| - | |
advocaat te 's-Gravenhage, van 1890 tot april 1926 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 23 juni 1904 tot 15 maart 1926 (1904-1919 voor het kiesdistrict 's-Gravenhage) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1905 tot 17 september 1918 (1905-1909 voor het kiesdistrict 's-Gravenhage I, 1909-1913 voor het kiesdistrict Schoterland, 1913-1918 voor het kiesdistrict Groningen) |
| - | |
lid Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, van 3 juli 1907 tot 15 maart 1926 |
| - | |
lid Raad van State, van 28 april 1926 tot 15 mei 1940 (benoeming bij K.B. van 10 april 1926, nr. 28) |
| - | |
rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage, vanaf 3 december 1897 (nog in 1909) |
| - | |
politiek redacteur "Sociaal Weekblad", van 1902 tot 1905 |
| - | |
lid Algemeen College van Toezicht, Bijstand en Advies voor het Rijks tucht- en opvoedingswezen, van 1 maart 1903 tot februari 1925 |
| - | |
voorzitter Rijkswoningcollege, vanaf 1909 |
| - | |
voorzitter curatorium "Het Nederlandsch Lyceum" te 's-Gravenhage, van 1909 tot 1940 (medeoprichter) |
| - | |
voorzitter Staatscommissie inzake de redactie der bepalingen omtrent de ouderlijke macht en de voogdij, vanaf 7 september 1910 |
| - | |
lid Staatscommissie tot voorbereiding van de herziening van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Staatscommissie-Gratama), van 25 november 1911 tot maart 1920 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake het Bioscoopvraagstuk (Staatscommissie-Ledeboer), vanaf november 1918 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Ruijs de Beerenbrouck), van 20 december 1918 tot 27 december 1920 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving, vanaf 4 oktober 1919 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie tot voorbereiding voor de herziening van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, vanaf 4 maart 1920 |
| - | |
ondervoorzitter Centrale Commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken, vanaf 1919 |
| - | |
voorzitter College van Bijstand bedoeld in art. 35 der Woningwet, omstreeks 1919 |
| - | |
voorzitter Rijkswoningraad, vanaf 20 januari 1920 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie scheepvaartverbinding van Amsterdam met de Boven-Rijn, van 26 januari 1921 tot januari 1925 |
| - | |
deken Orde van Advocaten bij de Hoge Raad, vanaf 1921 |
| - | |
lid permanent scheidsgericht Nederlands-Duits Verdrag inzake krediet en steenkolen, 1921 |
| - | |
lid Raad van Defensie, van 15 mei 1922 tot 15 mei 1940 |
| - | |
voorzitter Commissie van Advies voor Volkenrechtelijke vraagstukken, van 6 maart 1924 tot 15 mei 1940 |
| - | |
lid Staatscommissie voorbereiding Codificatie Internationaal Privaatrecht, van 15 mei 1924 tot 15 mei 1940 |
| - | |
lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Leiden, van 1 november 1924 tot mei 1940 |
| - | |
kabinetsformateur, van 23 januari 1926 tot 26 april 1926 (poging mislukt) |
| - | |
lid Nederlandse delegatie bij de Volkenbond |
| - | |
lid Commissie van Advies inzake aardolie-aangelegenheden, omstreeks 1930 |
| - | |
lid commissie belast met het afnemen van het examen voor benoembaarheid tot gezantschapssecretaris der tweede klasse, van 20 november 1937 tot 15 mei 1940 |
| - | |
lid Technische Commissie intellectuele toenadering tussen Nederland en België, omstreeks 1938 |
| - | |
voorzitter Bond van Verenigingen voor Volkenbond en Vrede |
| - | |
president vergadering te Genève |
| - | |
president vergadering te Boedapest |
| - | |
president vergadering te Perugia |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1917 tot november 1917 (voorzitter vierde afdeling) |
| - | |
lid afdeling Buitenlandse Zaken (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Economische Zaken (en Arbeid) (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Arbeid, Handel en Nijverheid (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Justitie (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Landbouw (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling Sociale zaken (Raad van State) |
| - | |
lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State) |
| - | |
Versloeg in 1905 in het district 's-Gravenhage I J. Krap (arp) na herstemming. Werd in het district Beverwijk verslagen door W.C.J. Passtoors (r.k.). |
| - | |
Eindigde in 1909 in het district 's-Gravenhage I als derde achter J. Krap (arp) en K. ter Laan (sdap) |
| - | |
Versloeg in 1909 bij naverkiezingen in het district Schoterland J.A. Bergmeijer (sdap). Werd gekozen, nadat De Meester geopteerd had voor Den Helder. |
| - | |
Werd in 1913 in het district Schoterland na herstemming verslagen door M. Mendels (sdap) |
| - | |
Werd in 1913 in het district Zaandam na herstemming verslagen door J.E.W. Duijs (sdap) |
| - | |
Versloeg in 1913 bij naverkiezingen 1913 in het district Groningen E. Rugge (sdap). Werd gekozen, nadat Bos geopteerd had voor Winschoten. |
| - | |
Versloeg in 1917 S. van Houten (comité anti-grondwetsherziening) en G. Sterringa (sdp) |
| - | |
Was in 1918 tweede op de VDB-kandidatenlijst in de westelijke provincies, maar werd niet gekozen doordat Van Beresteyn meer (voorkeur)stemmen kreeg |