Kabinet-Den Uyl (1973-1977)

Het kabinet-Den Uyl is het meest progressieve uit de parlementaire geschiedenis. De drie linkse partijen hebben tien ministers, KVP en ARP samen zes. Het kabinet stelt zich ten doel: eerlijk delen van kennis, macht en inkomen. Het kabinet komt na een moeizame, langdurige formatie tot stand.

Het kabinet wordt met grote economische problemen geconfronteerd als gevolg van de oliecrisis in november 1973. Het kabinet krijgt ook te maken met terroristische acties, zoals de bezetting van de Franse ambassade door Japanners, de Molukse treinkapingen bij Wijster en De Punt, en de bezetting van een lagere school in Smilde, eveneens door Zuid-Molukkers. En dan is er nog de Lockheed-affaire waarin Prins Bernhard de hoofdpersoon is.

Het kabinet bestaat uit bewindslieden PvdA, PPR, D66, KVP en ARP. Minister-president Den Uyl is afkomstig uit de PvdA. PvdA en D66 zien het kabinet als een parlementair kabinet, de overige partijen beschouwen het als een extraparlementair kabinet. Het kabinet-Den Uyl treedt op 11 mei 1973 aan en de premier legt op 28 mei de regeringsverklaring af. Het kabinet komt op 20 maart 1977, kort voor de verkiezingen, ten val als gevolg van een intern conflict over de grondpolitiek. Het opvolgende kabinet-Van Agt I treedt op 19 december 1977 aan.
[ V ]

Bijzonderheden

financieel-economisch

Het kabinet streeft naar verkleining van inkomensverschillen, onder meer door belastingmaatregelen. Er worden enkele verhogingen doorgevoerd van uitkeringen en de AOW en het minimumjeugdloon wordt ingevoerd.

Het kabinet besluit tot extra investeringen in onder meer volkshuisvesting, welzijn en onderwijs, maar moet vanwege de moeilijke economische omstandigheden vanaf 1975 de groei van de overheidsuitgaven beperken.

Het kabinet reageert op de oliecrisis van november 1973 met een Machtigingswet Inkomensvorming, met het instellen van benzinedistributie en door de afkondiging van enkele autoloze zondagen. Op 1 december 1973 spreekt premier Den Uyl de bevolking via radio en tv toe over de gevolgen van de crisis.

De gevolgen van de internationale economische crisis blijven uit, doordat Nederland profiteert van extra aardgasopbrengsten. Wel is de inflatie erg hoog en komen de rendementen van bedrijven door hoge lasten steeds meer onder druk te staan. Enkele sectoren (textiel, scheepsbouw) kunnen de concurrentiestrijd met het buitenland niet aan. In 1976 neemt het kabinet een loonmaatregel, maar de automatische prijscompensatie blijft bestaan.

 * financieel-economisch beleid in cijfers

spreidingsbeleid

In 1974 verschijnt de Nota Spreiding van Rijksdiensten. Daarin worden voorlopige plannen gepresenteerd voor het verplaatsen van onder meer het CBS (naar Heerlen), de Inspectie directe belastingen en accijnzen (Kerkrade), het Rijks Inkoop Bureau (Zwolle), de Topografische dienst (Emmen) en de centrale directie van de PTT (Groningen en Leeuwarden). In totaal zouden 6500 arbeidsplaatsen worden verplaatst.

In 1976 verschijnt de Verstedelijksnota als tweede deel van de Derde Nota Ruimtelijke Ordening (In 1974 was er een Oriëntatienota). Daarin wordt voor een meer geconcentreerde verstedelijking gekozen door de aanwijziging van groeisteden (Groningen, Zwolle, Breda en Helmond) en van groeikernen (o.a. Almere, Lelystad, Alphen aan den Rijn, Nieuwegein). De woon- en leefomstandigheden in oude wijken moet worden verbeterd.



middenschool

Minister Van Kemenade (PvdA) komt met plannen voor de zogenaamde middenschool en bevordert het tweedekansonderwijs. Vooralsnog gaat het bij de middenschool, waarbij leerlingen langer een zelfde onderwijsprogramma volgen, om experimenten.

volkshuisvesting en stadsvernieuwing

Bij het volkshuisvestingsbeleid krijgen de bouw van huizen voor een- en tweepersoonshuishoudens en stadsvernieuwing prioriteit. Vooral naar stadsvernieuwing gaat extra geld. De regeling waardoor huurders kunnen wennen aan een hogere huur voor een vernieuwde woning, wordt verbeterd.

buitenlands beleid

Minister Van der Stoel zet zich in voor verbetering van de mensenrechten, onder meer door openlijke steun aan de oppositiebeweging in Tsjecho-Slowakije. Verder maakt hij zich sterk voor totstandkoming van een Verdrag over samenwerking en veiligheid in Europa (Verdrag van Helsinki).

Het kabinet breidt het budget voor ontwikkelingssamenwerking uit. Er wordt steun gegeven aan (omstreden) projecten in Cuba en aan bevrijdingsbewegingen in Angola en Mozambique.

Internationale betrokkenheid blijkt uit de steun aan slachtoffers van de militaire dictatuur in Chili, aan de steun voor de herstelde Portugeze democratie en uit het bijwonen door ministers (incl. minister-president Den Uyl) van een betoging in Utrecht tegen doodvonnissen in Spanje.

Oosterschelde

Het kabinet besluit in 1974 de Oosterschelde af te sluiten met een half-open (afsluitbare) dam, waardoor de natuur wordt ontzien.

Suriname onafhankelijk

In 1975 wordt Suriname onafhankelijk. Het kabinet krijgt in aanloop daarvan te maken met de toestroom van grote aantallen Surinamers, aan wie als rijksgenoten geen beperkingen kunnen worden opgelegd voor vestiging in Nederland.

abortuskwestie

Dreigende sluiting van de abortuskliniek Bloemenhove in Heemstede levert politieke spanningen op in 1974 en 1976. Minister Van Agt wil optreden tegen afbrekingen van late zwangerschappen. In 1976 voorkomt een bezetting door vrouwen dat justitie kan ingrijpen. Van Agt legt zich daar bij neer.

reactorvaten Zuid-Afrika

In 1976 levert verder mogelijke levering van reactorvaten aan Zuid-Afrika bijna een kabinetscrisis op. Een deel van het kabinet, en met name minister Lubbers, wil dat de staat RSV (Rijn-Schelde Verolme) een kredietgarantie geeft voor deze levering. Het kabinet is sterk verdeeld en kan geen besluit nemen. Vrijwel alle progressieve ministers maken bezwaren vanwege de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika. Omdat de order ten slotte naar een Frans bedrijf gaat, is een kabinetsbesluit uiteindelijk niet meer nodig en wordt de crisis afgewend.

Lockheed-affaire

In 1976 komt Prins Bernhard in opspraak door de Lockheed-affaire. De Prins zou steekpenningen hebben aangenomen. Naar aanleiding van een commissie van drie besluit het kabinet dat de Prins zich uit alle publieke functies, dus ook de krijgsmacht, moet terugtrekken. Ook mag hij zich in het openbaar niet meer in uniform vertonen.

Affaire-Menten

De ontsnapping van een van oorlogsmisdaden verdachte zakenman, Pieter Menten, brengt eind 1976 minister Van Agt in politieke problemen. De kritiek van de PvdA-fractie verslechtert de verhouding tussen CDA en PvdA.

 * De Menten-debatten 1976 en 1977

overige

Minister Van Doorn brengt wetjes tot stand om radio-uitzendingen vanaf de Noordzee te verbieden
In 1974 komt het kabinet met een plan voor de spreiding van rijksdiensten over het land. Voorgesteld wordt onder meer de PTT deels in Groningen te vestigen.
Minister Westerterp van Verkeer en Waterstaat neemt diverse maatregelen op het gebied van de verkeersveiligheid, zoals verplichting van de bromfietshelm en van autogordels, en invoering van een alcoholtest (blaastest).
Minister De Gaay Fortman komt met een plan voor de vorming van 24 (mini-)provincies te vormen, maar tot afhandeling van dit voorstel komt het niet.
De zomertijd wordt op 1977 (opnieuw) ingevoerd.
 
Besloten wordt tot rechtstreekse verkiezing van het Europees Parlement
Er wordt subsidie verleent aan experimenten met Bureaus voor Rechtshulp
Voorstellen tot invoering van een vermogensaanwasdeling, tot verzelfstandiging van de ondernemingsraden en voor een nieuw stelsel voor het stimuleren van investeringen (Wet Investeringsrekening) kunnen niet meer worden afgehandeld.
[ V ][ ^^ ]

Samenstelling kabinet

Minister-President
Drs. J.M. den Uyl (pvda)

Viceminister-president
Mr. A.A.M. van Agt (kvp) (11 mei 1973 - 8 september 1977)
Mr. W.F. de Gaay Fortman (arp) (8 september 1977 - 19 december 1977)

Algemene Zaken
minister: Drs. J.M. den Uyl (pvda)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. M. van der Stoel (pvda)
staatssecretaris: Dr. P.H. Kooijmans (arp)
staatssecretaris: Mr. L.J. Brinkhorst (d66) (11 mei 1973 - 8 september 1977)

minister voor Ontwikkelingssamenwerking
minister: Drs. J.P. Pronk (pvda)

Justitie
minister: Mr. A.A.M. van Agt (kvp) (11 mei 1973 - 8 september 1977)
minister: Mr. W.F. de Gaay Fortman (arp) (8 september 1977 - 19 december 1977)
staatssecretaris: Mr. J.F. Glastra van Loon (d66) (13 juni 1973 - 22 mei 1975)
staatssecretaris: Mr. H.J. Zeevalking (d66) (6 juni 1975 - 8 september 1977)

Binnenlandse Zaken
minister: Mr. W.F. de Gaay Fortman (arp)
staatssecretaris: W. Polak (pvda) (11 mei 1973 - 1 mei 1977)

Onderwijs en Wetenschappen
minister: Dr. J.A. van Kemenade (pvda)
staatssecretaris: Dr. G. Klein (pvda) (11 mei 1973 - 8 september 1977)
staatssecretaris: Dr.Mr. A. Veerman (arp) (11 mei 1973 - 1 september 1975)
staatssecretaris: Drs. K. de Jong Ozn. (arp) (1 september 1975 - 19 december 1977)

Financiën
minister: Dr. W.F. Duisenberg (pvda)
staatssecretaris: Mr. A.P.J.M.M. van der Stee (kvp) (11 mei 1973 - 1 november 1973)
staatssecretaris: A. de Goede (d66)
staatssecretaris: Drs. M.J. van Rooijen (kvp) (21 december 1973 - 15 oktober 1977)

Defensie
minister: Ir. H. Vredeling (pvda) (11 mei 1973 - 1 januari 1977)
minister: Mr. A. Stemerdink (pvda) (1 januari 1977 - 19 december 1977)
staatssecretaris: Mr. A. Stemerdink (pvda) (11 mei 1973 - 1 januari 1977)
staatssecretaris: Mr. J.A. Mommersteeg (kvp) (11 mei 1973 - 1 maart 1974)
staatssecretaris: C.L.J. van Lent (kvp) (11 maart 1974 - 19 december 1977)

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
minister: Drs. J.P.A. Gruijters (d66)
staatssecretaris: J.L.N. Schaefer (pvda) (11 mei 1973 - 8 september 1977)
staatssecretaris: Drs. M.P.A. van Dam (pvda) (11 mei 1973 - 8 september 1977)

Verkeer en Waterstaat
minister: Drs. Th.E. Westerterp (kvp)
staatssecretaris: Dr. M.H.M. van Hulten (ppr)

Economische Zaken
minister: Drs. R.F.M. Lubbers (kvp) (11 mei 1973 - 20 december 1977)
staatssecretaris: Th.M. Hazekamp (kvp) (11 mei 1973 - 8 september 1977)

Landbouw en Visserij
minister: Mr. T. Brouwer (kvp) (11 mei 1973 - 1 november 1973)
minister: Mr. A.P.J.M.M. van der Stee (kvp) (2 november 1973 - 19 december 1977)

Sociale Zaken
minister: Drs. J. Boersma (arp)
staatssecretaris: P.J.J. Mertens (kvp)

Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk
minister: Mr. H.W. van Doorn (ppr)
staatssecretaris: W. Meijer (pvda) (11 mei 1973 - 8 september 1977)

Volksgezondheid en Milieuhygiëne
minister: Mr. I. Vorrink (pvda)
staatssecretaris: J.P.M. Hendriks (kvp)

belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan Suriname en de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand
minister: Mr. W.F. de Gaay Fortman (arp) (11 mei 1973 - 25 november 1975)

belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen betreffend en met de zorg voor aan de Nederlandse Antillen te verlenen hulp en bijstand
minister: Mr. W.F. de Gaay Fortman (arp) (25 november 1975 - 19 december 1977)

Zonder portefeuille
minister voor Wetenschapsbeleid: F.H.P. Trip (ppr)
[ V ][ ^^ ]

Mutaties

Enkele maanden na het aantreden van het kabinet treedt minister Brouwer (KVP) af als minister van Landbouw. Staatssecretaris Van der Stee volgt hem op, en hij wordt op Financiën vervangen door Van Rooijen, een fiscalist.

Staatssecretaris Mommersteeg van Defensie laat zich in februari 1974 vanwege gezondheidsproblemen door zijn partijgenoot brigade-generaal Van Lent vervangen.

In mei 1975 ontstaat een conflict tussen minister Van Agt en diens D66-staatssecretaris Glastra van Loon, nadat de laatste in een interview kritiek heeft geuit op de ambtelijke leiding van het departement. Glastra van Loon moet opstappen. De Utrechtse oud-wethouder Zeevalking volgt hem op.

September 1975 stapt staatssecretaris Veerman (ARP) eveneens op wegens gezondheidsproblemen. Diens opvolger is K. de Jong, tot dan rector in Amersfoort.

In januari 1977 wordt Vredeling Europees Commissaris. Staatssecretaris Stemerdink is zijn vervanger.

Kort voor de verkiezingen van 1977 wordt staatssecretaris Polak benoemd tot burgemeester van Amsterdam.

Drie maanden na de verkiezingen kiest CDA-minister Van Agt voor het Tweede Kamerlidmaatschap (hij moest op grond van de Grondwettelijke bepalingen kiezen tussen het ministerschap en het Tweede Kamerlidmaatschap). De Gaay Fortman neemt zijn taken als minister van Justitie en vicepremier over. Ook de meeste staatssecretarissen kiezen dan voor het Tweede Kamerlidmaatschap.
[ V ][ ^^ ]

Formatie

Omdat de progressieven noch de voorgaande coalitie met een meerderheid uit de verkiezingen zijn gekomen, is de formatie zeer moeizaam. De progressieve drie, PvdA, D66 en PPR, willen niet over hun programma ('Keerpunt 1972') onderhandelen met de drie confessionele partijen.

De adviezen die de Koningin krijgt, lopen zeer ver uiteen. De eigen inbreng van de Koningin speelt daarom, meer dan anders, een rol. Zij kiest voor (in)formateurs die verder van de actieve politiek afstaan en zodoende geen grote rol in de verkiezingen hebben gespeeld. Als eerste wordt Eerste Kamerlid De Gaay Fortman (ARP) gevraagd, maar hij weigert. Vervolgens krijgt Ruppert (ARP), lid van de Raad van State, het verzoek te inventariseren welke mogelijkheden er zijn.

Hij constateert dat noch herstel van het vijfpartijenkabinet-Biesheuvel noch een coalitie van de christelijke partijen met de VVD reëel is. Ook voor een minderheidskabinet is geen basis. In zijn eindadvies noemt hij vorming van een centrumlinks kabinet-Den Uyl de meest kansrijke mogelijkheid. Een PvdA'er moet dat kabinet gaan formeren.

Daarop benoemt de Koningin staatraad Jaap Burger (PvdA) tot formateur. Hij probeert de vorming van een kabinet-Den Uyl met confessionele deelneming te forceren. Burger denkt dat de inhoudelijke verschillen klein zijn en bovendien biedt het afwijzen van de VVD weinig andere mogelijkheden voor ARP, KVP (en eventueel) CHU. Basis voor het linkse kabinet met een witte rand zal een geactualiseerde versie van Keerpunt'72 zijn, dat naast het gezamenlijke christendemocratische programma wordt gelegd.

Tot woede van ARP-voorman Biesheuvel zegt op 27 februari ARP-minister en Tweede Kamerlid Jaap Boersma bereid te zijn toe te treden tot een centrumlinks kabinet. Een dag later doet de fractievoorzitter van de ARP in de Eerste Kamer, prof. W.F. de Gaay Fortman, het zelfde.

De komst van een centrumlinks kabinet wordt ook bevorderd, doordat op 7 maart een einde komt aan het fractievoorzitterschap van Biesheuvel. Hij moet die dag, drie maanden na zijn beëdiging als Kamerlid, kiezen tussen de Kamer en het kabinet en kiest voor het laatste. Biesheuvel was tegen de komst van een kabinet-Den Uyl. De progressievere Aantjes neemt zijn taak als fractievoorzitter over.

Het lukt Burger op 22 maart om de dwarsliggende CHU buitenspel te zetten. De CHU-fractie verklaart geen basis te zien voor steun aan een kabinet-Den Uyl en Burger concludeert dat de partij verder geen rol meer speelt bij de formatie. Burger stelt als getalsverhouding in het kabinet voor: tien progressieve en zes christendemocratische ministers. ARP en KVP aarzelen hierover, maar wijzen dit niet definitief af. Op 4 april blijken er niettemin toch te veel aarzelingen bij hen te zijn om al in te kunnen stemmen met de komst van een kabinet-Den Uyl. Burger stopt daarom zijn formatiepoging.

Hierna worden demissionair minister Van Agt (KVP) en senator Albeda (ARP) aangezocht als informateurs. Zij weten ARP en KVP te bewegen alsnog akkoord te gaan met de komst van een kabinet-Den Uyl, vooral door de sfeer tussen de partijen te verbeteren. Vanwege de getalsverhouding haakt de CHU definitief af. De programma's van de linkse drie en de drie christendemocratische partijen vormen de basis voor het nieuwe kabinet en alleen over geschilpunten zullen afspraken worden gemaakt.

Burger en Ruppert worden nu samen tot formateur benoemd. Zij ronden de zetelverdeling en invulling van kabinetsposten af. Hierover wordt onder hun leiding op 3 mei een vergadering (het 'preconstituerend beraad') gehouden met alle kandidaat-ministers. Na acht uur zijn alle geschilpunten opgelost. De fracties stemmen met dit akkoord in. Bij PvdA en KVP zijn er drie 'dissidenten', bij de PPR twee en van de ARP stemmen zelfs zes van de veertien leden tegen. De stem van Jan de Koning geeft uiteindelijk de doorslag.

Ruppert en Burger leiden hierna, na 164 dagen formeren, op 11 mei het constituerend beraad van het nieuwe kabinet-Den Uyl.

brief over totstandkoming kabinet-Den Uyl (kamerstuk 12.383, nr. 2, pdf-bestand)


[ V ][ ^^ ]

Kerngegevens

 Tweede Kamer tot 21 juni 1976Tweede Kamer van 21 juni 1976 tot 8 juni 1977Tweede Kamer vanaf 8 juni 1977
PvdA434353
KVP2727-
ARP1414-
PPR773
D66658
totaal97
(64.7%)
96
(64%)
64
(42.7%)

 Eerste Kamer tot 17 september 1974Eerste Kamer van 17 september 1974 tot 20 september 1977Eerste Kamer vanaf 20 september 1977minister­raad/(kabinet)
PvdA1821257 (13)
KVP2216-4 (10)
ARP76-2 (4)
PPR2452 (3)
D6663-1 (4)
totaal55
(73.3%)
50
(66.7%)
30
(40%)
 
[ V ][ ^^ ]

data en feiten formatie

datumwatwietot en metdagen
29 november 1972Tweede Kamer­verkiezingen   
4 december 1972benoeming (in)formateurM. Ruppert30 januari 197358
1 februari 1973benoeming (in)formateurJ.A.W. Burger4 april 197362
10 april 1973benoeming (in)formateurA.A.M. van Agt en W. Albeda22 april 197313
23 april 1973benoeming (in)formateurJ.A.W. Burger en M. Ruppert10 mei 197318
11 mei 1973beëdiging nieuwe bewindsliedenKoningin Juliana21 maart 19771411
22 maart 1977kabinet demissionair 18 december 1977272
19 december 1977ontslag verleendKoningin Juliana  













































































Bijzonderheden
Samenstelling kabinet
Mutaties
Formatie
Kerngegevens
data en feiten formatie
Wetgeving kabinet
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route