Dit kabinet, ook wel Drees/Van Schaik genoemd, moest 'brede basis' hebben om Grondwetsherziening mogelijk te maken. Dat is wenselijk vanwege de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, die uiteindelijk in december 1949 na veel strijd tot stand komt. De verdere wederopbouw van Nederland na de Duitse bezetting krijgt dankzij de Marshall-hulp een krachtige impuls.
Het kabinet bestaat uit ministers van de PvdA, KVP, VVD, CHU en twee partijloze ministers. Minister-president Drees is afkomstig uit de PvdA.
Als in januari 1951 de VVD-fractie met een (overigens verworpen) motie van afkeuring komt over het Nieuw-Guineabeleid, vraagt minister Stikker (VVD) van Buitenlandse Zaken ontslag. Omdat hiermee de basis aan het kabinet wegvalt, volgen zijn collegae.
Op 4 september 1948 doet Koningin Wilhelmina afstand van de troon ten gunste van prinses Juliana, die overigens al enige tijd als regentes is opgetreden. In die rol is Prinses Juliana ook bij de formatie van dit kabinet betrokken.
In 1948 geeft de regering opdracht tot een tweede politionele actie in Indonesië. Maar onder internationale druk, met name van de Verenigde Staten, moeten onderhandelingen worden gestart, die op 27 december 1949 leiden tot de Soevereiniteitsoverdracht.
In 1949 treedt Nederland toe tot de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Verder komen enkele grenscorrecties met Duitsland tot stand.
In 1950 is er als gevolg van de Korea-oorlog een tijdelijke economische inzinking.
Minister Van den Brink brengt in 1949 een eerste, in 1950 een tweede en in 1951 een derde Nota over de industrialisatie uit. In deze nota's wordt een beleid uitgezet van verregaande industrialisatie.
Deze industrialisatie is mede mogelijk door de hulpverlening van de Verenigde Staten op grond van het Europees Herstel Programma (Marshall-hulp). Industrialisatie is wenselijk vanwege de groei van de bevolking en de daarmee samenhangende behoefte aan werkgelegenheid. Verder bestaat er een noodzaak om het nationaal product te vergroten om zo tot een sluitende betalingsbalans te komen.
In 1952/1953 moeten er circa 215.000 nieuwe banen zijn, onder meer door investeringen in outillage en gebouwen. Middelen om de industrialisatie te bevorderen zijn een gunstig fiscaal klimaat, meer vrijheid voor bedrijven om zich te mogen vestigen, betere scholingsmogelijkheden, versterking van research (o.a. bij TNO), modernisering van de elektriciteitsvoorziening, kredietfaciliteiten en staatsgaranties.
Oorlog
minister: Mr. W.F. Schokking (chu) (7 augustus 1948 - 16 oktober 1950)
minister: Mr. H.L. s' Jacob (chr. hist., maar partijloos) (16 oktober 1950 - 15 maart 1951)
staatssecretaris: Mr. W.H. Fockema Andreae (vvd) (1 mei 1949 - 27 november 1950)
staatssecretaris: H.C.W. Moorman (kvp) (23 oktober 1950 - 15 maart 1951)
Marine
minister a.i.: Mr. W.F. Schokking (chu) (7 augustus 1948 - 14 mei 1949)
minister: Mr. W.F. Schokking (chu) (14 mei 1949 - 16 oktober 1950)
minister: Mr. H.L. s' Jacob (chr. hist., maar partijloos) (16 oktober 1950 - 15 maart 1951)
staatssecretaris: H.C.W. Moorman (kvp) (1 mei 1949 - 15 maart 1951)
Verkeer en Waterstaat
minister a.i.: Mr. J.R.H. van Schaik (kvp) (7 augustus 1948 - 1 november 1948)
minister: Mr. D.G.W. Spitzen (partijloos) (1 november 1948 - 15 maart 1951)
Uniezaken en Overzeese Rijksdelen
minister: Mr. J.H. van Maarseveen (kvp) (24 december 1949 - 15 maart 1951)
Zonder portefeuille
minister voor begrotingstechnische zaken Overzeese Gebiedsdelen: L. Götzen (a.r., maar partijloos)
minister voor staatkundige hervormingen Koninkrijk: Mr. J.R.H. van Schaik (kvp)
Tussentijds treden de ministers Sassen, Wijers en Schokking af. Sassen (KVP) kan zich in februari 1949 niet langer verenigen met het Indië-beleid. Hij is voorstander van harder optreden tegen de Republiek Indonesia. Zijn vervanger is minister van Binnenlandse Zaken Van Maarseveen, die op zijn beurt door zijn partijgenoot, senator Teulings wordt opgevolgd.
Minister Wijers (KVP) treedt in 1950 af vanwege zijn gezondheid. De Bredase wethouder Struycken volgt hem op.
Een meerderheid van de Tweede Kamer laat in oktober 1950 weten geen vertrouwen meer te hebben in minister Schokking. Het duurt volgens de Kamer te lang voor hij met plannen komt over de reorganisatie van defensie. Een geestverwant (maar geen partijgenoot), H.L. s'Jacob, volgt hem op.
De verkiezingen waren nodig in verband met een grondwetswijziging. Daarom ook wordt een breed kabinet gewenst. De formatie van Beel, die als eerste de formatie-opdracht krijgt mislukt echter, omdat hij geen PvdA-ministers wil op departementen die te maken hebben met het Indië-beleid.
Een tweede poging, van Tweede-Kamervoorzitter Van Schaik (KVP), lukt wel, vooral omdat hij de PvdA het premierschap aanbiedt. Drees wordt minister-president en Van Schaik vice-minister-president.