Kabinet-Van Hall/Donker Curtius (1853-1856)

Dit koninklijke kabinet treedt aan na de Aprilbeweging van 1853. Kort na zijn aantreden, ontbindt het kabinet de Tweede Kamer. De verkiezingen leveren winst voor de conservatieven en antirevolutionairen op. Minister Van Hall weet de godsdienstige gemoederen tot bedaren te brengen door een nietszeggende Wet op de kerkgenootschappen.

De ministers zijn overwegend conservatief of conservatief-liberaal. Ook de vroegere medestander van Thorbecke, Donker Curtius, maakt deel uit van het kabinet. De koning heeft een belangrijke rol gespeeld bij het totstandkomen van het kabinet. Onder de ministers is de voormalige directeur van het Kabinet van de Koning, Van Rappard.

Het kabinet treedt af nadat de antirevolutionairen onder leiding van Groen van Prinsterer kritisch reageren op de ontwerp-Wet op het lager onderwijs van minister Van Reenen. Ook buiten de Kamer bestaat verzet daartegen. De koning kiest de zijde van Groen en de opposanten. De periodieke verkiezingen van 1854 en 1856 hebben er bovendien al toe geleid dat de liberale oppositie is versterkt. De koning formeert daarop grotendeels zelf een nieuw kabinet.

[ V ][ ^^ ]

Bijzonderheden

- Minister Donker Curtius brengt de Wet vereniging en vergadering en de Wet op de ministeriële verantwoordelijkheid tot stand.


- Minister Pahud van Koloniën brengt in 1854 het Regeringsreglement voor Nederlands-Indië tot stand, dat als een soort Grondwet voor de kolonie kan gelden. De landsbestuur is in handen van de Nederlanders, met aan het hoofd de Gouverneur-Generaal; op lokaal niveau treden de inlandse regenten als bestuurders op.


- Tijdens de Krimoorlog (1853-1856) tussen Rusland en het Ottomaanse rijk (Turkije) weet Nederland, met name dankzij de inspanningen van minister Van Hall, afzijdig te blijven. Andere Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk, vechten aan Turkse zijde mee.


- De ontwerp-Wet op het lager onderwijs van Van Reenen. Dit ontwerp gaat uit van de gemengde openbare school: openbare scholen voor kinderen met een verschillende geloofsovertuiging. Van Reenen stelt ook voor om, indien de plaatselijke omstandigheden het toelaten, het oprichten van openbare scholen voor een bepaalde gezindte (bijv. voor de katholieken) toe te staan. De Tweede Kamer voelt daar in meerderheid echter niet voor, en deze 'facultatieve splitsing' verdwijnt dan weer.


- Tegen het wetsvoorstel wordt van protestantse zijde een petitiebeweging gehouden. De adressanten doen hierbij tevens een beroep op de koning, die advies vraagt aan Groen. Hij adviseert de koning met actie te wachten tot het wetsvoorstel is aangenomen. Groen zelf weigert een ministerspost.

[ V ][ ^^ ]

Samenstelling kabinet

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. F.A. van Hall (cons. lib.)

Justitie
minister: Mr. D. Donker Curtius (liberaal)

Binnenlandse Zaken
minister: Mr. G.C.J. van Reenen (conservatief)

Financiën
minister: E.C.U. van Doorn (conservatief) (19 april 1853 - 5 januari 1854)
minister a.i.: Mr. F.A. van Hall (cons. lib.) (5 januari 1854 - 31 maart 1854)
minister: Dr. A. Vrolik (conservatief) (31 maart 1854 - 1 juli 1856)

Oorlog
minister: H.F.Ch. baron Forstner van Dambenoy (conservatief)

Marine
minister: J. Enslie (geen pol. stroming) (19 april 1853 - 16 december 1854)
minister a.i.: H.F.Ch. baron Forstner van Dambenoy (conservatief) (16 december 1854 - 8 februari 1855)
minister: A.J. de Smit van den Broecke (conservatief) (8 februari 1855 - 1 juli 1856)

Koloniën
minister: Ch.F. Pahud (cons. lib.) (19 april 1853 - 1 januari 1856)
minister: Mr. P. Mijer (conservatief) (1 januari 1856 - 1 juli 1856)

Zaken der Rooms-Katholieke Eredienst
minister: Mr. L.A. Lightenvelt (cons. kath) (19 april 1853 - 31 december 1853)
minister a.i.: Mr. F.A. van Hall (cons. lib.) (28 juni 1853 - 27 september 1853)
minister: Mr. J.A. Mutsaers (cons. kath) (31 december 1853 - 1 juli 1856)

Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke
minister: E.C.U. van Doorn (conservatief) (19 april 1853 - 20 januari 1854)
minister: Mr. A.G.A. ridder van Rappard (conservatief) (20 januari 1854 - 1 juli 1856)

[ V ][ ^^ ]

Mutaties

De conservatieve katholiek Lightenvelt, die in 1853 als afgevaardigde van de regering naar de Paus is gezonden, wordt in december 1853 de Nederlandse gezant in Parijs. Zijn geloofsgenoot Mutsaers volgt hem op als minister van de RK-eredienst.

In december 1853 treedt minister Van Doorn van Financiën af na een conflict in het kabinet over belastingverlaging. Zijn opvolger is de voorzitter van het Muntcollege, Vrolik.

Na de verwerping van zijn begroting eind 1854, treedt minister Enslie van Marine af. Zijn opvolger is de zeeofficier De Smit van den Broecke.

Na zijn benoeming tot Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië wordt Pahud als minister van Koloniën opgevolgd door de conservatief Mijer.

[ V ][ ^^ ]

data en feiten formatie

datumwatwietot en metdagen
16 april 1853benoeming (in)formateurF.A. baron van Hall18 april 18533
19 april 1853beëdiging nieuwe bewindsliedenKoning Willem III23 juni 18561162
24 juni 1856kabinet demissionair 30 juni 18567
1 juli 1856ontslag verleendKoning Willem III  


Bijzonderheden
Samenstelling kabinet
Mutaties
data en feiten formatie
Wetgeving kabinet
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route