Dit liberale kabinet staat bekend als 'het kabinet van sociale rechtvaardigheid'. Het brengt diverse belangrijke wetten tot stand, waarvan de Woningwet, de Ongevallenwet en de Leerplichtwet de bekendste zijn. Kabinetsleider is de hoogleraar Pierson, die eerder minister van Financiën was in het kabinet-Van Tienhoven.
De minister van Buitenlandse Zaken behoort tot de (conservatieve) oud-liberalen. Alle andere ministers zijn vooruitstrevende liberalen.
Het kabinet zit de gehele periode uit, maar 'verliest' wel de ministers van Marine en Oorlog, die beiden in de Tweede Kamer een nederlaag lijden.
Minister De Beaufort spant zich erg in voor de Haagse Vredesconferentie in 1899. De deelname van het Vaticaan en van de Zuid-Afrikaanse Boerenrepublieken ligt daarbij erg gevoelig. Resultaat van de conferentie is de instelling van een Permanent Hof van Arbitrage.
In 1900 verwerpt de Eerste Kamer de ontwerp-Ongevallenwet van minister Lely, omdat zij de organisatie te centralistisch acht. Een tweede ontwerp, waarin meer wordt overgelaten aan het bedrijfsleven, haalt het wel.
Nederland zendt na de Engelse overwinning in Zuid-Afrika een oorlogsschip naar Zuid-Afrika om de president van Transvaal, Paul Kruger, op te halen en naar Europa te brengen.
De koningin trouwt in februari 1901 met de Duitse (Mecklenburgse) prins Heinrich, die na zijn huwelijk prins Hendrik heet.
Financiën
minister: Mr. N.G. Pierson (lib. unie) (26 juli 1897 - 1 augustus 1901)
Oorlog
minister a.i.: J.C. Jansen (lib. unie) (27 juli 1897 - 31 juli 1897)
minister: K. Eland (lib. unie) (31 juli 1897 - 1 april 1901)
minister: A. Kool (lib. unie) (1 april 1901 - 1 augustus 1901)
Marine
minister: J.C. Jansen (lib. unie) (27 juli 1897 - 21 december 1897)
minister a.i.: K. Eland (lib. unie) (22 december 1897 - 12 januari 1898)
minister: Jhr. J.A. Röell (lib.-partijloos) (12 januari 1898 - 1 augustus 1901)
Waterstaat, Handel en Nijverheid
minister: C. Lely (lib. unie)
Al kort na het optreden van het kabinet treedt minister Jansen van Marine af, omdat de Tweede Kamer zijn voorstel voor uitbreiding van de marinevloot afwijst.
Minister Eland van Oorlog lijdt begin 1901 een nederlaag in de Tweede Kamer. De minister kan zich niet verenigen met een amendement-Van Gilse dat er bij aanneming toe zou leiden dat een kortere diensttijd in de wet wordt vastgelegd. Als het amendement inderdaad wordt aangenomen, neemt Eland ontslag.
Zijn opvolger, generaal Kool, weet een nieuw voorstel wel door de Kamer te loodsen. Hij doet dat zo bekwaam, dat de wet ten aanzien van de diensttijd zelfs verder gaat dan het wetsvoorstel van Eland.