| - | |
adjunct-commies ministerie van Koloniën, van 3 januari 1913 tot 31 juli 1917 (onderbroken tijdens mobilisatie) |
| - | |
secretaris directie BPM (Bataafsche Petroleum Maatschappij), vanaf 1 augustus 1917 |
| - | |
bijzonder hoogleraar "oude en jongere geschiedenis van Nederlands-Indië en de vergelijkende koloniale geschiedenis, benevens de vergelijkende volkenkunde van Nederlandsch-Indië", Rijksuniversiteit Utrecht, van 1 september 1925 tot 27 juni 1939 (vanwege het fonds ten behoeve van Indologische studiën) |
| - | |
buitengewoon hoogleraar constitutionele geschiedenis van het Koninkrijk in Europa en overzee, Rijksuniversiteit Utrecht, van 27 juni 1939 tot 20 september 1954 |
| - | |
geïnterneerd, vanaf 24 oktober 1940 (gedurende korte tijd) |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1951 tot 3 juli 1956 |
| - | |
redacteur maandblad "Ons Tijdschrift", van 1911 tot 1914 |
| - | |
redacteur "Dietsche Stemmen", van 1915 tot 1917 |
| - | |
voorzitter Nationale Unie, van 1932 tot maart 1934 |
| - | |
redacteur cultureel kwartaalschrift "Leiding", van 1930 tot 1931 |
| - | |
medewerker tijdschrift "De Beweging" |
| - | |
medewerker tijdschrift "Polemios" |
| - | |
medewerker tijdschrift "Roeping" |
| - | |
medewerker tijdschrift "De Groene Amsterdammer" |
| - | |
artikelschrijver in onder meer "Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad", "Leeuwarder Courant", "Het Vaderland", "De Nieuwe Rotterdamsche Courant" en "Algemeen Handelsblad" |
| - | |
Werd in 1916 door jhr. A.F. de Savornin Lohman gevraagd als diens opvolger in het district Goes, maar weigerde |
| - | |
In 1918 één van de leiders van een contrarevolutionaire actie |
| - | |
Behoorde in 1924 tot een groep in de CHU ('goedgezinden') die zich keerden tegen de koers van de partij en die onder meer om krachtiger steun voor de bezuinigingspolitiek van Colijn vroeg |
| - | |
Schreef regelmatig artikelen voor H. Colijn, onder andere het levensbericht van Kuyper voor de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde en beschouwingen over koloniale zaken |
| - | |
Zette zich met Colijn, J.C. Kielstra en B.C. de Savornin Lohman in voor een indologische faculteit aan de Utrechtse universiteit. Deze faculteit werd opgericht als tegenhanger voor de te vooruitstrevend gevonden officiële Indische bestuursopleiding te Leiden en werd gesteund door de Indische zakenwereld, met door de Bataafsche Petroleum Maatschappij. |
| - | |
Actief in de Groot-Nederlandse Beweging. Leidde in 1925 een weinig verkwikkelijke maar effectieve actie van Vlaamse en Nederlandse aanhangers van de Groot-Nederlandse beweging tegen het Nederlands-Belgisch Verdrag. |
| - | |
In de jaren twintig en dertig bewonderaar van Mussolini; noemde zichzelf vanaf 1933 fascist. Was echter fel tegenstander van de NSB. |
| - | |
In de jaren dertig actief in de Nationale Unie, een rechtse studieclub en gematigd antidemocratische oppositiebeweging. Trachtte onder meer Colijn te bewegen naar voren te schuiven als leider van een 'koninklijk' kabinet. In augustus 1933 ging de Nationale Unie een federatie verband aan met de Algemeene Nederlandsche Fascisten Bond in de Corporatieve Concentratie. |
| - | |
Fel tegenstander van de Indië-politiek van de naoorlogse kabinetten. Kwam over de Indische politiek ook in conflict met CHU-leider Tilanus. |
| - | |
Werd in 1951 tot Eerste Kamerlid gekozen, vooral dankzij steun van de KNP (Welter) in de Staten van Zuid-Holland |
| - | |
Bedankte in 1953 voor het lidmaatschap van de Eerste Kamercommissie voor buitenlandse politiek, omdat hij het oneens was met de wijze waarop die commissie functioneerde |
| - | |
Keerde zich in 1954 aanvankelijk tegen het Statuut voor het Koninkrijk, dat onder het bewind van CHU-minister tot stand kwam. Hij vond dat het openlaten van de mogelijkheid voor Suriname en de Nederlandse Antillen om het staatsverband te verlaten, neerkwam op landverraad. Nadat dit bezwaar was weggenomen, stemde ook hij vóór het Statuut. |
| - | |
"Prolegomena der Sociologie" |
| - | |
"Schriftelijke nalatenschap van Groen van Prinsterer" |
| - | |
"Muiterij of Scheuring" |
| - | |
"Briefwisseling en aantekeningen van Willem Bentinck" |
| - | |
"Experimenten" (1911) (gedichten) |
| - | |
"Die Funktion des Staates und die Wirtschaftsform bei den Niederen Jagervolkern" (dissertatie, 1917) |
| - | |
"De historische vorming van den bestuursambtenaar" (oratie, 1925) |
| - | |
"Geschiedenis der 'Koninklijke'" (5 delen, 1932-1973) |
| - | |
E. Henssen, "Gerretson en Indië" (Groningen, 1983) |
| - | |
J.W. van Hulst, "Gerretson dichterbij" (1985) |
| - | |
P. van Hees & G. Puchinger, "Briefwisseling Gerretson-Geyl" 5 dln. |
| - | |
G. Puchinger, Gerretson, Frederik Carel (1884-1958)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 193 |
| - | |
M. van Dijk, "Frederik Carel Gerretson (1884-1958). Tussen vrijheid en gezag. Een studie naar de maatschappijkritiek van prof.dr. F.C. Gerretson" (Utrecht, 1999) |
| - | |
R. Zwart, "Gerretson contra Tilanus. Oppositie in de CHU (1948-1952)", in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis, 2001 |
| - | |
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938) |