Dit eerste kabinet onder leiding van Hendrik Colijn, die bij de verkiezingen als sterke man was geafficheerd, nadat hij als minister van Financiën in het vorige kabinet een op bezuinigingen gericht financieel beleid had gevoerd, houdt het slechts kort uit. Het komt in november 1925 na de 'Nacht van Kersten' ten val.
Het kabinet is een 'rechts' kabinet: het bestaat uit ministers van ARP, CHU en katholieken, alsmede de partijloze liberaal Van Karnebeek.
Tot enige beleidsdaad van betekenis is het kabinet niet kunnen komen.
Kort na de algemene beschouwingen over de begroting voor 1926 wordt in de late avond van 10 november 1925 bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken door de SGP'ers Kersten en Zandt een amendement ingediend, dat tot doel heeft de gelden voor het gezantschap bij de Paus te schrappen. De katholieke voorman Nolens waarschuwt dat aanneming tot ontslagaanvrage van de katholieke ministers zal leiden. Die avond voorafgaande aan de crisis gaat de geschiedenis in als de 'Nacht van Kersten'.
Een dag later, op 11 november 1925, wordt 'het vonnis' geveld. Met steun van de gehele oppositie en van regeringspartij CHU wordt het SGP-amendement aangenomen. Opvallend is dat CHU-fractievoorzitter De Visser en twee antirevolutionairen afwezig zijn. De aanwezige leden van de ARP-fractie stemmen, met die van de RKSP, tegen.
Koloniën
minister a.i.: H. Colijn (arp) (4 augustus 1925 - 26 september 1925)
minister: Ch.J.I.M. Welter (r.k. kiesver.) (26 september 1925 - 8 maart 1926)
Na twee periodes onder leiding van een katholieke minister-president wordt aangestuurd op een kabinet dat geleid wordt door een protestant. Colijn, sinds 1923 minister van Financiën, komt daarvoor volgens velen het meest in aanmerking. Aan hem wordt op 15 juli dan ook de formatie-opdracht verleend.
Het gezantschap bij de Paus is het grootste geschilpunt tussen de drie rechtse partijen, omdat met name de CHU vindt dat er een einde aan moet komen. Het gezantschap is tijdens de Eerste Wereldoorlog namelijk aanvankelijk met een tijdelijk karakter ingesteld. Bij gebrek aan alternatieven gaan de drie partijen toch met elkaar in zee. Op 1 augustus is de formatie voltooid. Voor de CHU komen twee vooraanstaande leiders, De Geer en Schokking, in het kabinet.