De volgende Verenigde Vergaderingen zijn gehouden:
19 april en 22 juli 1850
Behandeld werden: 1. een wetsvoorstel tot regeling der voogdij over de troonopvolger voor het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn; 2. een wetsvoorstel tot vaststelling van bepalingen ten aanzien van de aanvaarding van het regentschap. Het eerste voorstel werd verworpen; het tweede aangenomen. Daarnaast werd het Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering vastgesteld.
29 juli en 1 augustus 1884
In deze vergaderingen werd behandeld: een wetsvoorstel tot benoeming van een regentes voor het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn. Het wetsvoorstel werd aangenomen.
16 en 18 juli en 11 en 12 september 1888
Behandeld werd een wetsvoorstel tot regeling der voogdij over H.K.H. prinses Wilhelmina, voor het geval zij bij troonsopvolging minderjarig zou zijn. Het wetsvoorstel werd aangenomen. Tevens stelde de Verenigde Vergadering een nieuw Reglement van Orde vast.
2 en 3 april 1889
In deze vergaderingen werd behandeld: het verslag van de ministerraad over het buiten staat geraken van koning Willem III om de regering nog langer waar te nemen.
Op 3 april verklaarde de vergadering dat inderdaad sprake was van die toestand. De Raad van State trad op grond van deze constatering, bij het ontbreken van een regent, op als waarnemer van het koninklijk gezag.
30 april en 2 mei 1889
Op 2 mei verklaarde de Verenigde Vergadering dat de koning weer in staat was om te regeren. Een wetsvoorstel over het benoemen van een regentes werd op grond daarvan niet, zoals eerst wel in de bedoeling lag, ingediend.
28 en 29 oktober 1890
In deze vergaderingen werd behandeld: het verslag van de ministerraad over het buiten staat geraken van koning Willem III om de regering nog langer waar te nemen.
Op 29 oktober verklaarde de vergadering dat er sprake was van die toestand. De Raad van State trad op grond van deze constatering, bij het ontbreken van een regent, op als waarnemer van het koninklijk gezag.
12 en 14 november 1890
In deze vergaderingen werd behandeld: het wetsvoorstel tot benoeming van een regentes van het Koninkrijk (koningin Emma) zolang de koning niet in staat was te regeren. Het wetsvoorstel werd aangenomen. Het verscheen in Staatsblad 170 van 14 november 1890.
19 en 31 maart en 9 april 1909
Het wetsvoorstel tot aanwijzing van koningin-moeder Emma tot regentes in het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn, werd behandeld. Mocht Emma overlijden dan zou prins Hendrik als regent optreden. Prins Hendrik werd aangewezen als voogd over de (eventuele) minderjarige troonopvolger.
Het wetsvoorstel werd ingediend in verband met de aanstaande bevalling van koningin Wilhelmina. Het werd zonder stemming aangenomen (ook de sociaaldemocraten stemden voor).
8 en 10 oktober 1947
In deze Verenigde Vergadering werd behandeld een wetsvoorstel waardoor het voor koningin Wilhelmina mogelijk werd zich in verband met haar gezondheid tijdelijk te laten vervangen door prinses Juliana. Het wetsvoorstel werd met algemene stemmen aanvaard.
28 maart 1950
In deze vergadering werden behandeld de wetsvoorstellen 1. benoeming van een regent in geval van erfopvolging tijdens minderjarigheid van de troonopvolger; en 2. benoeming van een voogd en regeling van de voogdij over de minderjarige koning. Prins Bernhard werd aangewezen als voogd en regent.
Het woord werd gevoerd door Gortzak (CPN), Tweede Kamervoorzitter Kortenhorst (namens de commissie van rapporteurs) en het CHU-lid Schmal. Namens het kabinet sprak viceminister-president Van Schaik Beide voorstellen werden zonder stemming aangenomen. De leden van de CPN waren bij de stemming afwezig.
9 juni 1981
In deze Verenigde Vergadering, die voorafging aan de sluiting van de zitting 1980/1981, werd een nieuw Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering behandeld.
Aanpassing was nodig omdat het reglement nog niet was aangepast aan de uitbreiding van het ledental in 1956, er nog oude spelling werd gebruikt en procedures aan modernisering toe waren. Het nieuwe reglement werd met algemene stemmen aangenomen.
Verder werden behandeld: 1. een wetsvoorstel tot benoeming van Prins Claus tot regent van het Koninkrijk en van Prinses Margriet tot regentes van het Koninkrijk voor het geval er een minderjarige troonopvolger zou zijn; 2. een wetsvoorstel tot benoeming van een voogd en tot regeling van de voogdij over de minderjarige koning
Beide voorstellen werden zonder stemming aangenomen. De fracties van de PSP uit beide Kamers kregen aantekening dat zij geacht werden tegen te hebben gestemd.
22 maart 1994
Behandeld werd het voorstel van rijkswet Bepalingen inzake de beëdiging van de regent (4, R1374). Het woord voerde Eerste Kamerlid Postma en premier Lubbers. Het wetsvoorstel werd met algemene stemmen aangenomen.
In deze vergadering werd tevens een algehele wijziging van het Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering behandeld. Het woord werd hierbij gevoerd door het Tweede Kamerlid Jurgens en Eerste Kamervoorzitter Tjeenk Willink, die het voorstel verdedigde.
Aangezien de Voorzitter het woord voerde, werd de vergadering geleid door de laatst afgetreden voorzitter, Steenkamp. Het nieuwe reglement werd met algemene stemmen aangenomen.
31 maart 1998
In deze vergadering werd het voorstel van rijkswet tot toestemming voor het huwelijk van prins Maurits met Marie-Hélène Angela van den Broek behandeld. Het woord werd gevoerd door de Tweede Kamerleden Van der Burg (CDA), Te Veldhuis (VVD), Rehwinkel (PvdA), Rouvoet (RPF), Aiking-van Wageningen (Groep-Nijpels), Schutte (GPV) en Th. Hendriks en de Eerste Kamerleden Tiesinga-Autsema (D66) en Holdijk (SGP). Namens de regering voerde premier Kok kort het woord. Het wetsvoorstel werd aangenomen met alleen de SGP tegen.
30 mei 2000
In deze vergadering werd het voorstel van rijkswet voor het verlenen van toestemming voor het huwelijk van prins Bernhard jr. (1972) met Annette Sekrève behandeld. De leden Zwerver, Pitstra, Van Schijndel en Platvoet (allen GroenLinks) lieten aantekenen dat zij geacht wensten te worden tegen te hebben gestemd.
10 april 2001
In deze vergadering werd het voorstel van rijkswet tot toestemming voor het huwelijk van prins Constantijn (1969) met Petra Laurentien Brinkhorst behandeld.
Het woord werd gevoerd door de Tweede Kamerleden Rehwinkel (PvdA), Te Veldhuis (VVD), Scheltema-de Nie (D66) en Van Middelkoop (ChristenUnie) en de Eerste Kamerleden Pastoor (CDA), De Boer (GroenLinks) en Holdijk (SGP). Namens de regering voerde premier Kok kort het woord.
Van GroenLinks stemden vier Eerste Kamerleden en één Tweede Kamerlid vanwege principiële redenen tegen.
3 juli 2001
In deze vergadering werd het voorstel van rijkswet tot toestemming voor het huwelijk van prins Willem-Alexander (1967) met Máxima Zorreguieta behandeld.
Het woord werd gevoerd door de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer Melkert (PvdA), Dijkstal (VVD), De Hoop Scheffer (CDA), Rosenmöller (GroenLinks) en De Graaf (D66) en de fractievoorzitters uit de Eerste Kamer Veling (ChristenUnie) en Holdijk (SGP). Namens de regering voerde premier Kok het woord.
Minderheden van de fracties van GroenLinks, PvdA en D66 (in totaal vijftien leden) stemden tegen, deels vanwege republikeinse opvattingen en deels vanwege het omstreden verleden van de vader van Máxima. De zeven SP-leden waren niet aanwezig.
 |
