![]() |
De Nederlandse koloniale politiek tot 1940 |
Indonesische onafhankelijkheid |
Onderhandelen, vechten, onderhandelen |
![]() |
![]() |
Naar een oplossing |
![]() |
Gevolgen voor de Nederlandse politieke verhoudingen |
Na 1949 |
Tijdbalk |
| overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen |
Kamerdebatten |
| rede minister Welter in 1939 | |
| verklaring minister Logemann in 1945 |
Nederlandse hoofdrolspelers |
![]() |
| Willem Schermerhorn | |
| Willem Schermerhorn (vrijzinnig-democraat, PvdA) was de eerste naoorlogse premier. In die functie, maar ook na zijn vertrek uit die functie in 1946 speelde hij een belangrijke rol bij de dekolonisatiepolitiek in de jaren 1945-1949. In 1946 bracht hij als lid van de Commissie-Generaal die onderhandelde met de Indonesische leiders het Akkoord van Linggadjati tot stand over vorming van een Nederlands-Indonesische Unie. Nadien bleef hij als Tweede Kamerlid een rol spelen in debatten over de dekolonisatie. |
![]() |
| Louis Beel | |
| De KVP'er Louis Beel was minister-president in de periode 1946-1948 en in 1948-1949 als Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon de hoogste gezagsdrager in Nederlands-Indi¡. Hij was voorstander van een harde lijn tegenover de Indonesische republikeinen. Begin 1949 nam hij gedwongen afscheid van Indi¡ en was zijn rol uitgespeeld. |
![]() |
| Willem Drees | |
| Willem Drees (PvdA) was vooral als minister-president in de periode 1948-1949 nauw betrokken bij de Indi¡-politiek. Hij was tegenstander van militair optreden en trachtte via onderhandelingen tot een vergelijk te komen met de Indonesische leiders. Uiteindelijk legde hij zich eind 1948 neer bij een tweede militair optreden. In 1949 ging hij voor overleg naar Indonesi¡. Later dat jaar verdedigde hij met andere ministers de soevereiniteitsoverdracht. |
![]() |
| J.H.A. Logemann | |
| Minister van Overzeese Gebiedsdelen in het kabinet-Schermerhorn/Drees die te maken kreeg met het uitroepen van de Republiek Indonesia en de daarop volgende vrijheidsstrijd van de Indonesi¡rs. Wilde niet met Soekarno onderhandelen vanwege diens banden met de Japanners tijdens de oorlog. Voerde op landgoed 'De Hoge Veluwe' wel besprekingen met andere Indonesi¡rs over de toekomst van Nederlands-Indi¡. Was voor de oorlog hoogleraar staatsrecht in Batavia (het latere Djakarta) en behoorde in Nederlands-Indi¡ tot 'de Stuw'-groep van progressieve bestuurders en hoogleraren. Werd daarom in rechtse kringen gewantrouwd. Na zijn ministerschap korte tijd Tweede Kamerlid en daarna wederom hoogleraar, ditmaal in Leiden. |
![]() |
| H.J. van Mook | |
| Koloniaal bestuurder en minister. Behoorde in het interbellum tot de vooruitstrevende krachten in Nederlands-Indi¡ rond het blad 'De Stuw'. Ondanks zijn opvattingen werd hij topambtenaar bij het Indische Gouvernement. Week na de inval van Japan uit naar Australi¡ en ging van daar naar Londen en werd minister van Koloni¡n. Na 1945 de hoogste Nederlandse gezagsdrager in Nederlands-Indi¡ tot hij uit onvrede over de Indi¡-politiek van de naoorlogse kabinetten verbitterd ontslag nam. Werd daarna hoogleraar in de Verenigde Staten. |
![]() |
| J.A. Jonkman | |
| Kenner van Nederlands-Indi¡ die Minister van Overzeese Gebiedsdelen was in het kabinet-Beel I en later Eerste Kamervoorztter. Behoorde in Nederlands-Indi¡ tot de progressieve figuren rond het blad 'De Stuw'. Als minister kreeg hij te maken met de Indonesische vrijheidsstrijd. Probeerde een realistische koers te varen, waarbij gestreefd werd naar overeenstemming met de Republiek Indonesia. Het in het najaar van 1946 gesloten Akkoord van Linggadjati bleek uiteindelijk geen basis voor overeenstemming en in 1947 werd overgegaan tot de eerste politionele actie tegen de Republiek. Na zijn ministerschap was hij lange tijd een gewaardeerde Senaatsvoorzitter. Naar buiten toe formalistisch, maar tevens sociaal voelend en beschikkend over verfijnde humor. |
![]() |
| Maan Sassen | |
| Katholiek politicus die vooral een belangrijke rol speelde in de Indonesische kwestie. Was advocaat en gedeputeerde. Behoorde tot de voorstanders van een personalistisch socialisme. Werd in 1946 als juridisch specialist Tweede Kamerlid voor de KVP. In 1948 schoof KVP-leider Romme, met wiens nicht hij was getrouwd, hem naar voren als minister van Overzeese Gebiedsdelen in het eerste kabinet-Drees. Was voorstander van een harde lijn jegens de Republiek Indonesia en kwam in het kabinet daarover in conflict met zijn collega's, waarop hij in 1949 aftrad. Nadien Eerste Kamerlid, EG-commissaris en ambassadeur bij de Europese Gemeenschappen. Zelfbewust politicus, die het soms aan tact ontbrak. |
![]() |
| Carl Romme | |
| Sinds 1946 voorman van de KVP, die gedurende het gehele proces van dekolonisatie een grote stempel op het beleid drukte. Bewerkstelligde in 1946 samen met zijn collega-fractievoorzitter Van der Goes van Naters (PvdA) dat Nederland een eigen uitleg gaf aan het Akkoord van Linggadjati. Later werkte hij mee aan het bereiken van overeenstemming met de Indonesische leiders. |
![]() |
| J.H. van Maarseveen | |
| Advocaat en minister, die begin 1949 de portefeuille Overzeese Gebiedsdelen overnam van zijn partijgenoot Sassen. Was veel meer dan zijn voorganger bereid om tot een akkoord te komen met de Republikeinse leiders. Eind 1949 was hij de voornaamste verdediger namens het kabinet van de soevereiniteitsoverdracht. |