| - | |
ambtenaar ministerie van Handel en Nijverheid, van 1931 tot 1933 |
| - | |
secretaris Economische Raad, ministerie van Handel en Nijverheid, van 20 mei 1933 tot oktober 1934 |
| - | |
hoogleraar economie, geld-, krediet- en bankwezen en handelspolitiek, Nederlandsche Economische Hogeschool te Rotterdam, van oktober 1934 tot juni 1945 |
| - | |
geïnterneerd gijzelaarskamp te Buchenwald, van 21 november 1940 tot 15 november 1941 |
| - | |
geïnterneerd gijzelaarskamp te Haaren, van 15 november 1941 tot mei 1942 |
| - | |
geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, vanaf mei 1942 |
| - | |
geïnterneerd in krijgsgevangenenkampen te Lissa, Schildberg en Neubrandenburg |
| - | |
minister van Financiën, van 24 juni 1945 tot 1 juli 1952 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 juni 1946 tot 8 juli 1946 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 27 juli 1948 tot 11 augustus 1948 |
| - | |
afgevaardigde voor Internationale Bank van Reconstructie en Ontwikkeling te Ankara (voor Turkije, Syrië en Jordanië), van 1952 tot 1955 |
| - | |
executive director Wereldbank, van 1 oktober 1955 tot 1 mei 1971 |
| - | |
executive director IMF (Internationaal Monetaire Fonds) te Washington, van 1 oktober 1955 tot december 1976 |
| - | |
lid Hoge Raad van Arbeid, van 1938 tot 1940 |
| - | |
lid adviescommissie uit de Hoge Raad van Arbeid inzake een voorontwerp wettelijke regeling inzake de verzekering tegen geldelijke gevolgen van werkloosheid, vanaf februari 1938 |
| - | |
voorzitter vaste commissie ex art 8 van de Wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van ondernemersovereenkomsten 1935, omstreeks 1938 |
| - | |
lid bestuur Nederlandsche Vereeniging tot beoefening van het administratief recht, vanaf maart 1939 |
| - | |
lid Centrale Commissie voor de Statistiek, omstreeks 1939 |
| - | |
lid commissie over de 'blijvende werkloosheid' en haar bestrijding (Hoge Raad van Arbeid), 1939 |
| - | |
lid politiek beraad, gijzelaarskamp 'Beekvliet' te Sint-Michielsgestel, van juli 1942 tot 1944 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij), van 1953 tot 1964 |
| - | |
informateur, van 7 augustus 1956 tot 15 augustus 1956 |
| - | |
informateur, van 17 augustus 1956 tot 22 augustus 1956 |
| - | |
adviseur regering van Suriname, omstreeks 1958 |
| - | |
adviseur KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij), omstreeks 1963 |
| - | |
adviseur hoofddirectie van de Centrale Rabobank m.n. inzake buitenlandse activiteiten, vanaf december 1978 |
| - | |
Saneerde na de Tweede Wereldoorlog op grond van het Machtigingsbesluit zuivering geldwezen het Nederlandse geldwezen. Na inlevering van het oude geld en voor invoering van nieuw geld moest de bevolking een week (vanaf 26 september 1945) van een tientje leven; het zogenoemde "tientje van Lieftinck" |
| - | |
Ondertekende in december 1945 met Van Roijen en Logemann de Overeenkomst van Bretton Woods waarbij het IMF en de Bank voor Herstel en Ontwikkeling werden ingesteld |
| - | |
Bracht in november 1945 met Ringers en Mansholt het Besluit op de materiële oorlogsschade tot stand. Deze regeling bepaalde dat voor herstel van aan onroerende goederen, aan roerende goederen samenhangende met bedrijf of beroep en aan huisraad toegebracht oorlogsschade een bijdrage kwam. De hoogte van de bijdrage werd bepaald aan de hand van de op 9 mei 1940 geldende vervangingswaarde. |
| - | |
Nam in 1951 diverse belastingmaatregelen in verband met de Korea-crisis; belastingverlagingen in de sfeer van de loon- en inkomstenbelastingen werden grotendeels gecompenseerd door verhoging van de omzetbelasting |
| - | |
Wist door een strak financieel beleid de overheidsfinanciën na de oorlog op orde te brengen |
| - | |
Bracht in 1948 een nieuwe Muntwet tot stand. Daarbij worden de gouden standaardmunten definitief afgeschaft. Er zijn wel zilveren munten: de rijksdaalders en gulden, maar dit zijn geen tekenmunten, maar pasmunten. Verder zijn er nikkelen kwartjes en dubbeltjes en bronzen stuivers en centen. |
| - | |
Bracht in 1948 de Bankwet tot stand, waarbij 'De Nederlandsche Bank' (DNB) wordt genationaliseerd. Door de wet wordt de positie van DNB versterkt. Zij is belast met het monetaire beleid, waarbij de minister van Financiën alleen, en dan nog onder bepaalde voorwaarden, aanwijzingen kan geven. De bank heeft de taak de waarde van het geld te reguleren ten dienste van 's lands welvaart en daarbij die waarde zoveel mogelijk te stabiliseren. |
| - | |
Bracht de Wet belastingherziening 1949 en de wet tot wijziging van de ondernemingsbelasting tot stand. Doel hiervan is de fiscale bevordering van investeren door ondernemingen |
| - | |
Bracht in 1950 samen met minister In 't Veld de Wet op de materiële oorlogsschaden tot stand, die het Besluit op de materiële oorlogsschade vervangt |
| - | |
Bracht in 1952 samen met minister Van den Brink de Wet assurantiebemiddeling tot stand. Deze wet bevatte een regeling ten aanzien van het beroep van assurantietussenpersoon. Met de wet werden, onder meer door het stellen van vakbekwaamheidseisen en verplichte inschrijving in een register, bonafide tussenpersonen beschermd bij de uitoefening van hun beroep. |
| - | |
Bracht in 1952 de Wet toezicht kredietwezen tot stand. Deze geeft De Nederlandsche Bank instrumenten om toezicht te houden op kredietinstellingen. Door dit toezicht moet worden voorkomen dat kredietinstellingen niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Naast dit bedrijfseconomisch toezicht krijgt de Staat tijdelijk (eerst tot 1 januari 1955, later 1 januari 1957) de mogelijkheid om via algemene voorschriften de kredietverstrekking door particulieren banken uit economisch-monetaire redenen te beperken. |
| - | |
J. Beishuizen, "De professor van het tientje. Prof.Mr. Pieter Lieftinck (1902) Nederlands politicus", in: A.F. Manning e.a. (red.), "Onze Jaren. De wereld na 1945, geschiedenis van de eigen tijd", deel II, 799 |
| - | |
M.D. Bogaarts, "De periode van het kabinet-Beel 1946-1948. Parlementaire Geschiedenis van Nederland na 1945", Band B (Nijmegen, 1989), p. 819 e.v. |
| - | |
J.M.M.J. Clerx, "Het begrotingsbeleid van Lieftinck", in: "Politieke Opstellen 9" (1989) |
| - | |
J.M.M.J. Clerx, "Lieftincks financiële politiek", in: P.F. Maas (ed.), "Het kabinet-Drees-Van Schaik. Liberalisatie en sociale ordening. 1948-1951", Band A, 189 e.v. |
| - | |
P.G.T.W. van Griensven en J.C.F.J. van Merriënboer, "Lieftincks streven naar monetair evenwicht", in: J.J.M. Rademakers (ed.), "Het kabinet-Drees II. In de schaduw van de Koreacrisis. 1951-1952", 71 e.v. |
| - | |
M.D. Bogaarts, "Lieftinck, Pieter (1902-1989)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel IV, 302 |
| - | |
A.Bakker en M.M.P. van Lent, "Pieter Lieftinck, 1902-1989" (1989) |
| - | |
Staatscourant, 12 juni 1989 |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1941 |