Bijzonderheden |
| - | Spoorwegstaking 1903- In januari 1903 breken in de havens van Amsterdam stakingen uit. De werkgevers willen daarop spoorwegarbeiders inschakelen bij het lossen van de boten. Uit protest daartegen breekt in het hele land een spoorwegstaking uit. De werkgevers geven vervolgens toe aan de eisen. |
| - | Het kabinet-Kuyper dient als reactie op deze gebeurtenissen wetsvoorstellen in die stakingen bij openbare diensten moeten verbieden. De indiening geschiedt niet, zoals gebruikelijk, bij brief, maar door de ministers persoonlijk in de Tweede Kamer. |
| - | Tegen deze voorstellen komt verzet. Een Comité van Verweer besluit tot het uitroepen van een nieuwe spoorwegstaking in april. Die staking wordt echter een mislukking, onder meer doordat stakers worden ontslagen. |
| - | De anti-stakingswetten worden vervolgens in snel tempo door beide Kamers aanvaard. |
| - | Ontbinding 1904- Het kabinet dient in 1902 een voorstel tot wijziging van de Hoger-Onderwijswet in. Door die wijziging moet iemand die aan een niet door de overheid gesubsidieerde universiteit (zoals de Vrije Universiteit in Amsterdam) afstudeert, dezelfde rechten krijgen als iemand die zijn titel behaalt aan een openbare universiteit. |
| - | De Tweede Kamer aanvaardt dit wetsvoorstel. De in meerderheid liberale Eerste Kamer wijst het echter af, omdat zij niets voor aparte christelijke universiteiten voelt. Kuyper ontbindt hierna de Eerste Kamer |
| - | De Eerste-Kamerleden worden in deze tijd nog voor negen jaar gekozen, waarbij elke drie jaar eenderde deel wordt vernieuwd. Iedere provincie vaardigt een vast aantal leden af, Zuid-Holland bijvoorbeeld tien, Groningen drie en Limburg vier. De Statenverkiezingen van 1904 brengen de liberalen in Zuid-Holland in de minderheid. Daardoor gaan normaliter in 1904 vier door die provincie te verdelen zetels over van de liberalen naar ARP en RK. |
| - | Door de Kamer te ontbinden zullen echter alle tien zetels naar 'rechts' overgaan en verliezen de liberalen hun meerderheid in de Eerste Kamer. ARP en RK krijgen na de Statenverkiezingen en de verkiezing van de Eerste Kamer inderdaad ook in de Eerste Kamer de meerderheid. |
| - | Vervolgens wordt het verworpen wetsvoorstel opnieuw ingediend en nu wel door beide Kamers aanvaard. |
| - | Boerenoorlog- De Nederlandse regering heeft veel sympathie voor de strijd die de 'stamverwante' Zuid-Afrikaanse Boeren tegen de Engelsen voeren. De koningin tracht tevergeefs via zowel de Britse koningin Victoria als de Duitse keizer Wilhelm II te bemiddelen in dit conflict. |
| - | Tariefwet- Minister Harte van Financiën streeft naar verhoging van het invoertarief om de Nederlandse industrie te beschermen. Zijn voorstel wordt echter niet meer voor de verkiezingen afgehandeld. |
Samenstelling kabinet |
Mutaties |
data en feiten formatie |
|
| Bijzonderheden |
||
| Samenstelling kabinet |
||
| Mutaties |
||
| data en feiten formatie |
||
| Wetgeving kabinet |
||