Het eerste kabinet-Beel wordt gevormd na de eerste naoorlogse verkiezingen en bestaat uit ministers van KVP en PvdA, alsmede drie partijloze personen. Minister-president Beel is afkomstig uit de KVP. De samenwerking tussen KVP en PvdA staat bekend als 'het nieuwe bestand' en legt de basis voor een gematigd progressief beleid.
De wederopbouw van Nederland na de Duitse bezetting wordt door dit kabinet verder ter hand genomen. Verder worden eerste stappen gezet op weg naar de verzorgingsstaat. Onderhandelingen over een Nederlands-Indonesische Unie en de daaruit voortvloeiende onrust in Nederlands-Indië vragen de nodige aandacht. Het kabinet treedt af na de verkiezingen van 1948. Deze zijn nodig voor een grondwetswijziging in verband met de naderende onafhankelijkheid van Indonesië.
Een belangrijke wet die in deze periode wordt aangenomen is (in 1947) de Noodwet Ouderdomsvoorziening van minister Drees.
In november 1946 komt het Akkoord van Linggadjati tot stand over de vorming van een Nederlands-Indonesische Unie. Nederland is bereid de soevereiniteit van de Republiek Indonesia over Java en Sumatra te erkennen. Omdat Nederland op aandrang van de Tweede Kamer (motie-Romme/Van der Goes van Naters) het akkoord anders uitlegt dan Indonesië komt er geen einde aan het conflict.
In 1947 besluit het kabinet tot een militaire actie tegen de Republiek Indonesië, de eerste politionele actie. Nederland verwijt de Republiek de uitvoering van het Akkoord van Linggadjati te frustreren. Na ingrijpen van de Verenigde Naties wordt de actie beëindigd en het overleg hervat.
Marine
minister a.i.: A.H.J.L. Fiévez (kvp) (3 juli 1946 - 7 augustus 1946)
minister: J.J.A. Schagen van Leeuwen (partijloos) (7 augustus 1946 - 25 november 1947)
minister a.i.: A.H.J.L. Fiévez (kvp) (25 november 1947 - 7 augustus 1948)
Openbare Werken en Wederopbouw
minister: Dr. J.A. Ringers (lib.-partijloos) (3 juli 1946 - 15 november 1946)
minister a.i.: Ir. H. Vos (pvda) (15 november 1946 - 1 maart 1947)
Wederopbouw en Volkshuisvesting
minister: L. Neher (pvda) (3 maart 1947 - 1 maart 1948)
minister: Dr. J. in 't Veld (pvda) (1 maart 1948 - 7 augustus 1948)
Verkeer
minister: Ir. H. Vos (pvda) (3 juli 1946 - 1 maart 1947)
Verkeer en Waterstaat
minister: Ir. H. Vos (pvda) (1 maart 1947 - 8 augustus 1948)
Economische Zaken
minister: Dr. G.W.M. Huysmans (kvp) (3 juli 1946 - 14 januari 1948)
minister a.i.: S.L. Mansholt (pvda) (14 januari 1948 - 21 januari 1948)
minister: Dr. J.R.M. van den Brink (kvp) (21 januari 1948 - 7 augustus 1948)
Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
minister: S.L. Mansholt (pvda)
Zonder portefeuille
minister voor Buitenlandse Zaken: Mr. E.N. van Kleffens (partijloos) (3 juli 1946 - 1 juli 1947)
minister voor begrotingstechnische zaken Overzeese Gebiedsdelen: L. Götzen (a.r., maar partijloos) (11 november 1947 - 7 augustus 1948)
Twee partijloze ministers treden af, omdat ze vinden dat er krachtiger moet worden opgetreden tegen de Republiek Indonesia: in november 1946 treedt minister Ringers van Openbare Werken af, en een jaar later minister Schagen van Leeuwen van Marine.
Omdat minister Jonkman dreigt overwerkt te raken door de Indonesische kwestie en Beel zich daarmee bovendien meer wil bemoeien, wordt hij in 1947 minister van het opnieuw ingestelde Algemene Zaken. Beel wordt op Binnenlandse Zaken opgevolgd door de Noord-Hollandse gedeputeerde Witteman. Daarnaast wordt in 1947 een minister zonder portefeuille benoemd op het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen.
Minister Van Kleffens treedt per 1 juli 1947 af, omdat hij voorzitter is geworden van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.
In januari 1948 treedt minister Huysmans (KVP) van Economische Zaken vanwege gezondheidsklachten af. Zijn opvolger, de Nijmeegse hoogleraar Van den Brink, is met zijn 31 jaar de jongste minister uit de parlementaire geschiedenis.
De opvolger van Ringers, Neher, wordt in maart 1948 gedelegeerde van het Opperbestuur in Nederlands-Indië. Zijn opvolger is de Zaanse burgemeester In 't Veld (PvdA).
Na de eerste naoorlogse verkiezingen komt er al gauw samenwerking tussen KVP en PvdA tot stand ('het nieuwe bestand'). Maar de politiek leider van de grootste partij, de KVP'er Romme, wordt niet met de formatie belast. De PvdA heeft bezwaren tegen zijn persoon. Romme schuift daarop Beel (KVP) naar voren. Deze vormt daarop het eerste rooms-rode parlementaire kabinet na de oorlog.
De KVP en de PvdA leveren de ministers, tezamen met enkele partijlozen. Het is het begin van de rooms-rode samenwerkingsperiode, de coalitie van de KVP en de PvdA, die tot 1958 stand houdt.