Mr. P.J.M. (Piet) Aalberse

foto Mr. P.J.M. (Piet) Aalbersevergrootglas Katholieke voorman, die als minister een belangrijk aandeel had in de sociale wetgeving. Was advocaat en wethouder in Leiden en volgde in 1903 Schaepman op als Kamerlid. Steunde de sociale-wetgevingsvoorstellen van Talma en bracht zelf een wet tegen oneerlijke concurrentie tot stand. Daarna hoogleraar in Delft en in 1918 in het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck I de eerste minister van Arbeid. Werd de man van de 8-urendag en bracht diverse belangrijke wetten tot stand. Nadien als Kamerlid vertrouweling en opvolger van Nolens. In 1935 de hoofdrolspeler bij de kabinetscrisis over de financiële politiek van het kabinet-Colijn. Wist echter geen centrumlinks kabinet te vormen. Besloot zijn loopbaan als Kamervoorzitter en staatsraad. Had veel aanzien bij de katholieke vakbeweging, maar werd ook door politieke tegenstanders gewaardeerd.

Rooms-Katholieken, Algemeene Bond (RKSP), RKSP
in de periode 1903-1948: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, minister, lid Raad van State, minister van staat

voornamen (roepnaam)

Petrus Josephus Mattheüs (Piet)

personalia

geboorteplaats en -datum
Leiden, 27 maart 1871

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 5 juli 1948

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

partij/stroming

partij(en)
  • RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij), tot 22 december 1945 
  • KVP (Katholieke Volkspartij), vanaf 22 december 1945 

hoofdfuncties en beroepen

  • advocaat en procureur te Leiden, van 26 november 1897 tot 1 juni 1916 (sinds 1905 liet hij de praktijk over aan zijn compagnon Mr. F.A. Barge) 
  • lid gemeenteraad van Leiden, van 26 september 1899 tot 18 juni 1903 
  • wethouder (van burgerlijke stand, sociale aangelegenheden en openbare hygiëne) van Leiden, van 26 september 1901 tot 18 juni 1903 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 februari 1903 tot 20 juni 1916 (voor het kiesdistrict Almelo) 
  • directeur Centraal Bureau van de KSA (Katholieke Sociale Actie) te Leiden, van 16 oktober 1905 tot 26 september 1918 
  • hoogleraar staatshuishoudkunde, arbeids- en fabriekswetgeving, mijnrecht en handelsrecht, Technische Hogeschool te Delft, van 20 juni 1916 tot 26 september 1918 
  • minister van Arbeid, van 26 september 1918 tot 1 januari 1923 (departement ingesteld bij K.B. van 25 september 1918 en naam gewijzigd bij K.B. van 24 november 1922) 
  • minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, van 1 januari 1923 tot 4 augustus 1925 
  • hoofdredacteur rooms-katholieke dagblad "Het Centrum", van 15 augustus 1925 tot 1 april 1929 
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1925 tot 9 november 1937 
  • fractievoorzitter RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1931 tot 7 mei 1936 
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 mei 1936 tot 9 november 1937 
  • lid Raad van State, van 10 november 1937 tot 1 april 1946 (benoemd bij K.B. van 20 oktober 1937) 

ambtstitel
  • minister van staat, van 31 december 1934 tot 5 juli 1948 (benoeming niet op 31 augustus 1934 vanwege overlijden van Koningin Emma en Prins Hendrik in 1934) 

partijpolitieke functies

  • lid bestuur Algemeen Bond van Roomsch-Katholieke Kiesverenigingen, van 1904 tot 1926 
  • voorzitter R.K.-Kiesvereniging te Leiden, omstreeks 1915 
  • lid bestuur R.K.-Kamerclub Tweede Kamer der Staten-Generaal, van december 1915 tot 20 juni 1916 
  • fractiesecretaris RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1925 tot 15 september 1931 
  • politiek leider RKSP, van 15 september 1931 tot 7 mei 1936 
  • voorzitter commissie tot samenstelling van een staatkundig beginselprogramma RKSP, van 1933 tot 1936 

lijsttrekkerschap etc.
  • lijstaanvoerder RKSP Tweede Kamerverkiezingen 1933 (kieskringen Zwolle en Assen) 
  • lijstaanvoerder RKSP Tweede Kamerverkiezingen 1937 (kieskringen Arnhem, Nijmegen, Leeuwarden, Zwolle en Assen) 

nevenfuncties

  • regent Brouchovenhofje te Leiden 
  • regent R.K. Wees- en Oudeliedenhuis te Leiden, tot juni 1916 
  • secretaris Vereeniging tot bestrijding van drankmisbruik "Het Kruisverbond" 
  • lid bestuur "Vereeniging tot bevordering van de bouw van werkmanswoningen" te Leiden 
  • commissaris stedelijke lichtfabrieken Leiden en museum "de Lakenhal" 
  • lid plaatselijke commissie van toezicht op het middelbaar onderwijs te Leiden 
  • lid plaatselijk comité Katholiekendagen, bisdom Haarlem 
  • lid R.K. Armbestuur en Weeshuizen te Leiden, tot juni 1916 
  • agent Levensverzekeringsbank Amsterdam, van 1899 tot 1904 
  • lid bestuur Centraal Bureau voor Sociale Adviezen te Amsterdam, van 1899 tot 1914 
  • (hoofd)redacteur Katholiek Sociaal Weekblad "De Voorhoede", van 1902 tot 1929 
  • lid bestuur "Internationaal Middenstands Instituut", vanaf 1903 (tot omstreeks 1940) 
  • lid commissie voor handeldrijvende en industriële middenstand, 1904 
  • eigenaar/voorzitter Raad van Commissarissen, N.V. Uitgeversmaatschappij "Futura", van 1904 tot 1924 
  • lid hoofdbestuur "Vereeniging tot bestrijding van het Neo-Malthusanisme", omstreeks 1904 
  • secretaris Stichtingscomité KSA (Katholieke Sociale Actie), van 4 mei 1904 tot 9 juli 1905 
  • lid Staatscommissie inzake de werkloosheid (Staatscommissie-Treub), van 23 oktober 1909 tot juni 1914 
  • lid Staatscommissie tot voorbereiding van de overgangsbepalingen van de Auteurswet 1912, van 1912 tot 1915 
  • lid Raad van Commissarissen gas- en electriciteitsfabrieken van de gemeente Leiden, van 1912 tot 1915 
  • lid Centrale Commissie voor de Statistiek, van 1912 tot 1918 
  • lid curatorium R.K. Leergangen te 's-Hertogenbosch/Tilburg, van 1913 tot 1938 
  • lid curatorium Gymnasium te Leiden, omstreeks 1915 
  • lid Commissie van Advies inzake de Auteurswet 1912, van 1915 tot 1918 
  • lid/voorzitter Raad van Commissarissen, Maatschappij N.V. "De Katholieke Illustratie", van 1915 tot 1932 
  • rechtskundig adviseur Hanze te Haarlem 
  • rechtskundig adviseur Federatie R.K. Middenstandsbonden 
  • rechtskundig adviseur R.K. Vakbureau 
  • lid Raad van Commissarissen Maatschappij voorheen Berger te 's-Hertogenbosch 
  • lid Raad van Toezicht "Algemene Nederlandsche Centrale Middenstands-Credietbank", van 1915 tot 1916 
  • voorzitter Commissie van onderzoek naar de Artillerie-inrichting (Hemburgcommissie), 1917 
  • lid algemeen bestuur, Nederlandse Verenging voor Hoger Handelsonderwijs, van 1917 tot 1935 
  • lid hoofdstembureau, kieskring Leiden, vanaf 1918 
  • voorzitter Spaarfonds voor Bodemcultuur, van 1918 tot 1922 
  • lid Raad van Commissarissen "De Onderlinge Spaarkas voor het Koninkrijk der Nederlanden", van 1918 tot 1928 
  • voorzitter Hoge Raad van Arbeid, van 14 februari 1920 tot 1925 
  • voorzitter Centraal Comité voor steun aan Nederlanders in den Vreemde, van 1920 tot 1925 
  • lid Raad van Advies Vereniging "Het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief", van 1922 tot 1937 
  • lid Hoge Raad van Arbeid, van 1925 tot november 1931 
  • lid Prijzencommissie, 1925 
  • lid Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening, van 9 december 1925 tot 1948 
  • lid bestuur "Vereniging tot Verpleging van Krank- en Zwakzinnigen op het land Coudewater" te Rosmalen, vanaf 1925 
  • lid Commissie van Toezicht "Vereniging voor Misvormden, exploitante van de Annakliniek voor orthopaedie" te Oegstgeest, van 1925 tot 1938 
  • voorzitter Centrale Commissie voor de Statistiek, van 6 januari 1926 tot 1948 
  • Rijksbemiddelaar, vierde district (Limburg, Noord-Brabant, Zeeland), van 1 mei 1926 tot 1936 
  • lid Raad van Beheer "Stichting Economisch Instituut voor de Middenstand", van 1926 tot 1932 
  • lid Raad van Toezicht en Advies, Federatie van Handels- en Kantoorbediendenverenigingen in Nederland, vanaf 1926 (nog in 1940) 
  • lid algemeen bestuur Koninklijke Vereeniging tot het houden van jaarbeurzen in Nederland, tot september 1932 
  • medewerker/columnist "De Maasbode", "De Tijd", "Het Centrum" en "Brabantsch Nieuwsblad" 
  • lid Raad van Commissarissen dagblad "De Grondwet", omstreeks 1926 
  • lid bestuur Stichting "Het Borromaeusfonds" (jaren'30) 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. "Quenasttegel- en Betonwarenfabriek" Amsterdam, van 1928 tot 1942 
  • lid bestuur "Nederlands Nationaal Comité der Internationale Vereeniging voor Wetenschappelijke Studie van het Bevolkingsvraagstuk", van 1928 tot 1943 
  • lid Raad van Toezicht R.K. Handelshogeschool te Tilburg, van 1928 tot 1947 
  • voorzitter Nederlandse Vereniging tot bevordering van de arbeid voor onvolwaardige arbeidskrachten (AVO), 1930 
  • voorzitter Centraal College voor Medisch Tuchtrecht, van 1 juli 1930 tot 1947 
  • voorzitter bijzondere commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken voor het personeel van de Algemeene Landsdrukkerij, omstreeks 1931 
  • voorzitter Hoge Raad van Arbeid, van 14 november 1931 tot mei 1940 
  • regeringsgedelegeerde Internationale Arbeidsconferentie te Genève, van december 1931 tot 1939 
  • voorzitter Nederlandse Vereniging tot bevordering van de arbeid voor onvolwaardige arbeidskrachten (AVO), 1932 
  • kabinetsformateur, van 26 juli 1935 tot 27 juli 1935 
  • lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-De Wilde), van 24 januari 1936 tot 8 juni 1936 
  • lid Staatscommissie inzake concentratie van scholen voor bijzonder lager onderwijs, van 4 februari 1936 tot mei 1936 
  • voorzitter comité standbeeld voor Mgr.dr. W.H. Nolens, 1936 
  • voorzitter Mijnraad, van mei 1936 tot 1946 
  • lid Raad van Vereniging "De Nederlandse Padvinders", van 1936 tot 1947 
  • lid Staatscommissie inzake de vaccinatie (Staatscommissie-Romme), van 28 januari 1938 tot 1941 
  • voorzitter Algemeen Comité 'Actie Naar de Nieuwe Gemeenschap', vanaf 19 december 1938 (R.K. actie voor sociale samenwerking) 
  • lid curatorium "Instituut voor Sociaal Onderzoek van het Nederlandse Volk", van 1941 tot 1947 
  • waarnemend secretaris, Indische Missievereeniging, 1945 
  • waarnemend secretaris, Centraal Koloniaal Katholiek Bureau, 1945 

afgeleide functies, presidia etc.
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1914 tot september 1914 (voorzitter tweede afdeling) 
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1916 tot april 1916 (voorzitter eerste afdeling) 
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1925 tot januari 1926 (voorzitter tweede afdeling) 
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp wijziging van de Woningwet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1930 tot januari 1931 
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1931 tot april 1936 
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp instelling bedrijfsraden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1931 tot september 1932 
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp wijziging Ziektewet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1932 tot september 1934 
  • voorzitter vaste commissie voor de Staatsuitgaven (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1932 tot 7 mei 1936 
  • voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 7 mei 1936 tot 9 november 1937 
  • voorzitter Huishoudelijke Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 7 mei 1936 tot 9 november 1937 
  • voorzitter vaste commissie voor Buitenlandse Zaken (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 7 mei 1936 tot 9 november 1937 
  • lid afdeling Binnenlandse Zaken (Raad van State) 
  • lid afdeling Financien (Raad van State) 
  • lid afdeling Justitie (Raad van State) 
  • lid afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (Raad van State) 
  • lid afdeling Sociale Zaken (Raad van State) 
  • lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State) 

erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
  • erelid Koninklijke Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst, vanaf 1925 
  • erelid Koninklijk Nationaal Steuncomité, 1918 
  • erelid Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, vanaf 1919 

opleiding

voortgezet onderwijs
  • gymnasium-a, R.K. "Sint Willibrordus College" te Katwijk aan de Rijn, van 1885 tot juli 1891 

academische studie
  • Nederlandse taal- en letterkunde (kandidaats), Rijksuniversiteit Leiden, van 21 september 1891 tot 1893 
  • rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, van september 1893 tot 18 november 1897 

activiteiten

als parlementariër
  • Hield zich in de Tweede Kamer tussen 1903 en 1916 vooral bezig met arbeidsaangelegenheden en met handel en nijverheid 
  • Stelde in 1911 bij de herziening van de Arbeidswet met Passtoors voor een algemeen verbod op het werken door vrouwen in fabrieken en werkplaatsen in te stellen. Het amendement hierover werd echter verworpen. 
  • Diende in 1912 met De Geer (CHU) en Van der Voort van Zijp (ARP) een initiatiefvoorstel in over beperking van de nachtarbeid in het bakkersbedrijf. Dit voorstel werd in 1918 ingetrokken. 
  • Bracht in 1915 een initiatiefwet tot stand waardoor oneerlijke concurrentie strafbaar werd gesteld 

opvallend stemgedrag
  • Behoorde in 1908 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een (verworpen) motie-Bos stemde over staatsexploitatie van spoorwegen 
  • Behoorde in 1910 tot de vier katholieken die vóór de motie-Duymaer van Twist stemden, waarin werd gevraagd niet alleen de officierstractementen maar ook de pensioenen te verhogen. Aanneming van de motie was voor minister Cool reden om ontslag te nemen. 
  • Behoorde in 1915 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Albarda stemde over staatsexploitatie van de olievelden in Djambi 
  • Behoorde in 1916 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Schaper stemde waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen 
  • Behoorde in 1930 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een amendement-Boon c.s. stemde die de benoeming van vrouwen tot burgemeester of gemeentesecretaris mogelijk maakte 
  • Behoorde in 1933 tot de minderheid van zijn fractie die tegen een wetsvoorstel over korting op pensioenen van voormalige Indische ambtenaren stemde 

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Riep in 1919 een kinderbijslagregeling voor rijksambtenaren in het leven 
  • Riep in 1920 een subsidieregeling in het leven ter stimulering van de bouw van woningen door particuliere personen en instellingen 
  • Bracht in 1922 de werkdag op acht-en-half uur en de werkweek op 48 uur. Er kwam een mogelijkheid om overwerk door overleg tussen werkgevers en werknemers (bij collectief arbeidscontract) te regelen. 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Stelde in 1919 de Hoge Raad van Arbeid in. Deze bestond uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, van de landbouw- en middenstandsorganisatie en uit onafhankelijke leden en adviseerde over vraagstukken op het gebied van arbeid en sociale zekerheid. 
  • Bracht in 1919 de Arbeidswet (wet van 1 november 1919 tot beperking van de arbeidsduur en het tegengaan van kinderarbeid) tot stand. De wet bevatte een verbod op arbeid door kinderen onder de 14 jaar. Er kwam een achturige werkdag en 45-urige werkweek voor fabrieksarbeiders en kantoorpersoneel. De maximum werkdag voor winkel- en horecapersoneel werd tien uur. De wet bepaalde tevens dat vrouwen 8 weken na de bevalling niet mochten werken. Ook de rust- en arbeidstijden in het bakkersbedrijf werden geregeld. 
  • Bracht in 1919 de Werkloosheidsverzekeringsnoodwet tot stand, op grond waarvan tijdelijk steun werd verleend aan gemeentelijke werkloosheidskassen 
  • Bracht in 1919 een wijziging van de Invaliditeits- en ouderdomswet van Talma tot stand, waardoor er naast de Invaliditeitswet een afzonderlijke Ouderdomswet 1919 (Stb. 628) werd ingevoerd. Deze regelde de vrijwillige verzekering tegen ouderdom van niet-loontrekkenden. Er kwamen verder wezen- en weduwenrenten. De pensioenleeftijd ging van 70 naar 65 jaar. De wetten traden 3 december 1919 in werking. 
  • Bracht in 1919 de Wet op de drinkwaterleidingen tot stand, waardoor het Rijk ging bijdragen aan de aanleg van waterleidingen 
  • Bracht in 1919 de Warenwet tot stand. Deze geeft een wettelijke basis aan de (regionale) Keuringsdiensten van Waren, die de kwaliteit van voedingsmiddelen moeten bewaken. 
  • Bracht in 1919 samen met minister Van IJsselsteyn de Vleeskeuringswet tot stand. Deze regelt de keuring van vlees van slachtdieren (runderen, schapen, geiten, varkens, paarden) voor en na het slachten. Keuring is nodig tot wering van vlees en vleeswaren die schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Met de keuring worden gemeentelijke keuringsdiensten belast. 
  • Bracht in 1919 de Opiumwet tot stand, waardoor het gebruik en bezit van, en de handel in opium en opiumproducten in het rijk in Europa wordt verboden. Er wordt een uitzondering gemaakt voor geneeskundige toepassingen. 
  • Bracht in 1919 de Wet inzake Staatstoezicht op de Volksgezondheid tot stand. Deze stelt een Gezondheidsraad in en belast de hoofdinspecteur en inspecteurs van volksgezondheid, alsmede gezondheidsraden met de handhaving van de regelgeving op het gebied van de volksgezondheid 
  • Bracht in 1921 de Wet tot bescherming van het diploma van verpleegkundigen tot stand 
  • Bracht in 1922 de Landbouwongevallenwet tot stand, die ook de landbouwers een verzekering tegen invaliditeit bezorgde. De uitvoering werd opgedragen aan bedrijfsverenigingen. 
  • Bracht in 1923 de Arbeidsgeschillenwet tot stand. Deze wet riep de functie rijksbemiddelaar in het leven, die in geval van een arbeidsconflict arbitrage door een bemiddelaar konden bevorderen of eventueel zelf konden bemiddelen. 

wetenswaardigheden

algemeen
  • Werd in juni 1915 gepasseerd voor een hoogleraarschap in de staathuishoudkunde en statistiek aan de Rijksuniversiteit Leiden, hoewel hij door het College van Curatoren als eerste op de voordracht was geplaatst. 
  • Speelde in 1916 een belangrijke rol bij de val van minister Treub, door - met zes anderen uit zijn fractie - een motie-Schaper te steunen. Voor hem speelde daarbij als overweging dat hij bezwaren had tegen Treubs zedelijke gedrag (Treub wilde voor de tweede keer scheiden en had een relatie met een gehuwde vrouw). 
  • Weigerde op 23 juli 1935 tijdens het debat over het bezuinigingsbeleid namens zijn fractie vertrouwen uit te spreken in het tweede kabinet-Colijn, hetgeen tot een kabinetscrisis leidde. Zag zijn poging om een kabinet met de sociaaldemocraten te vormen echter mislukken, omdat de VDB weigerde daaraan mee te werken. 

uit de privésfeer
  • In 1893 samen met jhr. Ch.J.M. Ruijs de Beerenbrouck medeoprichter van de Leidse katholieke studentenvereniging "Sanctus Augustinus" 
  • Was eind jaren dertig sympatisant van de Oxford-beweging (morele herbewapening) 
  • In de Vegastraat in Amsterdam-Noord bij een wooncomplex van de Katholieke woningbouwvereniging "Het Oosten" werd in 1938 een door Cephas Stauthamer vervaardigd borstbeeld van hem onthuld. 
  • Zijn beide broers waren priester. De oudste was pastoor, de jongste rector. 
  • Zijn vader was banketbakker te Leiden 

verkiezingen
  • Werd in 1901 na herstemming in het kiesdistrict Enschede verslagen door H.H. van Kol (sdap) en in het kiesdistrict Katwijk na herstemming door O.J.E. baron van Wassenaer van Catwijck (vrije a.r.) 
  • Versloeg in 1903 bij tussentijdse verkiezingen in het district Almelo mr. E.B. ten Cate (lib.) 
  • Versloeg in 1905 Mr. J.A. Levy (ul) 
  • Versloeg in 1909 D. van der Sluis (ul) 
  • Werd in 1909 na herstemming in het kiesdistrict Amsterdam V verslagen door Th.M. Ketelaar (vdb) 
  • Versloeg in 1913 F.M. Wibaut (sdap) 
  • Was in 1922 nummer 2 op de kandidatenlijst in de kieskring Rotterdam en nummer 3 op de lijst in de kieskring Zwolle en werd niet gekozen 

niet-aanvaarde politieke functies
  • minister van Arbeid, Handel en Nijverheid, augustus 1929 
  • Tweede Kamervoorzitter, september 1929 

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
  • Alphons de Leythe (pseudoniem in zijn jonge jaren) 
  • mr. Ae. van Singel Ove (pseudoniem in 1895) 
  • Joh. Kerkvliet Azn. (pseudoniem) 

woonplaats(en)/adres(sen)
  • Leiden, Oude Singel, van 1871 tot oktober 1918 
  • 's-Gravenhage, Johan van Oldenbarneveltlaan 82, van oktober 1918 tot 29 december 1942 (ontruimd op last van de bezetter) 
  • 's-Gravenhage, Laan Copes van Cattenburch, van december 1942 tot 1946 
  • 's-Gravenhage, pension Eykenburch, vanaf 1946 

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1911 
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 29 augustus 1938 

relevante buitenlandse reizen
reis naar Rome, van 7 mei 1931 tot 23 mei 1931 (vanwege 40 jaar Rerum Novarum; werd ontvangen door de Paus)

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid Klarenbeekse Club, omstreeks 1899 
  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1917 
  • lid Nieuwe of Litteraire Sociëteit "De Witte" te 's-Gravenhage 

hobby's
speelde cello (in zijn jonge jaren)

publicaties/bronnen

publicaties
  • "Oneerlijke concurrentie en hare bestrijding volgens het Nederlandsche recht" (dissertatie, 1897) 
  • "Christelijke politiek" (1905) 
  • "Volksontwikkeling" (1905) 
  • "Een onbekende enquête naar arbeidstoestanden in 1841" (1915) 
  • "Liberalisme, socialisme en katholieke staats- en maatschappijleer naar Heinr. Pesch", 4 dln. (1908-1917) 

literatuur/documentatie
  • R.A. Fockema "Minister Aalberse en zijn tijd" (1925) 
  • A. Folmer e.a., "Het departement van Arbeid, Handel en Nijverheid onder Minister Aalberse 1918-1925" (1926) 
  • J.P. Gribling, "P.J.M. Aalberse" (dissertatie, 1961) 
  • J.P. Gribling, "Aalberse, Petrus Josephus Mattheus (1871-1948)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 2 
  • J. Maassen, "Aalberse, Petrus Josephus Mattheüs", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel I, 1 
  • "Dagboeken van P.J.M. Aalberse 1902-1947" (bewerkt door A.C.M. Kappelhof en J.P. de Valk, Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, 2006) 
  • Onze Afgevaardigden, 1905, 1909 

Biografisch Woordenboek(en)
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland 
  • biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland 

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Leiden, 21 juli 1898

echtgeno(o)t(e)/partner
E.J.M. Schmier, Elisabeth Joanna Maria (Lies)

kinderen
7 dochters en 1 zoon (één dochtertje in 1918 overleden op bijna 10-jarige leeftijd)

vader
B.H.J. Aalberse, Bartholomeus Hendrikus Johannes

geboorteplaats en/of -datum
Leiden, 23 december 1833

moeder
J. Kerkvliet, Johanna

geboorteplaats en/of -datum
Leiden

broers en zusters
2 broers en 1 zuster

beroep grootvader (vaderskant)
  • wijnwerker (vervoerder van wijn) 
  • winkelier (opgewerkt tot middenstand door huwelijk) 

beroep grootmoeder (vaderskant)
winkelierster

familierelaties
Vader van P.J.M. Aalberse, Tweede Kamerlid en staatsraad

Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was.
Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw aanvullingen per post sturen naar PDC, antwoordnummer 10801, 2501 BW Den Haag of per email aan info@biografieen.com.