Kabinet-Thorbecke II (1862-1866)

Dit tweede kabinet onder leiding van Thorbecke richt zich vooral op versterking van de economie. Het is, zo heet het, 'met de spade op de schouder' aangetreden. Het kabinet weet wetten over nieuwe waterverbindingen, over verbetering van het middelbaar onderwijs, en tot verlaging van invoerrechten en opheffing van gemeentelijke accijnzen tot stand te brengen. De ministers zijn allen liberaal.

In 1865 krijgt het kabinet te maken met een affaire die leidt tot het aftreden van de minister van Financiën. Korte tijd daarna ontstaat een intern conflict, dat tot de val van het kabinet leidt.

[ V ][ ^^ ]

Bijzonderheden

Er wordt een algemeen vrijhandelstarief ingevoerd.

De accijnzen op brandstoffen worden afgeschaft.

Er komen wetten tot stand inzake de aanleg van de Nieuwe Waterweg en van het Noordzeekanaal.

In 1865 breekt een runderpest (rundertyfus) uit, die zeer schadelijk is voor de veestapel.

Limburgse brievenaffaire- Minister Betz van Financiën komt met een voorstel om de grondbelasting in Limburg te verhogen (en daarmee gelijk te trekken aan die in andere provincies). De behandeling van dit voorstel gaat trager dan voorzien. Vanuit de oppositie wordt gesuggereerd dat het uitstel te maken heeft met de verkiezingen in 1864.

Door de Limburgse pers wordt een brief openbaar gemaakt, waaruit blijkt dat Betz inderdaad aan het Limburgse Kamerlid (en oud-minister) Van der Maesen de Sombreff beloofd heeft de behandeling tot na de verkiezingen uit te stellen. De oppositie vraagt hierna om een parlementaire enquête naar de vraag of ook Thorbecke hiervan geweten heeft. Dat wordt afgewezen. Het wetsvoorstel over de grondbelasting in Limburg wordt vervolgens alsnog behandeld en aangenomen.

Tussen enerzijds Thorbecke en Olivier en anderzijds de andere ministers ontstaat eind 1865 een conflict over de vraag of het nieuwe Wetboek van Strafrecht in Nederlands-Indië bij wet of bij koninklijk besluit moet worden ingevoerd. Thorbecke en Olivier willen invoering bij wet. Hoewel Fransen van de Putte verklaart dat dit het enige verschil van mening is dat tot de breuk heeft geleid, lijken er ook andere redenen te zijn geweest. Vooral het inzicht bij Thorbecke dat jongeren de leiding van de liberalen van hem willen overnemen, is de diepere oorzaak.

[ V ][ ^^ ]

Samenstelling kabinet

Buitenlandse Zaken
minister a.i.: Mr. A.J.L. baron Stratenus (geen pol. stroming) (1 februari 1862 - 13 maart 1862)
minister: Jhr.Mr. P.Th. van der Maesen de Sombreff (liberaal) (12 maart 1862 - 2 januari 1864)
minister a.i.: W.J.C. ridder Huyssen van Kattendijke (liberaal) (2 januari 1864 - 15 maart 1864)
minister: Mr. E.J.J.B. Cremers (liberaal) (15 maart 1864 - 10 februari 1866)

Justitie
minister: Mr. N. Olivier (liberaal)

Binnenlandse Zaken
minister: Dr.Mr. J.R. Thorbecke (liberaal)

Financiën
minister a.i.: Mr. N. Olivier (liberaal) (27 november 1865 - 10 februari 1866)

Oorlog
minister: J.W. Blanken (liberaal)

Marine
minister: W.J.C. ridder Huyssen van Kattendijke (liberaal) (1 februari 1862 - 6 februari 1866)
minister a.i.: J.W. Blanken (liberaal) (5 februari 1866 - 10 februari 1866)

Koloniën
minister: G.H. Uhlenbeck (liberaal) (1 februari 1862 - 3 januari 1863)
minister a.i.: G.H. Betz (liberaal) (3 januari 1863 - 2 februari 1863)
minister: I.D. Fransen van de Putte (liberaal) (2 februari 1863 - 10 februari 1866)

Zaken der Rooms-Katholieke Eredienst
minister: Mr. K.A. Meeussen (liberaal) (1 februari 1862 - 1 juli 1862)

Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke
minister: Mr.Dr. J.A. Jolles (liberaal) (1 februari 1862 - 1 juli 1862)

niet belast met een departement
minister: G.H. Betz (undefined) (1 februari 1862 - 27 november 1865)

[ V ][ ^^ ]

Mutaties

In juli 1862 worden de twee departementen voor de erediensten opgeheven. De twee ministers krijgen een andere functie.

In december 1862 verwerpt de Eerste Kamer de begroting van Koloniën. Minister Uhlenbeck treedt om die reden af. Zijn opvolger is het Tweede-Kamerlid Fransen van de Putte.

Een jaar later, in december 1863, verwerpt de Eerste Kamer de begroting van Buitenlandse Zaken. Minister Van der Maesen de Sombreff vraagt daarop ontslag. Zijn opvolger is de Groningse katholiek Cremers.

Al nadat het kabinet demissionair is geworden, overlijdt minister Huyssen van Kattendijke van Marine.

[ V ][ ^^ ]

data en feiten formatie

datumwatwietot en metdagen
2 januari 1862benoeming (in)formateurJ.K. baron van Goltstein en G.C.J. van Reenen15 januari 186214
16 januari 1862benoeming (in)formateurJ.R. Thorbecke30 januari 186215
1 februari 1862beëdiging nieuwe bewindsliedenKoning Willem III23 januari 18661453
24 januari 1866kabinet demissionair 9 februari 186617
10 februari 1866ontslag verleendKoning Willem III  


Bijzonderheden
Samenstelling kabinet
Mutaties
data en feiten formatie
Wetgeving kabinet
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route