Dit liberale kabinet telt enkele ministers van het voorgaande kabinet, die medestander zijn van minister van Koloniën Fransen van de Putte (de zgn. Puttianen). Het kabinet komt al spoedig ten val over de grondpolitiek in Nederlands-Indië. Met steun van acht Thorbeckianen zorgen de conservatieven voor aanneming van een amendement-Poortman op de ontwerp-Cultuurwet. Dat amendement is onaanvaardbaar voor het kabinet.
De Cultuurwet van Fransen van de Putte moet in Nederlands-Indië verhuur van grond aan niet-inlandse bedrijven en grondbezit door inlanders mogelijk maken. Het amendement-Poortman beoogt inlanders wel het gebruiksrecht van de grond te geven, maar niet het bezit. Dat bezit moet in handen blijven van de dessa (het dorp).
Na aanneming van het amendement trekt het kabinet op 18 mei 1866 het wetsvoorstel in, en treedt het af.