheid van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel Herziening van de wet op de ondernemingsraden stemde 
  • Behoorde in 1980 tot de minderheid van zijn fractie die vóór de ontwerp-Sanctiewet stemde 
  • Stemde in 1981 als enige van zijn fractie bij de eerste lezing vóór het (verworpen) voorstel tot wijziging van de bepalingen over de verdediging in de Grondwet 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Bracht in 1974 de Nota inzake het Grondwetsherzieningsbeleid uit. Belangrijkste voorstellen daarin waren: rechtstreekse verkiezing van de formateur, invoering van een beperkt districtenstelsel (18 kieskringen), rechtstreekse verkiezing van de Eerste Kamer waarvan de zittingsduur vier jaar moest worden, en opneming van sociale grondrechten in de Grondwet. (12.944) 
  • Bracht in 1974 de Nota civiele verdediging uit. Taken van de Bescherming Burgerbevolking (BB) moesten worden overgenomen door samenwerkende brandweer- en politiekorpsen. Aangekondigd wordt dat het aantal BB-medewerkers met 30000 zou worden verminderd. Er werd uitgegaan van een rijksorganisatie voor de BB, maar de Tweede Kamer koos voor een regionale opzet. (13.107) 
  • Bracht in 1975 de Nota hulpverlening bij ongevallen en rampen uit. Hierin werd uiteengezet dat de organisatie van de bij rampenbestrijding betrokken diensten en de bevelvoering en coördinatie bij rampenbestrijding dringend verbetering behoefden. (13.263) 
  • Diende in 1975 het wetsvoorstel Wet Commissaris van onderzoek in. Zijn opvolger Wiegel bracht deze als Wet op de Nationale Ombudsman in 1980 in het Staatsblad. (14.178) 
  • Tijdens zijn ministerschap werd op 25 november 1975 Suriname onafhankelijk. Had een groot aandeel in de besprekingen die daaraan vooraf gingen. 
  • In 1976 verwierp de Tweede Kamer met 75 tegen 66 stemmen het door hem en minister Van Kemenade verdedigde voorstel in eerste lezing tot wijziging van de grondwettelijke onderwijsbepalingen (13.874) 
  • Diende in 1976 wetsvoorstellen in over de verdeling van Nederland in 24 provincies en over verschuiving van rijkstaken naar provincies (Wet Reorganisatie Binnenlands Bestuur). Deze voorstellen werden in 1983 door minister Rietkerk ingetrokken (14.322 & 14.323) 
  • Nam in 1977 met Van Agt het besluit tot gewapende actie tegen Molukse treinkapers bij De Punt 
  • Belangrijke benoemingen tijdens zijn ministerschap: Geertsema (VVD, Commissaris van de Koningin in Gelderland), Van der Harten (KVP, Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant), Schilthuis (PvdA, Commissaris van de Koningin in Drenthe), Boertien (ARP, Commissaris van de Koningin in Zeeland), Kremers (KVP, Commissaris van de Koningin in Limburg), De Wit (PvdA, Commissaris van de Koningin in Noord-Holland); Van der Lee (PvdA, burgemeester van Eindhoven), Vonhoff (VVD, burgemeester van Utrecht), Van der Louw (PvdA, burgemeester van Rotterdam), Schols (CDA, burgemeester van 's-Gravenhage), Polak (PvdA, burgemeester van Amsterdam), Wierenga (PvdA, burgemeester van Enschede), Reehorst (PvdA, burgemeester van Haarlem); Ruppert (ARP, vicepresident van de Raad van State) 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1973 een wet tot wijziging van de Kieswet in het Staatsblad, waardoor bij de Tweede Kamer- en Statenverkiezingen lijstverbinding binnen een zelfde kieskring mogelijk werd. Het wetsvoorstel was in 1970 ingediend door minister Beernink en in 1973 in de Tweede Kamer verdedigd door minister Geertsema. (11.077) 
  • Bracht in 1974 een wet tot gemeentelijke herindeling in de Zaanstreek in het Staatsblad (Stb. 326). Hierdoor werden de gemeenten Zaandam, Assendelft, Koog aan de Zaan, Westzaan, Wormerveer en Zaandijk samengevoegd tot Zaanstad. Het voorstel was in 1971 ingediend door minister Beernink en in 1973 in de Tweede Kamer door minister Geertsema verdedigd. (11.272) 
  • Bracht in 1974 een wet in het Staatsblad (Stb. 429) waarbij het grondgebied van Amersfoort werd uitgebreid met dat van de (op te heffen) gemeente Hoogland. Het voorstel was in 1970 ingediend door minister Beernink en in 1973 door minister Geertsema in de Tweede Kamer verdedigd. (10.792) 
  • Bracht in 1974 een wet tot stand waarbij de gemeenten Doornspijk en Elburg werden verenigd tot een nieuwe gemeente Elburg. Het voorstel was in 1972 ingediend door minister Geertsema. (11.957) 
  • Bracht in 1975 samen met minister Van Agt de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen (Wet AROB) (Stb. 284) en een wijziging (Stb. 285) van de Wet op de Raad van State tot stand. Hierdoor kunnen burgers bij een nieuwe afdeling rechtspraak van de Raad van State in beroep kunnen gaan tegen beschikkingen van lagere overheden. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door de ministers Beernink en Polak. (11.279 & 11.280) 
  • Bracht in 1975 een wijziging (Stb. 312) van de Gemeentewet tot stand, waardoor gemeenteraadsleden voortaan een vaste vergoeding krijgen voor het raadswerk en een tegemoetkoming voor kosten als reizen, vakbladen telefoon. Vergoeding en tegemoetkoming komen in de plaats van het presentiegeld. (13.238) 
  • Bracht in 1976 de Wet agglomeratieraad Eindhoven (Stb. 344) tot stand. Hierdoor kwam er voor Eindhoven en tien omliggende gemeenten een aparte rechtstreeks (uit de gemeenteraadsleden) gekozen volksvertegenwoordiging met een eigen bestuur. Tot de taken van de agglomeratieraad behoorden volkshuisvesting, bedrijfsvestiging en werkgelegenheid, verkeer en vervoer, recreatie, volksgezondheid en milieuhygiëne. (13.245) 
  • Bracht in 1976 een wijziging (Stb. 573) van de Kieswet tot stand. Hierdoor wordt het aanvragen van een kiezerslegitimatiepas vereenvoudigd. Ook stemmen bij volmacht wordt gemakkelijker gemaakt doordat bij de oproepingskaart een machtigingsformulier wordt meegezonden. Het verlenen van een volmacht is niet langer beperkt tot bloed- en aanverwanten. (13.218) 
  • Bracht in 1977 een wijziging (Stb. 113) van de Kieswet tot stand, waardoor aan Nederlanders in het buitenland het actief kiesrecht wordt verleend. (13.885) 
  • Bracht in 1977 een wijziging (Stb. 131) van de wet tot nadere regeling van de wettelijke tijd tot stand, waarbij de zomertijd weer wordt ingevoerd. (13.148) 
  • Bracht in 1977 een gemeentelijke herindeling tot stand in het westelijk deel van de Betuwe. Hierdoor werd onder meer het grondgebied van de gemeenten Buren, Culemborg en Tiel uitgebreid en werd Neerijnen als nieuwe gemeente gevormd. (13.275) 

als (in)formateur
  • Kreeg op 22 augustus 1956 de opdracht de mogelijkheid tot samenstelling van een kabinet te onderzoeken. Onderzocht aanvankelijk de mogelijkheden voor vorming van een extra-parlementair kabinet op brede basis onder leiding van de PvdA'er Van Tilburg (Gouverneur van Suriname). Bezwaren van met name tegen de PvdA tegen de personele samenstelling (waaronder de vervanging van Drees), maar ook programmatische bezwaren deden hem op 7 september besluiten zijn poging te staken. 
  • Vanaf 7 september 1956 onderzocht hij de mogelijkheid van vorming van een extra-parlementair kabinet op smalle basis (KVP, ARP, CHU, VVD en partijlozen), waarvan hijzelf premier zou worden. Bezwaren van de CHU en de wens van de ARP om een parlementair kabinet te vormen, alsmede weigering van aangezochte kandidaten waren voor hem redenen om op 14 september ontheffing van zijn opdracht te vragen. 
  • Kreeg op 27 december 1960 de opdracht de mogelijkheden te onderzoeken om tot een spoedige oplossing van de kabinetscrisis te geraken, met handhaving van de zelfde politieke samenstelling als die van het zittende kabinet. Wist spoedig een compromis te bereiken over de bouw van extra woningwetwoningen (mede doordat de ARP-leiding de houding van de fractie afkeurde) en kon op 2 januari 1961 melden dat de crisis was opgelost. 
  • Kreeg op 20 augustus 1981 de opdracht te onderzoeken op welke wijze op zo kort mogelijke termijn een kabinet kon worden gevormd, dat zich verzekerd wist van een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal, dan wel mocht vertrouwen een ruime steun in de volksvertegenwoordiging te zullen ondervinden. Op basis van de resultaten van de onderhandelingen van de formateurs Kremers en Van Thijn wist hij op 1 september de laatste obstakels weg te ruimen. Nadere afspraken over het financieringstekort en het werkgelegenheidsbeleid waren voor Van Agt voldoende basis om tot kabinetsformatie over te gaan. Op 1 september bracht hij verslag uit. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Had als ambtenaar een belangrijk aandeel in de ontwerp-Kinderbijslagwet van 1939 en bij het voorbereiden van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 
  • Was in mei 1959 één van de ondertekenaars van een brief aan het Centraal Comité van de ARP waarin een aantal antirevolutionairen hun verontrusting uitspraken over het in hun ogen te weinig sociaal-christelijke karakter van het kabinet-De Quay 
  • In februari 1970 medeondertekenaar (met onder anderen Van Agt, Albeda, Mommersteeg en Steenkamp) van een open brief aan de partijbesturen van KVP, ARP en CHU om te komen tot een vooruitstrevende christendemocratische partij 
  • Was tijdens de informatie-Burger op 28 februari 1973, een dag na Boersma, de tweede christendemocraat die zich bereid verklaarde toe te treden tot het kabinet-Den Uyl 
  • Verving met zekere regelmatig Van Agt als minister van Justitie, als deze wegens ziekte of andere bezigheden afwezig was 
  • Werd in september 1977 minister van Justitie, nadat minister Van Agt op grond van de Grondwettelijke bepalingen over de onverenigbaarheid van ambten voor het Kamerlidmaatschap had gekozen. 
  • Was in 1977 tijdens de formatie-Den Uyl de beoogde minister van Justitie 

uit de privésfeer
  • Zijn oom, Mr. P.L. de Gaay Fortman, was burgemeester van Dordrecht 
  • Promoveerde bij prof. P.S. Gerbrandy 
  • Bij het illegale blad "Vrij Nederland" was Joop den Uyl mederedacteur 
  • Via zijn werkzaamheden voor het CNV bevriend met Ruppert 
  • Gaf op de kaderschool van het CNV onder andere les aan Van Eibergen en Roolvink 
  • Zijn vader was rechter te Curaçao en vicepresident van de rechtbank te Amsterdam. Hij bracht zijn prille jeugd daarom door op Curaçao. 

verkiezingen
  • Werd in 1960, 1963, 1966 en 1971, en in 1977 en 1981 gekozen door Groep IV: Zuid-Holland 

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister zonder portefeuille voor productiviteitsbevordering, februari 1951 (tijdens formatie-Drees/Van Schaik) 
  • minister van Justitie, maart 1951 (tijdens informatie-Romme; op advies van partijleider Schouten) 
  • minister van Justitie, 1952 (tijdens formatie-Donker) 
  • Commissaris van de Koningin in Gelderland, januari 1956 (geweigerd) 
  • minister van Overzeese Rijksdelen, oktober 1956 (tijdens informatie-Burger) 
  • Commissaris van de Koningin in Utrecht, december 1969 
  • minister van Justitie, juli 1971 
  • informateur, december 1972 (opdracht geweigerd) 
  • minister van Justitie, december 1977 (tijdens formatie kabinet-Van Agt) 

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Amsterdam, tot februari 1912 
  • Curaçao, van februari 1912 tot mei 1915 
  • Dordrecht, Singel 312, van mei 1915 tot januari 1921 
  • Dordrecht, Rozenhof 15, van januari 1921 tot januari 1925 
  • Amsterdam, Joh. Verhulststraat, vanaf januari 1925 
  • 's-Gravenhage, Koninginnegracht 12A, van 1934 tot november 1937 
  • 's-Gravenhage, Stalpertstraat 146, van 6 november 1937 tot 1945 
  • 's-Gravenhage, Zuidwerfplein 7, van 1945 tot maart 1997 

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1959 
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 29 augustus 1972 
  • Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 11 april 1978 

overige onderscheidingen en prijzen
eremedaille voor voortvarendheid en vernuft Huisorde van Oranje, 19 september 1974

relevante buitenlandse reizen
Zuid-Afrika, van september 1971 tot november 1971

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid Christen-Gymnasiastenbond (redacteur bondsorgaan en in 1931 voorzitter) 
  • lid oratorische vereniging I.U.M.B.O. 
  • preses faculteitsvereniging Q.B.D.B.D., van 1931 tot 1932 
  • lid Studentencorps Vrije Universiteit (in 1932-1933 rector) 
  • lid NCSV (Nederlandse Christen-Studenten Vereniging) 
  • lid Calvinistische Juristenvereniging 
  • lid Nederlandse Unie, van 1940 tot 1941 
  • lid Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België 

publicaties/bronnen

publicaties
  • "De onderneming in het arbeidsrecht" (dissertatie, 1936) 
  • "Handleiding voor de toepassing der kinderbijslagwet" (1941/1944) (met Mr. A.C.M. van de Ven) 
  • "Herziening van het echtscheidingsrecht" (inaugurele oratie, 1947) 
  • "De arbeider in de nieuwe samenleving" (1947, 1952, tweede druk) 
  • "Christelijke vakbeweging en sociale gerechtigheid" (1950) 
  • "Samenwerking in de onderneming" (1951) (met D.W. Ormel) 
  • "De doelstelling der Christelijke vakbeweging" (1951) 
  • "De vakbeweging" (1954) 
  • "De Wet op de bedrijfsorganisatie en de wet op de ondernemingsraden" (1957) (met W.R. van der Sluis) 
  • "Het geheim van het recht" (1962) 
  • "Het spreken van de kerk in de samenleving" (1972) (met T.P. van der Kooy en H.N. Ridderbos) 
  • "Rechtsstaat en terrorisme" (afscheidsrede, 1979) 
  • "Problemen van wetgeving" (1982) 

literatuur/documentatie
  • E. Korevaar e.a. (red.), "Recht doen. Geschriften van Mr. W.F. de Gaay Fortman" (Alphen aan den Rijn, 1972) 
  • W. Breedveld en J. Jansen van Galen, "Gaius, de onverstoorbare gang van W.F. de Gaay Fortman" (Utrecht, 1996) 
  • H.A. van Wijnen, "A man for all seasons: De kabinetsformaties van mr. W.F. de Gaay Fortman" (Amsterdam, 1986) 
  • W. Breedveld, "Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman 1911-1997", Trouw, 1 april 1997 
  • J.J. Lindner, "De Gaay Fortman bleef buitenbeentje in CDA", De Volkskrant, 1 april 1997 
  • J. Bosmans, "Gaay Fortman, Wilhelm Friedrich de (1911-1997)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel VI (elektronische versie) 
  • P. Bak, "W.F. de Gaay Fortman, christelijk-sociaal denker op het snijvlak van politieke partij en vakbond", in: "Cahier over de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging", 4 (http://www.bakschrijft.nl/cahier.html) 
  • P. Bak, "'Pientere knaap'. Jeugdjaren van W.F. de Gaay Fortman" (2003) 
  • P. Bak, "Soeverein leven. Biografie van W.F. de Gaay Fortman" (2004) 

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 5 september 1936

echtgeno(o)t(e)/partner
M.T.H. Woltjer, Margaretha Titia Hillegonda (Marry)

kinderen
2 zoons en 3 dochters

vader
Mr. B. de Gaay Fortman, Bastiaan

geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 17 september 1884

moeder
E. Nolte, Elisabeth

geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam (omstreeks 1885)

broers en zusters
2 zussen (zelf de oudste)

beroep grootvader (vaderskant)
predikant

beroep grootvader (moederskant)
hoefsmid

familierelaties

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.