| - | |
leerling-behanger en winkelbediende, vanaf 1878 |
| - | |
figurant bij de Groningse schouwburg |
| - | |
huisschildersgezel, van 1878 tot 1890 (ontslagen vanwege zijn politieke activiteiten) |
| - | |
redacteur "De Sociaal-Democraat", vanaf 1891 |
| - | |
redacteur "De Wachter", van 4 maart 1893 tot 1895 |
| - | |
eigenaar boekwinkeltje |
| - | |
eigenaar schoenenwinkel |
| - | |
reizend propagandist SDAP in Groningen en Twente, vanaf januari 1896 (8 gulden per week) |
| - | |
lid gemeenteraad van Groningen, van 1897 tot 1905 |
| - | |
redacteur "De Strijd" (later: "De Volksstrijd"), vanaf 1898 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Groningen voor het kiesdistrict Groningen, van 27 juni 1898 tot 1902 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Veendam, van 25 april 1899 tot 17 september 1901 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Appingedam, van 17 september 1901 tot 17 september 1918 |
| - | |
fractievoorzitter SDAP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van september 1901 tot december 1902 |
| - | |
waarnemend fractievoorzitter SDAP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 juli 1915 tot 16 september 1916 (vanwege ziekte van Troelstra) |
| - | |
waarnemend voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 januari 1917 tot 25 januari 1917 (na het overlijden van Goeman Borgesius) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1918 tot 31 augustus 1934 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 1 juli 1919 tot 7 juli 1931 |
| - | |
lid gemeenteraad van Rijswijk (Z.H.), van 2 september 1919 tot 23 september 1924 |
| - | |
waarnemend fractievoorzitter SDAP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 10 juli 1925 tot 15 september 1925 |
| - | |
lid Gedeputeerde Staten (belast met waterstaat) van Zuid-Holland, van 9 april 1926 tot 7 juli 1931 |
| - | |
voorzitter Scheidsgerecht van spoor- en tramwegen |
| - | |
lid bestuur Centrale Vereeniging tot Bestrijding der Tuberculose |
| - | |
medewerker "De Roode Vaan", omstreeks 1890 |
| - | |
medewerker weekblad "De Socialist", omstreeks 1891 |
| - | |
lid bestuur Anti-oorlograad, van 1914 tot 1918 |
| - | |
hoofd Groentecentrale (tijdens de Eerste Wereldoorlog) |
| - | |
hoofd Fruitcentrale (tijdens de Eerste Wereldoorlog) |
| - | |
lid Staatscommissie bestrijding tuberculose (Staatscommissie-W. Röell), van 3 juli 1918 tot augustus 1922 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Ruijs de Beerenbrouck), van 20 december 1918 tot 27 december 1920 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de poenale sanctie, 1919 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake het socialisatie-vraagstuk (Staatscommissie-Nolens), vanaf 1919 |
| - | |
lid Hoge Raad van Arbeid, vanaf 1919 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1918 tot december 1918 (voorzitter eerste afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1919 tot januari 1920 (voorzitter tweede afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1920 tot april 1921 (voorzitter vierde en derde afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1921 tot juni 1922 (resp. voorzitter derde en tweede afdeling) |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1926 tot april 1926 (voorzitter tweede afdeling) |
| - | |
Sprak in de Tweede Kamer aanvankelijk over uiteenlopende zaken (waaronder koloniale zaken); later vooral over arbeid, volksgezondheid en sociale zekerheid |
| - | |
Diende in 1911 een initiatiefvoorstel in om de tienurige werkdag (en vervolgens de achturige werkdag) in te voeren; dit voorstel werd in 1918 ingetrokken |
| - | |
Een door hem ingediende en op 28 januari 1916 aangenomen motie, waarin koppeling van invoering van een pensioenbelasting aan invoering van een ouderdomspensioen werd afgewezen, leidde tot het aftreden van minister Treub |
| - | |
Interpelleerde in 1916 minister Posthuma over de voorziening van levensmiddelen en andere volksbehoeften in verband met de toenemende duurte |
| - | |
Interpelleerde in 1918 minister Van IJsselstein over de levensmiddelensituatie |
| - | |
Interpelleerde in 1920 minister Van Karnebeek over de gewezen Duitse keizer en de gewezen Duitse kroonprins |
| - | |
Interpelleerde in 1920 minister Aalberse over de inwerkingtreding van de nieuwe Arbeidswet |
| - | |
Diende in 1921 een initiatiefvoorstel in tot wijziging van de Wet op de ministeriële verantwoordelijkheid. Hierdoor moest het mogelijk worden dat ook afgetreden ministers verantwoording konden afleggen over hun beleid. Het voorstel werd in 1922 ingetrokken. |
| - | |
Interpelleerde in 1921 minister Aalberse over diens circulaire inzake de woningbouw |
| - | |
In 1921 mede-indiener van een initiatiefvoorstel-Deckers tot afschaffing van de zomertijd |
| - | |
Richtte in 1894 samen met elf anderen de SDAP op |
| - | |
Was de eerste arbeider die voor de SDAP tot Kamerlid werd gekozen |
| - | |
Pleegde op 16 en 17 maart 1910 met zijn fractie obstructie, nadat de rechterzijde de mogelijkheid tot repliek had verhinderd bij de behandeling van sociale-verzekeringswetgeving. Riep na de Kamerbeslissing tot de rechterzijde "Smerige bende. Dompers ben jelui!". |
| - | |
Was in 1913 voorstander van regeringsdeelname door de SDAP |
| - | |
Werd in de jaren 1915-1917, in oktober 1920 en in de jaren 1925-1928 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet |
| - | |
Werd in de jaren 1929-1933 als derde op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet |
| - | |
Volgde in 1926 de vrijzinnig-democraat Limburg op als gedeputeerde van Zuid-Holland |
| - | |
C.K. Elout, "De Heeren in Den Haag" (2e reeks, 1909), p.37 |
| - | |
W.H. Vliegen, "Die onze kracht ontwaken deed", deel I, 373 |
| - | |
J.M. Welcker, "Schaper, Johan Hendrik Andries", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging van Nederland, deel I, 103 |
| - | |
A.A. de Jonge, "Schaper, Johan Hendrik Andries (1868-1934)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 524 |
| - | |
Onze Afgevaardigden, 1901, 1905, 1909, 1913 |