De Tweede Kamerverkiezingen van 1929 zijn de rustigste van het Interbellum. Er treden nauwelijks verschuivingen op. Zowel RKSP, CHU, VDB als SDAP behouden hun zeteltal. Alleen de ARP en de Liberalen verliezen één zetel. De meerderheid van de rechtse partijen loopt daarmee wel terug naar 53 zetels.
Opvallend is de winst van de SGP, die nu drie zetels in de Kamer krijgt. De HGSP behoudt haar ene zetel, terwijl de RKVP uit de Kamer verdwijnt.
De communisten, die vanwege een intern ideologisch conflict met twee lijsten komen, winnen één zetel. In 1930 zullen de twee lijsten, van Wijnkoop en De Visser, zich onder druk van Moskou weer verenigen.
De enige nieuwkomer is Floris Vos, een melkfabrikant uit 't Gooi. Hij strijdt tegen de nog bestaande tollen op sommige wegen. Met zijn Middenpartij voor Stad en Land haalt hij één zetel. In de Kamer zal hij echter geen opvallende rol spelen.
Na de verkiezingen wordt een extra-parlementair kabinet-Ruys de Beerenbrouck gevormd, dat wordt gesteund door RKSP, ARP en CHU.