Mr. W. (Wim) Aantjes

foto Mr. W. (Wim) Aantjesvergrootglas Bevlogen christendemocratisch politicus. Was afkomstig uit een hervormd-gereformeerd milieu uit de Alblasserwaard en behoorde aanvankelijk tot de rechtervleugel van zijn partij. Als voorman van de bouwondernemers woordvoerder volkshuisvesting en daarnaast woordvoerder PTT-zaken. Klom op tot fractievoorzitter en schoof op naar links. Stond aarzelend tegenover de vorming van het CDA, omdat hij vreesde dat de (progressieve) evangelische grondslag niet verzekerd was. Behoorde als fractieleider ten tijde van het eerste kabinet-Van Agt tot de 'loyalisten'. Trad af als Kamerlid vanwege onthullingen over zijn oorlogsverleden. Werd later grotendeels gerehabiliteerd toen erkend werd dat zijn versie van dat verleden juist was geweest.

ARP, CDA
in de periode 1959-1978: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK

voornaam (roepnaam)

Willem (Wim)

personalia

geboorteplaats en -datum
Bleskensgraaf (gem. Bleskensgraaf en Hofwegen, Z.H.), 16 januari 1923

levensbeschouwing
Protestants

partij/stroming

partij(en)
  • ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 11 oktober 1980 
  • CDA (Christen-Democratisch Appèl), vanaf 11 oktober 1980 

hoofdfuncties en beroepen

  • reserve lokale kracht PTT te Dordrecht, van 8 februari 1940 tot 1 juli 1943 
  • (hulp)besteller PTT te Dordrecht, van 1 juli 1943 tot 19 juli 1943 
  • PTT-ambtenaar te Güstrow (Dld.), van juli 1943 tot oktober 1944 
  • juridisch medewerker NCAB (Nederlandse Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond), van 1952 tot januari 1953 
  • adjunct-secretaris NCAB (Nederlandse Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond), van januari 1953 tot 1959 
  • algemeen secretaris NCAB (Nederlandse Christelijke Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond), van 1959 tot 1 januari 1969 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1959 tot 7 november 1978 
  • waarnemend fractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten Generaal, van 22 juni 1971 tot 3 augustus 1971 
  • fractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten Generaal, van 3 augustus 1971 tot 30 november 1972 
  • fractievoorzitter ARP Tweede kamer der Staten-Generaal, van 7 maart 1973 tot 25 mei 1977 
  • fractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-generaal, van 20 december 1977 tot 7 november 1978 
  • ambteloos, vanaf 7 november 1978 

gevangenschap/internering
gevangene, kamp "Port Natal" bij Assen, van oktober 1944 tot mei 1945

partijpolitieke functies

vorige
  • lid bestuur plaatselijke en regionale afdeling ARP 
  • lid Centraal Comité van ARP-kiesverenigingen, van 26 oktober 1957 tot 26 september 1959 
  • lid redactie "Antirevolutionaire Staatkunde", orgaan van de Dr. Abraham Kuyperstichting, van 1960 tot december 1977 
  • vicefractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1966 tot 14 februari 1967 
  • vicefractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 april 1967 tot 16 juli 1971 
  • lid Groep van Achttien (overleg over samenwerking ARP, CHU en KVP), vanaf april 1967 
  • vicefractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 30 november 1972 tot 7 maart 1973 
  • politiek leider ARP, van 7 maart 1973 tot 25 mei 1977 
  • roulerend voorzitter gezamenlijke Tweede Kamerfractie van ARP, CHU en KVP, van september 1975 tot mei 1977 (met Andriessen en Kruisinga) 
  • vicefractievoorzitter CDA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1977 tot 19 december 1977 
  • lid commissie CDA-verkiezingsprogramma 1981, van oktober 1979 tot augustus 1980 
  • lid commissie buitenland CDA, omstreeks oktober 1986 
  • lid Stichtingsraad Wetenschappelijk Instituut voor het CDA 
  • docent kaderschool CDA 
  • lid bestuur Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, vanaf september 1994 

lijsttrekkerschap etc.
  • In 1967 nummer 3 op de ARP-kandidatenlijst bij de Tweede Kamerverkiezingen 
  • In 1971 en 1972 nummer 2 op de ARP-kandidatenlijst bij de Tweede Kamerverkiezingen 
  • Was in 1977 bij de Tweede Kamerverkiezingen nummer 2 op de CDA-kandidatenlijst (eerste ARP-kandidaat) 

nevenfuncties

vorige
  • voorzitter Calvinistische Studentenbeweging, van 1950 tot 1952 
  • ouderling Nederlandse Hervormde Gemeente te Utrecht 
  • voorzitter Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Nederlandse Hervormde (Gereformeerde) Kerk te Utrecht 
  • lid redactie "Patrimonium", Christelijk Sociaal Orgaan, van 5 januari 1956 tot 2 juni 1969 
  • lid bestuur Internationaal Gereformeerd Verbond, afdeling Nederland, vanaf juli 1956 
  • plaatsvervangend lid Raad van Beroep te Utrecht 
  • voorzitter raad van toezicht psychiatrisch ziekenhuis "Zon en Schild" te Amersfoort, van 1964 tot januari 1994 
  • algemeen adviseur NVOB (Nederlands Verbond Ondernemers Bouwnijverheid), vanaf 1 januari 1969 
  • voorzitter psychiatrisch ziekenhuis "Hebron" te Amersfoort 
  • lid dagelijks bestuur Vereniging Nederlands Hervormde Stichtingen voor Zenuw- en Geesteszieken 
  • voorzitter PTT-raad, van 1 juli 1969 tot 1 januari 1989 
  • lid Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad 
  • lid bestuur Stichting Bouwvoorlichting Midden-Holland 
  • lid Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa en West-Europese Unie, van 14 mei 1973 tot 1 september 1973 
  • voorzitter Kampeerraad, van 8 juli 1982 tot 1 januari 1988 
  • voorzitter-lid voorlopige Adviesraad voor de Openluchtrecreatie, van 1 januari 1988 tot 1 januari 1995 
  • lid Raad voor de Volkshuisvesting, van september 1988 tot april 1990 
  • vicevoorziter Raad voor de Volkshuisvesting, van april 1990 tot 1993 
  • voorzitter Stichting "Blaucapel" kerk voor onderwegdiensten 
  • onderzoeker t.b.v. de gemeente Utrecht inzake het referendum 
  • voorzitter patiëntenklachtencommissie psychiatrisch ziekenhuis 

afgeleide functies, presidia etc.
  • voorzitter vaste commissie voor Bezitsvorming en Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 4 oktober 1962 tot 22 februari 1967 
  • ondervoorzitter vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 2 oktober 1963 tot 29 september 1971 
  • ondervoorzitter bijzondere commissie voor het wetsontwerp Aanvulling van de Wet op de bedrijfsorganisatie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 29 april 1964 tot februari 1965 
  • lid Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1965 tot september 1966 
  • lid Presidium (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 21 september 1966 tot 21 september 1971 (derde ondervoorzitter) 
  • voorzitter bijzondere commissie voor het wetsvoorstel goedkeuring onteigening t.b.v. het centrale belastinggebouw te Amsterdam (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1966 tot februari 1968 
  • voorzitter vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1 maart 1967 tot 8 juni 1977 
  • voorzitter bijzondere commissie voor de ontwerp-Deltaschadewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 11 februari 1969 tot augustus 1970 
  • voorzitter commissie onderzoek huisvesting Tweede Kamer (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 9 maart 1971 tot 1976 

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Prot.-Chr. MULO-school "Da Costa" te Sliedrecht, van september 1935 tot juni 1936 
  • Chr. "Marnix Gymnasium" te Rotterdam, van september 1936 tot mei 1942 

academische studie
  • Nederlands recht, Rijksuniversiteit Utrecht, van 10 september 1945 tot 10 juli 1952 

activiteiten

als parlementariër
  • Was woordvoerder PTT-aangelegenheden van de ARP-fractie en tot 1962 tevens woordvoerder visserij. Hield zich daarna vanaf 1961 ook bezig met bezitsvorming en (in 1961-1965) met kernenergie. 
  • Was vanaf 1963 woordvoerder verkeer en waterstaat en werd in 1964 eerste woordvoerder volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Hij bleef tot 1977 lid van de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. 
  • Hield zich vanaf 1973 tevens bezig met buitenlandse zaken 
  • Interpelleerde op 27 november 1974 minister Van der Stoel over het Nederlandse stemgedrag in de Verenigde Naties bij een resolutie over het Palestijnse zelfbeschikkingsrecht 

opvallend stemgedrag
  • Stemde in 1961 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel Algemene Kinderbijslagwet 
  • Behoorde in 1962 tot de minderheid van zijn fractie die vóór de 'Mammoetwet' stemde 
  • In 1963 stemden hij en Meulink als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-Algemene Bijstandswet 
  • Behoorde in 1964 met Meulink en Schakel tot de minderheid van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel tot invoering van een sociaal minimum stemde 
  • Behoorde in 1975 met Van Dam, Van Leeuwen, Schakel en Roolvink tot minderheid van zijn fractie die tegen een (aangenomen) motie-Ter Beek stemde over het aan leverantie van reactorvaten aan Zuid-Afrika verbinden van de voorwaarde dat dit land zou toetreden tot het non-proliferatieverdrag 
  • Behoorde in 1976 met Beumer en Van Houwelingen tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Koningh stemde over het autovrij maken van het Binnenhof 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Was in 1956 met 33 jaar de jongste op de ARP-kandidatenlijst bij de Tweede Kamerverkiezingen. Hij stond op de landelijke lijst op de 35e plaats. 
  • Bedankte in 1967 voor het ministerschap op Volkshuisvesting. Formeel deed hij dat vanwege gezondheidsredenen, maar later werd onthuld dat zijn oorlogsverleden de ware reden was. 
  • Verving van mei tot september 1967 Biesheuvel als fractievoorzitter toen die was uitgeschakeld door ziekte 
  • Was tijdens de formatie van 1971 lid van een werkgroep van Kamerleden uit KVP, ARP, CHU, VVD en DS'70 die onder leiding van Nelissen de financiële paragraaf van het regeerakkoord voorbereidde 
  • Was tijdens de formatie-Biesheuvel in juni/juli 1971 onderhandelaar van de ARP-fractie 
  • Was na de formatie van het kabinet-Den Uyl lange tijd niet on speaking terms met Biesheuvel. Deze verweet hem dat hij de opening naar de progressieve drie had mogelijk gemaakt. Aantjes behoorde tot de acht fractieleden die vóór de komst van het kabinet stemden. 
  • Zijn positie in de ARP was na het aantreden van het kabinet-Den Uyl enige tijd omstreden, maar later herwon hij het vertrouwen van zijn achterban 
  • Overwoog in 1974 om uit de Haagse politiek te stappen en Commissaris van de Koningin in Zeeland te worden, maar zag hiervan uiteindelijk af. 
  • Maakte zich in de jaren '70 sterk voor een vooruitstrevende christendemocratische politiek en verzette zich tegen een 'open'-CDA 
  • Sprak op 23 augustus 1975 op het eerste CDA-congres zijn zgn. Bergrede uit; een rede waarin hij aangaf hoe volgens hem het Evangelie richtsnoer kon zijn voor moderne christendemocratische politiek. Een amendement-Borgman om dit beginsel vast te leggen in de statuten werd echter verworpen. 
  • Behoorde tot de zogenaamde "loyalisten" tijdens het eerste kabinet-Van Agt, die zich tegen het met de VVD gesloten regeerakkoord keerden, maar wel bereid waren het kabinet te gedogen. Verklaarde dat hij zich "niet gebonden", maar wel "verbonden" voelde met het nieuwe kabinet. 
  • Nam ontslag als lid van de Tweede Kamer na het verschijnen van een rapport van het RIOD over zijn oorlogsverleden 
  • Het eerste kabinet-Van Agt liet een commissie van drie onder leiding van prof. Enschedé nader onderzoek instellen naar de bevindingen van het RIOD. Hieruit bleek dat de door Aantjes zelf gegeven lezing van zijn oorlogsverleden juist was. Het RIOD had onder meer ten onrechte geconcludeerd dat hij als bewaker was opgetreden in Port Natal, dat hij lid was geweest van de Waffen SS, dat hij het Nederlanderschap had verloren en dat hij er zelf voor had gekozen om in Duitsland te gaan werken. 
  • Het kabinet trachtte nadien tevergeefs hem te benoemen in een belangrijke functie (onder andere lid van de Raad van State en voorzitter van de Omroepraad). Uiteindelijk werd hij voorzitter van de Kampeerraad. 
  • Kwam in 1992 in conflict met zijn partij over de betaling van zijn contributie. Hij weigerde te betalen, omdat reiskosten die hij gemaakt had voor het CDA niet aan hem terugbetaald waren. Na bemiddeling van het landelijk bestuur werd dit royement ongedaan gemaakt. 

uit de privésfeer
  • Zijn eerste echtgenote was een Duitse, die in Keulen studeerde. Aantjes ontmoette haar tijdens een verblijf van Utrechtse studenten in Keulen 
  • Was een dorpsgenoot (buurjongen) van ARP- en CDA-Tweede Kamerlid Gerrit van Dam en zat met hem op dezelfde lagere school, MULO-school en hetzelfde gymnasium. Bleef ook nadien bevriend met Van Dam. 
  • In het kader van de "Arbeitseinsatz" werd hij op 19 juli 1943 door de directie van de PTT uitgezonden naar Güstrow (Meckelenburg). Naar eigen zeggen, weigerde hij geen dienst omdat anders mogelijk een gehuwde PTT'er zou worden uitgezonden. Hij probeerde zich later aan deze verplichte tewerkstelling te onttrekken door zich in september 1944 in Duitsland aan te melden bij de Germaansche-SS. Volgens plan zou hij naar Nederland worden gebracht voor een opleiding voor politiediensten op het landgoed Avegoor bij Ellecom. Hij werd echter door het SS-Hauptamt gemobiliseerd, ten einde ingedeeld te worden bij de "Landstorm Nederland" (een onderdeel van de Waffen-SS). Toen weigerde hij het uniform aan te trekken en de opleiding te volgen. Hij werd hiervoor gevangen gezet in het strafkamp "Port Natal" bij Assen, waar hij tot het einde van de oorlog vastzat. 
  • Hij verzweeg na de oorlog zijn aanmelding als lid van de Germaanse SS tegenover de opsporingsorganen van de Bijzondere Rechtspleging en tegenover de leiding van de ARP 
  • Was in 1964 enige tijd uitgeschakeld door een zenuwinzinking 
  • Op 16 januari 2008, de dag waarop hij 85 jaar werd, werd in zijn geboorteplaats Bleskensgraaf een borstbeeld van hem onthuld 
  • Zijn vader was wethouder van Bleskensgraaf en burgemeester van Hendrik-Ido-Ambacht 
  • Zijn broer Jan was burgemeester van respectievelijk Brakel, Oud-Beijerland en Bussum 

anekdotes en citaten
  • Van hem (en niet zoals soms wordt gedacht van Boersma) was de uitspraak: de VVD is de partij van de drie H's: halen, hebben en houden 
  • Zei op het CDA-congres in 1975, waarop hij zich sterk maakte voor evangelisch geïnspireerde politiek onder meer: "Als wij één procent ontwikkelingshulp geven, vragen wij ons af of die ene procent goed besteed is; niet of dit het geval is met de overige 99 procent." 

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, april 1967 
  • Commissaris van de Koningin in Zeeland, 1974 (geweigerd) 
  • minister van Justitie, november 1977 (wilde volgens eigen zeggen greep houden op verdere ontwikkeling van het CDA) 
  • lid Tweede Kamer, 13 juli 1979 

woonplaats
Utrecht

ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 april 1970

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid SSR (Societas Studiosorum Reformatorum) Utrecht

publicaties/bronnen

publicaties
  • publicaties in "Anti-Revolutionaire Staatkunde" 
  • publicaties in "De Christelijke Bouwpatroon" 
  • publicaties in "Nederlandse Gedachten" 
  • "De bouwcrisis van 1960", in: "Belangenpolitiek, Cahier over de geschiedenis van de christelijk-sociale beweging", 4 (2002) 
  • "'Maar de meeste van deze is de A.' Herfstdagboek" (2004) 

literatuur/documentatie
  • R. Vermaas, "Willem Aantjes" (1977) 
  • Rapport van de bijzondere Kamercommissie van onderzoek naar kennis omtrent gedragingen van mr. W. Aantjes tijdens de Tweede Wereldoorlog, (Den Haag, 1971) Handelingen Tweede Kamer, 1978-1979, Bijlage 15.626 
  • N. van Nieuwenhuysen, "...van bijkomstig belang": Nieuwe gegevens rond het oorlogsverleden van mr. W. Aantjes, (Meppel, 1981) 
  • R. Bouwman, Een zwarte bladzij met witte plekken: De bevindingen van de Commissie van Drie en de bijzondere Kamercommissie-Patijn in het licht van nieuwe gegevens omtrent de zaak-Aantjes, (z.p., 1992) 
  • R. Bouwman, "De val van een bergredenaar. Het politieke leven van Willem Aantjes" (dissertatie, Amsterdam 2002) 
  • Binnenlands Bestuur, 11 mei 1990 
  • F. van der Molen, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1970) 

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd (tweede huwelijk), 2000

echtgeno(o)t(e)/partner
G.E. Braun, (Gisela)

2e echtgeno(o)t(e)/partner
I. Ludikhuize, Ineke

kinderen
1 dochter en 2 zoons

vader
K. Aantjes, Klaas

moeder
W. van Rees, Willempje

beroep grootvader (vaderskant)
schoenmaker

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.