Bij deze Tweede Kamerverkiezingen, die nodig waren vanwege de aanstaande Soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, kwam de KVP als sterkste uit de bus. Net als in 1946 behaalde zij 32 zetels. De PvdA verloor daarentegen twee zetels en kwam op 27 zetels.
Winst was er voor de VVD (de voortzetting van de PvdV) en de CHU (één zetel). Als lijsttrekker van de VVD keert Oud terug in de Kamer. De CPN verloor twee zetels. Ter rechterzijde kwam oud-minister van Koloniën Welter via een eigen lijst in de Kamer. Welter keerde zich tegen de, in zijn ogen te progressieve, koers van de KVP en tegen het Indiëbeleid van het kabinet-Beel.
De kabinetsformatie was erop gericht een kabinet te vormen dat, met het oog op de Grondwetsherziening, over een tweederde meerderheid kon beschikken. Dat leidde in augustus tot het door KVP, PvdA, CHU en VVD gesteunde kabinet-Drees/Van Schaik.
De meest spraakmakende nieuwkomer was ongetwijfeld Pieter Sjoerds Gerbrandy, de oorlogspremier die als rebels AR-Kamerlid zou ageren tegen de Indiëpolitiek. Een geducht debater was ook de communistenleider Henk Gortzak. De KVP zag Frans Joseph van Thiel na deze verkiezingen in haar fractie verschijnen. Bij de PvdA behoorde de vroegere communist Jacques de Kadt tot de nieuwelingen. Hij was inmiddels fel anti-communistisch.