
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
| - | regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II) | |
| - | conservatief (met name op koloniaal gebied) |
loopbaan |
| - | controleur der belastingen te Schiedam, vanaf 1814 | |
| - | controleur der belastingen te 's-Hertogenbosch, van 1816 tot 1818 | |
| - | controleur der belastingen te Rotterdam, van 1818 tot 1819 | |
| - | controleur der belastingen te Amsterdam, van 1819 tot 22 januari 1826 | |
| - | secretaris Kamer van Koophandel en fabrieken te Amsterdam, van 22 januari 1826 tot 10 augustus 1826 | |
| - | entreposeur te Amsterdam, van 10 augustus 1826 tot 18 juli 1828 | |
| - | directeur entrepôtdok te Amsterdam, van 18 juli 1828 tot 31 juli 1840 | |
| - | minister van Financiën, van 31 juli 1840 tot 25 juni 1843 | |
| - | buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Brussel, van 25 juni 1843 tot februari 1845 | |
| - | Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, van 30 september 1845 tot 12 mei 1851 (K.B. van 05-02-1845) | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Alkmaar, van 20 september 1852 tot 28 januari 1857 | |
| - | minister van Koloniën, van 18 maart 1858 tot 1 januari 1861 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 14 november 1864 tot 1 oktober 1866 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 | |
| - | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Amsterdam, van 25 februari 1868 tot 20 september 1869 |
| - | minister van Staat, van 25 juni 1843 tot 21 januari 1871 |
nevenfuncties |
| - | lid College voor de Rijnvaart, vanaf 21 december 1831 | |
| - | lid commissie tot aanleg van de spoorweg Amsterdam-Keulen, vanaf 1834 | |
| - | lid commissie over het stelsel der spoorwegen in Nederland, vanaf 1836 | |
| - | onderhandelaar over het scheepvaartverdrag te Berlijn, van 8 maart 1837 tot 1838 | |
| - | commissaris des Konings bij de Nederlandsche Handelmaatschappij, van mei 1853 tot 29 maart 1858 | |
| - | kabinetsformateur, van 3 maart 1858 tot 18 maart 1858 (samen met J.K. van Goltstein) | |
| - | kabinetsformateur, februari 1861 (samen met S. van Heemstra) |
activiteiten |
| - | Sprak als Tweede Kamerlid onder meer over koloniale zaken, marine, financiën en handelsaangelegenheden | |
| - | Diende in 1855 een voorstel in tot het houden van een parlementaire enquête naar het misbruik van sterke drank; dit voorstel werd verworpen | |
| - | Stemde in 1866 tegen de motie-Keuchenius en in 1867 vóór de begroting van Buitenlandse Zaken | |
| - | Stemde in 1868 tegen de motie-Blussé van Oud-Alblas |
| - | Bracht in 1841 een nieuwe Instructiewet voor de Rekenkamer in het Staatsblad. Hierdoor komen alle uitgaven en ontvangsten van het Rijk onder controle van de Rekenkamer. De rijksrekening moet worden gecontroleerd op rechtmatigheid en doelmatigheid. Er komt een vast voorzitterschap. De Algemene Rekenkamer telt zeven leden. | |
| - | Tijdens zijn ministerschap werd in 1843 het Amortisatie-Sydnicaat opgeheven | |
| - | Schafte in 1859 de slavernij af in Nederlands-Indië |
wetenswaardigheden |
| - | Zijn voorstel tot conversie van de Staatsschuld werd in mei 1843 door de Tweede Kamer met 30 tegen 24 stemmen verworpen, waarna hij aftrad | |
| - | Bood zijn ontslag aan, nadat de Tweede Kamer op 14 december 1860 zijn begroting had verworpen. De Kamer verlangde een wettelijke regeling van de verlening van suikercontracten, en daartoe was hij niet bereid. |
| - | Zijn tweede echtgenote was een Creoolse | |
| - | Zijn vader was lid van het departementaal bestuur van Brabant en van Provinciale Staten van Noord-Brabant, afdelingschef bij het ministerie van Financiën en directeur der accijnzen te Amsterdam | |
| - | Zijn jongste dochter trouwde later (toen J.J. Rochussen al was overleden) met jhr. A.P.C. van Karnebeek |
| - | Amsterdam, tot 1840 | |
| - | 's-Gravenhage, Bierkade, van 1840 tot 1843 | |
| - | Ned.-Indië tot 27 september 1851 | |
| - | 's-Gravenhage, vanaf 1851 |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 4 juli 1829 | |
| - | Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 28 november 1840 | |
| - | Grootkruis Orde van de Nederlandse Leeuw, 10 oktober 1841 | |
| - | Grootkruis Orde van de Eikenkroon, 18 april 1852 |
| - | vrijwillig jager te paard, juni 1815 (nam deel aan de veldtocht tegen Napoleon) |
publicaties/bronnen |
| - | Sagittarius, "Parlementaire Portretten. De aftredende helft van de Tweede Kamer der Staten-Generaal" (1869) | |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel II, 1217 | |
| - | M.A. van Rhede van der Kloot, "Gouverneurs-Generaal en Commissarissen-Generaal van Nederlandsch-Indië 1661-1888" | |
| - | R. Reinsma (ed.), "De autobiografie van Jan Jacob Rochussen (1797-1871)", in: Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap LXXIII (1959) |
familie/gezin |
| - | gehuwd te Amsterdam, 14 december 1831 (na langdurige samenwoning; echtgenote overleden 18 juni 1841) | |
| - | gehuwd (tweede huwelijk) te Batavia, 2 september 1848 |
| - | 6 zonen en 3 dochters (uit eerste huwelijk; oudste drie zonen pas gewettigd bij huwelijk) | |
| - | 2 dochters (uit tweede huwelijk, waarvan 1 direct en tegelijk met echtgenote overleed) |
| - | Vader van jhr. W.F. Rochussen, minister | |
| - | Schoonvader van J.P.P. baron van Zuylen van Nijevelt, Tweede- en Eerste-Kamerlid en minister | |
| - | Schoonvader van jhr. A.P.C. van Karnebeek, minister en Tweede-Kamerlid | |
| - | Oom van H.J. Rahussen, Eerste-Kamerlid | |
| - | Oom van G.A. de Raadt, Tweede- en Eerste-Kamerlid | |
| - | Oom van F. s'Jacob, Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië | |
| - | Oom van jhr. H.P. van Karnebeek, lid Rekenkamer | |
| - | Grootvader van jhr. H.A. van Karnebeek, minister en Commissaris der Koningin |
| voornamen |
||
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||