Doopsgezinde Amsterdamse commissionair die vier jaar namens de hoofdstad in de Tweede Kamer zat. Op staatkundig gebied liberaal, maar godsdienstig orthodoxer, waardoor hij kon rekenen op de steun van de kleine groep antirevolutionairen in Amsterdam. Sprak in de Kamer regelmatig over uiteenlopende onderwerpen, maar met name over handelsaangelegenheden en koloniën. Had ook veel belangstelling voor het gevangeniswezen.