| - | |
advocaat en procureur te Assen, van 5 juli 1851 tot 1 juli 1866 |
| - | |
adjunct-commies Provinciale Griffie te Assen, van 1 januari 1855 tot 1 oktober 1857 |
| - | |
archivaris te Assen, van 1 oktober 1857 tot 1 september 1866 |
| - | |
griffier Staten van Drenthe, van 1 juli 1866 tot 3 november 1877 (op non-actief sinds september 1871) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 maart 1871 tot 3 november 1877 (voor het kiesdistrict Assen) |
| - | |
minister van Justitie, van 3 november 1877 tot 30 augustus 1879 |
| - | |
ambteloos, van 30 augustus 1879 tot maart 1881 |
| - | |
lid Raad van State, van 25 maart 1881 tot 12 mei 1885 (benoemd bij K.B. van 13 februari) |
| - | |
Gouverneur van Suriname, van 30 juli 1885 tot 18 juli 1888 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 september 1888 tot 21 augustus 1891 (voor het kiesdistrict Emmen) |
| - | |
minister van Justitie, van 21 augustus 1891 tot 9 mei 1894 |
| - | |
ambteloos |
| - | |
(tijdelijk) secretaris van de ministerraad, van 3 november 1877 tot 30 augustus 1879 |
| - | |
voorzitter Commissie van Voorbereiding, ontwerp-Faillissementswet (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1891 tot augustus 1891 |
| - | |
ondervoorzitter van de ministerraad, van 22 maart 1894 tot 9 mei 1894 |
| - | |
lid parlementaire enquêtecommissie naar de toestand in fabrieken en werkplaatsen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1886 tot 1887 |
| - | |
lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Binnenlandse Zaken (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Marine en Oorlog (Raad van State) |
| - | |
Bracht in 1878 een wijziging van de Wet op het notarisambt tot stand, waardoor het notarisexamen voortaan zou worden afgenomen door een speciale commissie. Benoeming tot notaris kon pas plaatsvinden nadat de kandidaat-notaris twee jaar op een notariskantoor werkzaam was geweest. |
| - | |
Bracht in 1892 de Wet op het Nederlanderschap en het Ingezetenschap tot stand. Deze verving de wet uit 1850 en de artikelen 5 t/m 12 uit het Burgerlijk Wetboek over de nationaliteit. De wet bepaalt dat de degenen die op grond van de wet uit 1850 de Nederlandse nationaliteit bezitten stamvaders zijn van na 1 juli 1893 geborenen. |
| - | |
Bracht in 1893 de Faillisssementswet tot stand, waardoor niet langer alleen kooplieden in staat van faillissement kunnen worden verklaard. Voorheen werden niet-kooplieden indien zij hun verplichtingen niet konden nakomen in staat van kennelijk onvermogen verklaard. Faillissementsverklaring wordt uitgesproken door een arrondissementsrechtbank, na de schuldenaar te hebben gehoord. De schuldenaar kan zelf aangifte doen (om executie te voorkomen) of de schuldeisers kunnen dit doen. Ook is vordering van faillietverklaring door het OM mogelijk. Door faillissement verliest de schuldenaar het beheer over zijn hele vermogen; dit gaat over naar de curator. De curator zorgt voor afwikkeling van het faillissement. |
| - | |
Bracht in 1893 samen met minister Lely de Merkenwet tot stand. Deze stelt het Bureau voor de industriële eigendom in, dat belast is met inschrijving van fabrieks- en handelsmerken en dat die inschrijving op bepaalde gronden kan weigeren. Zo mag het merk niet al door een ander zijn ingeschreven of in strijd zijn met de goede zeden. |