PvdA
functie(s) in de periode 1987-2003: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Tine (Tineke)
titulatuur en naam
T. Netelenbos Tine (Tineke)
geboorteplaats en -datum
Wormerveer, 15 februari 1944
Partij/stroming
partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid)
Hoofdfuncties/beroepen
- lerares lager-beroepsonderwijs en middelbaar-beroepsonderwijs, van 1966 tot 1972
- cususleider opvoedkunde volwasseneneducatie, van 1972 tot 1977
- kadertrainer, Provinciale Vrouwenraad Noord-Holland, van 1980 tot 1981
- lid gemeenteraad van Haarlemmermeer, van 7 september 1982 tot 10 september 1987
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 september 1987 tot 22 augustus 1994
- staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (belast het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs), van 22 augustus 1994 tot 3 augustus 1998
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 3 augustus 1998
- minister van Verkeer en Waterstaat, van 3 augustus 1998 tot 22 juli 2002
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 23 mei 2002 tot 30 januari 2003
- waarnemend burgemeester van Oud-Beijerland, van 2 mei 2005 tot 16 oktober 2006
- waarnemend burgemeester van Haarlemmermeer, van 16 oktober 2006 tot 20 april 2007
- waarnemend burgemeester van Ede, van 7 juni 2007 tot 21 januari 2008
takenpakket (staatssecretaris)
- Was als staatssecretaris belast met 1. basisonderwijs, 2. speciaal onderwijs, 3. voortgezet onderwijs, 4. verzorgingsstructuur en 5 ad hoc toe te wijzen aangelegenheden
Partijpolitieke functies
vorige
- lid bestuur PvdA afdeling Haarlemmermeer, van 1973 tot 1976
- lid bestuur PvdA gewest Noord-Holland-Zuid, van 1976 tot 1977
- tweede secretaris PvdA gewest Noord-Holland-Zuid
- voorzitter PvdA gewest Noord-Holland-Zuid, van 1977 tot 1981
- lid partijbestuur PvdA, van 1981 tot 1985
- tweede secretaris partijbestuur PvdA, van 1985 tot september 1987
- lid congrespresidium PvdA
- voorzitter provinciaal contact PvdA Noord-Holland
- voorzitter commissie evaluatie verkiezingsuitslag 1986, van juni 1986 tot oktober 1986
- lid fractiebestuur PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 november 1989 tot 22 augustus 1994
- voorzitter fractiecommissie Onderwijs, PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van november 1989 tot 22 augustus 1994
Nevenfuncties
huidige
- voorzitter programma 'Digivaardig & Digiveilig", vanaf 2012
vorige
- voorzitter progressief overleg in Noord-Holland
- voorzitter gemeenschappelijke schoolraad te Haarlemmermeer
- lid bestuur drugsvrije therapeutische gemeenschap in Kennemerland
- activiteiten in de vrouwen-vredesbeweging
- lid programmaraad Teleac (Televisie-Academie)
- lid "The Netherlands-American Amity Trust" Inc.
- voorzitter Kwaliteitscollege Studiekeuze, vanaf september 2003
- voorzitter Stichting "Annie M.G. Schmidthuis"
- lid Adviesraad EPN (Platform voor de informatiesamenleving)
- lid Adviesraad MS Centrum Amsterdam
- voorzitter Raad van Toezicht RDW (Rijksdienst voor het Wegverkeer), van 1 april 2004 tot 2012
- voorzitter adviesraad "Team Alert" (Stichting van en voor jongeren op het gebied van verkeersveiligheid)
- lid Wetenschappelijke Raad "Policy Research"
- voorzitter TAZ (Task Force Arbeidsmarkt Zeevarenden), vanaf 1 september 2007
- voorziter Museum "De Cruquius", vanaf 2007
- lid algemeen bestuur VNO/NCW, vanaf 2008
- vicevoorzitter Logistieke Alliantie, vanaf 2008
- lid Nationale Havenraad, van 1 juli 2008 tot 1 januari 2012
- Nederlands ambassadeur in WISTA (Women's International Shipping & Trading Association)
- lid Raad van Toezicht Stichting MARIN (Maritime Research Institute Netherlands)
- voorzitter KVNR (Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders), van 11 juni 2008 tot juni 2017
- lid Raad van Bestuur ECSA (European Community Shipowners' Associations), vanaf 2008
- voorzitter bestuur NSCT (Filippijns trainingsinstituut zeevarenden), vanaf 2008
- voorzitter Programmaraad "Digivaardig & Digibewust"
- lid Raad van Toezicht Stichting "Marin" (Maritiem Research Instituut Nederland), vanaf 1 mei 2009
afgeleide functies, presidia etc.
- ondervoorzitter vaste commissie voor het Gehandicaptenbeleid (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 28 november 1989 tot 22 augustus 1994
- voorzitter vaste commissie voor Volksgezondheid (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 6 juni 1991 tot 22 augustus 1994
- voorzitter vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 25 september 2002 tot 30 januari 2003
- lid Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad, van oktober 2002 tot 30 januari 2003
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
lid Comité van Aanbeveling Koninklijke Rotterdamsche Lloyd Museum
Opleiding
voortgezet onderwijs
hoger beroepsonderwijs
- vormingsklas
- lerarenopleiding N-XX, HBO te Amsterdam, tot 1966
Activiteiten
als parlementariër
- Was woordvoerster volksgezondheid en basis- en voortgezet onderwijs van de PvdA-Tweede Kamerfractie. Hield zich ook bezig met het stadsvernieuwingsbeleid.
- Een in 1991 door haar en CDA'er Hermes ingediende en aangenomen motie gaf de aanzet tot de vervanging van mavo en vbo door het vmbo
- Hield zich na mei 2002 als Tweede Kamerlid vooral bezig met volksgezondheid en economische zaken
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Bracht in 1995 een beleidsreactie uit over het tweede advies van de stuurgroep profiel tweede fase. Daarin werd onder meer de ontwikkeling van 'het studiehuis' aangekondigd, waarin scholen voor voortgezet onderwijs grotere vrijheid krijgen om op flexibele wijze een pedagogisch-didactische en organisatorische aanpak te kiezen. Naar aanleiding van het advies werd nieuwe wetgeving aangekondigd over onder meer profielen, vakken, studiebelasting en doelomschrijving van v.w.o., h.a.v.o. als voorbereiding op h.b.o. en w.o. (23.900-VIII, 69)
- Bracht in 1995 de Nota 'Kwaliteitszorg in primair en voortgezet onderwijs (De School als lerende organisatie)' uit. Daarin wordt ingegaan op de wijze waarop scholen worden gestimuleerd tot het voeren van een actief kwaliteitsbeleid. Beleidsdoelen van de overheid zijn, wat de onderwijskundige aspecten betreft: een brede vorming, het bevorderen van een ononderbroken ontwikkelingsgang, maatwerk voor iedere leerling, een goede ondersteuning van leerlingen bij studie- en beroepskeuze, het voorbereiden van jeugdigen op het spelen van een verantwoorde rol in de multiculturele samenleving, en het bestrijden van achterstanden. Leraren moeten hun vaardigheden blijven ontwikkelen en de school moet aandacht besteden aan de verdeling van taken en functies over mannen en vrouwen. Vrouwen moeten een evenredig aandeel krijgen in de schoolleiding. De positie van ouders en leerlingen zal wettelijk worden versterkt; er komt een landelijke onderwijsgids over rechten en plichten tegenover de school. (24.248)
- Bracht in 1998 de emancipatienota OCenW 'Een kristal van kansen' uit
- Zette zich als minister van Verkeer en Waterstaat in voor invoering van een systeem van tolheffing (rekeningrijden) ter oplossing van de fileproblematiek. Automobilisten zouden een heffing krijgen voor het gebruik van bepaalde wegen in de spits. Via een stelsel van tolpoorten moest elektronisch worden bijgehouden welke automobilisten gebruikmaakten van een weg. De plannen stuitten op zowel politieke als maatschappelijke bezwaren en werden niet doorgevoerd. (25.816, nrs. 6, 11 en 12)
- Verzette zich tegen aanleg van de Hogesnelheidslijn over bestaand spoor en hield daarmee vast aan het door haar voorganger vastgestelde (deels ondertundelde) tracé door het Groene Hart (22.026, nr. 82)
- Bracht in 1998 het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport 1999-2003 uit (26.828)
- Nam in 1998 het principebesluit tot invoering van een OV-chipkaart voor het gehele openbaar vervoer (25.088, nr. 28)
- Verleende in 1999 de gemeente Amsterdam f 2125 miljoen (lump sum) subsidie voor de aanleg van de Noord/Zuidlijn plus een tweetal kleinere projecten rond Amsterdam CS (26.633)
- Bracht in 1999 de Beleidsnota 'De derde eeuw spoor' uit. Het vervoer over het hoofdrailnet werd tot 2015 aan één vervoerder gegund, vooralsnog de NS. (26.464)
- Bracht in 1999 een brief uit over de aanbesteding van het grensoverschrijdend vervoer via de HSL-Zuid. Dat vervoer werd in concurrentie aanbesteed. Voor binnenlandse treinen over de HSL-Zuid kreeg de NS de gelegenheid het eerste bod te doen. Afhankelijk van het bod zou ofwel NS rechtstreeks worden gecontracteerd ofwel een aanbesteding plaatsvinden. (dossier 22.026)
- Bracht in 1999 de Kadernota Railveiligheid uit over de veiligheid van het vervoer van reizigers en goederen over zowel de spoorwegen als de regionale en lokale tramwegen. Dit met name in verband met de veranderde rol van de rijksoverheid in het spoorbestel. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan nieuwe ontwikkelingen zoals hogesnelheidstreinen en light-rail, aan de toename van het reizigers in het o.v. en aan ontwikkelingen naar internationale beveiligings- en beheersingssystemen. (26.699)
- Bracht in 2000 de Mainportnotitie Schiphol uit. Hierin wordt ingegaan op het belang voor Nederland van de mainport Schiphol en over de verdere ontwikkeling daarvan. Het kabinet wil aan dat laatste ruimte bieden, maar wel binnen de randvoorwaarden veiligheid, natuur en milieu. (26.959)
- Bracht in 2000 de notitie "Bereikbaarheidsoffensief Randstad" (BOR) uit, waarin onder meer voorstellen voor regionale mobiliteitsfondsen, betaalstroken en tolwegen en een extra financiële impuls voor openbaar vervoer en wegen werden ontvouwd (27.165)
- Diende in 2000 de wetsvoorstellen Concessiewet personenvervoer per trein en Spoorwegwet in en verdedigde deze met succes in de Tweede Kamer. De wetsvoorstellen werden in 2003 door minister De Boer in het Staatsblad gebracht. (27.216 & 27.482)
- Besloot in 2001 af te zien van aanleg van de HSL-Oost (Utrecht-Arnhem-Duitse grens) en in plaats daarvan voor het vervoer gebruik te laten maken van bestaand spoor. Via inpassingsmaatregelen moest de kwaliteit van de leefomgeving worden verbeterd en er zouden onder meer geluidsschermen komen. Pas op termijn zou over verhoging van de snelheid tot 200 km/u worden besloten. (22.026, nr. 140)
- Ondertekende in juli 2001 een memorandum of understanding met NS/KLM inzake het sluiten van een contract voor het vervoer over de HSL-Zuid. De reistijd Amsterdam-Brussel-Zuid zou 35 minuten bedragen en die van Amsterdam-Parijs 183 minuten. Het contract kreeg een looptijd van 15 jaar. Het contract werd in oktober 2001 getekend. (22.026, nr. 141)
- Verbood in februari 2002 het handmatig telefoneren vanuit een rijdende auto of invalidevoertuig of op een bromfiets
- Op 23 april 2002 verwierp de Tweede Kamer de door haar verdedigde pkb inzake het Nationaal Verkeer- en vervoersplan (27.455)
- Voerde in 2002 het voorlopige rijbewijs voor jongeren in. Na verkeersovertredingen kan dit, in de eerste vijf jaar dat het rijbewijs in bezit is, worden ingenomen.
- Verdedigde in 2002 de door haar in 2000 ingediende wetsvoorstellen Spoorwegwet en Concessiewet in de Tweede Kamer. De wetten werden in 2003 door haar opvolger De Boer in het Staatsblad gebracht. (27.216 & 27.482)
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1994 de Wet 'Weer samen naar school' (Wsns) in het Staatsblad (Stb. 940). Deze wet moet het basisonderwijs meer faciliteiten bieden voor het geven van onderwijs aan moeilijk lerende en moeilijk opvoedbare kinderen. Het wetsvoorstel was in 1993 door minister Ritzen ingediend en door hem in 1994 verdedigd in de Tweede Kamer. (23.486)
- Bracht in 1995 een wet (Stb. 318) tot stand tot invoering van lump-sum (bedrag ineens) bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van scholen voor vwo, avo en vbo en tot decentralisatie van de rechtspositieregeling van die scholen. Per 1 augustus 1996 wordt het FBS (formatiebudgetsysteem) vervangen door lump-sum-bekostiging op basis van de gemiddelde personeelslast van de school (School-GPL), een genormeerd bedrag op jaarbasis. (23.948)
- Bracht in 1995 een wet (Stb. 319) tot stand over samenvoeging van de schoolsoorten onderwijs aan blinde kinderen en onderwijs aan slechtziende kinderen tot de schoolsoort onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen. (24.136)
- Bracht in 1996 samen met staatssecretaris Van de Vondervoort de Wet decentralisatie huisvestingsvoorzieningen in het primair en voortgezet onderwijs (Stb. 402) tot stand. De verantwoordelijkheid voor deze huisvesting komt bij de gemeenten en de rijksbemoeienis wordt drastisch verminderd. Gelden hiervoor worden overgeheveld naar het Gemeentefonds. (24.455)
- Bracht in 1996 een wet (Stb. 580) tot wijziging van diverse onderwijswetten tot stand inzake de bestuursvorm van het openbaar onderwijs. Gemeenten krijgen de mogelijkheid het bestuur van een school te verzelfstandigen. Een aantal taken, zoals de keuze van de bestuursvorm, beslissing over opheffing van een openbare school, benoeming enz. van bestuursleden en het toezicht op onder andere de naleving van de wetgeving, blijft de verantwoordelijkheid van de gemeente. (24.138)
- Bracht in 1996 een wet (Stb. 649) tot wijziging van diverse onderwijswetten tot stand inzake financiële gelijkstelling. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om bij verordening de verplichting uit te schakelen, dat gelden die openbare scholen krijgen bij overschrijdingen automatisch ook aan bijzondere scholen moeten worden gegeven. Dit moet leiden tot doelmatiger besteding van middelen en tot bredere inzet van extra middelen voor het gehele onderwijs. (24.645)
- Bracht in 1997 een wet (Stb. 105) tot stand die evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in het management van scholen moet bevorderen. Ingeval van ondervertegenwoordiging van vrouwen in de directie van een school, en in het basisonderwijs bij ondervertegenwoordiging in de functie van directeur, danwel adjunct-directeur, moet het bevoegd gezag minstens eens in de twee jaar een document inzake evenredige vertegenwoordiging vaststellen. Tevens moet worden aangegeven volgens welk tijdpad de in dat document opgenomen streefcijfers worden bereikt. Daarmee is het voeren van een op evenredigheid gericht beleid verplicht. (24.149)
- Bracht in 1997 de Wet gemeentelijk onderwijsachterstandbeleid (Stb. 237) tot stand. Deze wet verplicht gemeenten een onderwijsachterstandenplan vast te stellen en legt de basis voor een specifieke doeluitkering aan gemeenten voor het beleid op dit gebied. Scholen en schoolbesturen krijgen een inhoudelijke verplichting ten aanzien van het tegengaan van onderwijsachterstanden. (24.778)
- Bracht in 1997 een wet (Stb. 322) tot stand inzake de invoering van de profielen in het voortgezet onderwijs. Deze bevat nadere omschrijving voor de exameneisen van havo en vwo. Leerlingen kunnen niet meer de samenstelling van hun vakkenpakket vrij kiezen, maar krijgen een onderwijsaanbod dat bestaat uit profielen (samenhangende onderwijsprogramma's). (25.168)
- Bracht in 1998 een wet (Stb. 148) tot stand waarbij gemeenten, indien zij van rijkswege daarvoor middelen ontvingen, de bevoegdheid en verplichting krijgen om een eigen gemeentelijk plan vast te stellen inzake onderwijs in allochtone levende talen (oalt). (25.176)
- Bracht in 1998 de Wet op het primair onderwijs (WPO) (Stb. 228) tot stand, waarbij de bepalingen over het onderwijs aan leerlingen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden uit de Wet op het basisonderwijs en de wet op het speciaal onderwijs worden samengevoegd. Het onderwijs aan overige leerlingen uit het speciaal onderwijs komt te vallen onder de nieuwe Wet op de expertisecentra (WEC). De WEC vervangt de Interimwet Speciaal Onderwijs en Voortgezet Speciaal Onderwijs. (25.409)
- Bracht in 1998 de wetten tot stand over de bestuursvorm van samenwerkingsscholen (Stb. 294) en over de bestuursvorm van openbaar onderwijs (Stb. 580), die samenwerking van openbare en bijzondere scholen regelde. (24.137 & 24.138)
- Bracht in 1998 een wet (Stb. 337) tot stand inzake regeling van de leerwegen mavo en vbo en tot invoering leerwegondersteunend en praktijkonderwijs, waardoor betere aansluiting moest worden verkregen tussen regulier voortgezet onderwijs en voortgezet beroepsonderwijs. Voor het mavo wordt de theoretische leerweg in de wet verankerd; voor het vbo de beroepsgerichte leerweg en voor scholengemeenschappen met mavo en vbo de gemengde leerweg. Op uiterlijk 1 januari 1999 maken alle vbo-scholen verplicht deel uit van een samenwerkingsverband met scholen voor regulier voortgezet onderwijs (vmbo). Het individueel vbo wordt per 1 augustus 1998 omgezet in scholen of afdelingen voor leerwegondersteunend onderwijs. (25.410)
- Bracht in 1998 een wet (Stb. 398) tot stand over de invoering van een vierjaarlijks schoolplan en een schoolgids. Dit zijn nieuwe instrumenten voor kwaliteitsbeleid. Het bevoegd gezag ziet toe op het uitvoeren van het schoolplan, waarin onder meer het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het kwaliteitsbeleid zijn beschreven. De Schoolgids bevat onder meer informatie over de werkwijze van de school, over de doelen van het onderwijs en over de wijze waarop de verplichte onderwijstijd wordt benut. (25.459)
- Bracht in 1998 als minister van Verkeer en Waterstaat de Tunnelwet Westerschelde (Stb. 600) tot stand, die machtigt tot oprichting van een NV voor het bouwen, onderhouden en exploiteren van een tunnel onder de Westerschelde. (25.675)
- Bracht in 1999 de Wet procedures vijfde landingsbaan Schiphol in het Staatsblad (Stb. 17). Met deze wet worden de procedures rond de aanleg van de vijfde start- en landingsbaan van Schiphol versneld en gestroomlijnd. Het voorstel was door haar voorgangster ingediend. (25.863)
- Bracht in 1999 de Wet deregulering taxivervoer (Stb. 535) tot stand, die de rol van de taxi bij de mobiliteit moet bevorderen. Er komt een nieuwe regeling voor het vergunningenstelsel, de positie van consumenten wordt versterkt en de minister krijgt de bevoegdheid een maximumtarief vast te stellen. Het wetsvoorstel was in 1998 door haar voorgangster ingediend. (25.910)
- Bracht in 2000 de Wet personenvervoer 2000 (Stb. 314) tot stand, waardoor het busvervoer wordt geliberaliseerd. Lagere overheden kunnen busverbindingen openbaar aanbesteden en zo voorwaarden stellen aan de dienstverlening. (26.456)
- Bracht in 2002 een wijziging van de Luchtvaartwet (Stb. 374) tot stand, waardoor er een wettelijke grondslag komt voor het vijfbanenstelsel op de luchthaven Schiphol en een nieuw stelsel van grenzen, informatievoorziening en handhaving van geluidnormen. (27.603)
- Bracht in 2002 de Wet bereikbaarheid en mobiliteit (Stb. 406) tot stand. De wet regelde het tegen betaling rijden met een motorvoertuig op de weg om de bereikbaarheid van de economische en andere centra over de weg te verbeteren en de mobiliteit te stroomlijnen. Er zouden twee mobiliteitstarieven (expresbaantarief en toltarief) komen en vorming van regionale mobiliteitsfondsen zou worden bevorderd. Het door minister Jorritsma in 1997 ingediende wetsvoorstel Wet op het rekeningrijden werd ingetrokken. De totstandgekomen wet werd nimmer uitgevoerd. (27.552)
Wetenswaardigheden
algemeen
- In het rapport van de enquêtecommissie-Bijlmerramp werd ernstige kritiek geuit op de door de achtereenvolgende ministers van Verkeer en Waterstaat geleverde inspanningen om informatie over de lading van het neergestorte toestel te achterhalen. Bovendien stelde de commissie dat de Kamer meermalen onjuist was ingelicht. Na het 18 uur durende debat over dit rapport werd op 3 juni 1999 een door Rosenmöller ingediende motie van afkeuring van haar beleid echter verworpen.
- Trok zich in april 2002 terug als kandidaat voor de functie van Commissaris van de Koningin in Noord-Holland, nadat de Staten van Noord-Holland een voorkeur hadden uitgesproken voor de andere kandidaat, secretaris-generaal Borghouts (GL) van het ministerie van Justitie. Zij had gesolliciteerd, nadat haar te kennen was gegeven dat zij de voornaamste kandidaat zou zijn.
- In het rapport van de onderzoekscommissie onderwijsvernieuwingen werd kritiek geuit op de achteraf bezien te snelle invoering van het studiehuis. Hoewel van diverse kanten was gewaarschuwd dat scholen nog niet 'klaar' waren, zette zij de invoering vanaf september 1998 toch door. Er was bovendien onvoldoende aandacht besteed aan de implementatie van het studiehuis.
uit de privésfeer
- Een zus van haar was wethouder van Zaandam en burgemeester van Doetinchem (2000-2006) en van Lelystad (2006-2016)
verkiezingen
- Werd in 2003 bij de strijd om het lijsttrekkerschap van de PvdA bij de Europese Verkiezingen van 2004 verslagen door M.J. van den Berg. Kreeg 13 procent van de stemmen, terwijl M. van Putten 15 en M. van den Berg 70 procent van de stemmen kregen. Zag enige tijd later ook af van een plaats op de kandidatenlijst.
pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen
"Tolpoort Tineke" (vanwege haar plannen met rekening-rijden)
ridderorden
Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 10 december 2002
hobby's
bergsport, wandelen, tuinieren
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- partijblad "Voorwaarts", 1 december 1989
- T. van Rijckevorsel en H. Enkelaar, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1988)
- Toof Brader en Marja Vuijsje, "Haagse portretten. Tweede-Kamerleden, ministers, staatssecretarissen" (1995, 1999)
- John Schoorl en Bert Wagendorp, "Tineke heeft het gedaan", De Volkskrant, 15 september 2004
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Wormerveer, 22 maart 1967
kinderen
1 dochter en 1 zoon