| - | |
advocaat te Amsterdam, vanaf 1799 |
| - | |
diverse stedelijke ambten te Amsterdam |
| - | |
regent Aalmoezeniers Weeshuis te Amsterdam, van 1801 tot december 1811 |
| - | |
advocaat bij de Conseil d'Etat te Parijs, van 5 december 1811 tot 1813 (vertrok begin 1812 naar Parijs) |
| - | |
advocaat te Amsterdam, vanaf 1814 |
| - | |
referendaris Raad van State, vanaf 12 januari 1816 (toegewezen aan de commissie voor het armwezen van het ministerie van Binnenlandse Zaken) |
| - | |
hoofd afdeling Armwezen, ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1818 tot 1821 |
| - | |
commissaris voor Plaatselijke Belangen, ministerie van Binnenlandse Zaken, van augustus 1821 tot maart 1826 (sedert 7 april 1823 referendaris eerste klasse) |
| - | |
hoofd afdeling Binnenlands Bestuur (rang: administrateur), ministerie van Binnenlandse Zaken, van maart 1826 tot 1 januari 1832 |
| - | |
secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 januari 1832 tot 6 maart 1848 |
| - | |
waarnemend minister van Binnenlandse Zaken, van 1 juni 1846 tot 12 oktober 1846 |
| - | |
lid Raad van State in buitengewone dienst, vanaf 12 oktober 1846 |
| - | |
raadadviseur in buitengewone dienst, ministerie van Binnenlandse Zaken, vanaf 6 maart 1848 |
| - | |
lid hofdcommissie tot het onderzoek naar den rigtigen opbrengst der heffingen van de jaren 1797, 1798 en 1799 over de stad Amsterdam, vanaf 30 april 1802 |
| - | |
lid Commissie van onderzoek wegens de 8- en 25-jarige heffingen binnen Amsterdam, van 1802 tot 1 november 1804 |
| - | |
lid Commissie ter benoeming van Commissarissen voor de 60 binnen- en 5 buitenwijken van Amsterdam, vanaf 1805 |
| - | |
censeur impérial voor de hollandsche taal te Parijs, vanaf december 1812 |
| - | |
regent Vondelingenhuis te Amsterdam, vanaf 1813 |
| - | |
lid curatorium Stads Armenscholen, van september 1815 tot 1818 |