| - | |
advocaat en procureur te Zwolle, van 1893 tot 1926 |
| - | |
lid gemeenteraad van Zwolle, van 1895 tot september 1907 |
| - | |
wethouder (van onderwijs) van Zwolle, van 1896 tot juli 1907 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Overijssel, van 11 juni 1901 tot 8 maart 1926 (1901-1919 voor het kiesdistrict Kampen) |
| - | |
lid Gedeputeerde Staten (belast met waterstaat) van Overijssel, van 3 juli 1907 tot 8 maart 1926 |
| - | |
directeur "Van der Vegte bankiers" te Zwolle, van 1911 tot maart 1926 |
| - | |
minister van Waterstaat, van 8 maart 1926 tot 10 augustus 1929 |
| - | |
advocaat en procureur te Zwolle, van 1929 tot augustus 1933 (geassocieerd met Mr. Lindeboom) |
| - | |
deken Orde van Advocaten te Zwolle |
| - | |
lid Raad van Toezicht en Discipline Orde van Advocaten te Zwolle |
| - | |
voorzitter Huurcommissie te Zwolle |
| - | |
voorzitter Commissie van Beroep, Schoolraad voor de School met den Bijbel te Zwolle |
| - | |
voorzitter Commissie van Beheer, Gerefermeerde Kerk te Zwolle |
| - | |
voorzitter Voogdijraad te Zwolle, van 19 januari 1910 tot 8 maart 1926 |
| - | |
rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Zwolle, van 31 mei 1905 tot 8 maart 1926 |
| - | |
voorzitter College van Regenten, Gevangenis te Zwolle, van 16 november 1909 tot 8 maart 1926 |
| - | |
voorzitter Vereeniging tot Christelijke verzorging van zenuwlijders (vele jaren) |
| - | |
lid Staatscommissie ter uitvoering van de Crisis-enquêtewet, vanaf januari 1919 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving, vanaf 13 september 1919 |
| - | |
lid Staatscommissie voor het vervoer (Staatscommissie-Patijn), omstreeks 1921 en nog in 1933 |
| - | |
plaatsvervangend deputaat Gereformeerde Kerk voor de correspondentie met de hoge overheid, vanaf 1923 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Glasfabriek "Leerdam", omstreeks 1932 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Nederlandse Spoorwegen, tot 1932 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen "Algemeene Exploratie Maatschappij", omstreeks 1932 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Noordooster Locaalspoorweg, omstreeks 1932 |
| - | |
lid Onderwijsraad en voorzitter commissie inzake studiebeurzen, omstreeks 1933 |
| - | |
Bracht in 1926 de Luchtvaartwet tot stand. Deze bevatte regels over het uitoefenen van de luchtvaart, de registratie van vliegtuigen, de bekwaamheid van de bemanning en de aanleg van luchtvaartterreinen. Luchtvaart (met vliegtuigen, luchtschepen of ballons) mocht geen gevaar opleveren voor de openbare orde of veiligheid. Bij AMvB konden regels worden gesteld om bebouwing rond luchtvaartterreinen te verbieden. Het wetsvoorstel was in 1911 ingediend door minister Regout. |
| - | |
Bracht in 1927 samen met minister Donner de wet tot opheffing van privaatrechtelijke belemmeringen tot stand. Deze bepaalde dat de overheid kon vorderen dat particulieren werkzaamheden in bijvoorbeeld hun grond moesten gedogen, zonder dat er werd onteigend. Het moest dan gaan op werkzaamheden waarvan het algemeen nut uitdrukkelijk was vastgesteld. Er was wel recht op schadevergoeding. |
| - | |
Bracht in 1927 een wet tot instelling van de Postraad tot stand, die toezicht moest houden op het nieuw ingestelde Staatsbedrijf der Post, Telegrafie en Telefonie |
| - | |
Bracht in 1928 een eerste wettelijke regeling voor de radio-omroep tot stand door een wijziging van de Telefoon- en Telegraafwet 1904. Er werd een Radioraad ingesteld. Bij AMvB konden maatregelen worden genomen ten aanzien van de zendtijdverdeling. |