Dit kabinet moet worden gezien als een overgangskabinet voor het uitschrijven van vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen. Het weet wel de omroepkwestie te regelen door aanvaarding van de Omroepwet.
Het kabinet-Zijlstra bestaat uit ministers van de KVP en de ARP. Minister-president Zijlstra is afkomstig uit de ARP.
Voornaamste taken van het kabinet zijn de ontbinding van de Tweede Kamer en het uitschrijven van vervroegde verkiezingen. Bij de val van het vorig kabinet zijn de verkiezingen van 1967 al dichtbij. De verkiezingen worden na de kabinetscrisis met een paar maanden worden vervroegd.
Het kabinet handelt de begroting voor 1967 af, neemt een besluit over de winning van aardgas op de Noordzee en brengt, nadat al in 1955 een eerste wetsontwerp was ingediend, eindelijk de Omroepwet tot stand.
Het voorstel voor de Omroepwet was afkomstig van minister Vrolijk uit het kabinet-Cals. Zijn opvolgster Marga Klompé slaagt erin deze belangrijke wet, waardoor er op de Nederlandse televisie reclame komt, ondanks verzet van de VVD en een deel van de CHU door het parlement te loodsen.
Vanwege toenemende werkloosheid, met name door enkele massaontslagen in de textielsector, trekt het kabinet meer geld uit voor werkgelegenheidsbevordering.
Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk
minister: Dr. M.A.M. Klompé (kvp)
belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand
minister: Mr. B.W. Biesheuvel (arp)
Zonder portefeuille
minister voor hulp aan ontwikkelingslanden: Mr. Th.H. Bot (kvp)
KVP-fractievoorzitter Schmelzer wordt belast met de vorming van een kabinet. Hij streeft naar een overgangskabinet van KVP en ARP aangevuld met buitenstaanders. Als premier denkt hij aan oud-minister Van den Brink, maar die weigert. Daarna komen De Quay (die alleen vice-premier wil zijn) en Zijlstra in beeld. ARP-leider Biesheuvel weerhoudt Zijlstra echter van medewerking. Nadat ook oud-minister De Pous (CHU) en minister Piet de Jong bedanken en Veldkamp weigert vice-premier te worden, geeft Schmelzer zijn opdracht terug.
Informateur Beel weet Biesheuvel wel te bewegen Zijlstra te accepteren als premier. Als concessie aan de ARP moet de KVP haar bezwaren tegen het belastingplan van het vorige kabinet deels inslikken. Zijlstra vormt hierna een kabinet uit de demissionaire confessionele ministers van het kabinet-Cals (uitgezonderd Cals en Bogaers) en uit oud-ministers als De Quay, Witte en Klompé.