Politicus uit Luik, voorman van de Belgische liberaal-katholieken en voordien oppositioneel Tweede Kamerlid tijdens de vereniging van Noord en Zuid. Was in zijn woonplaats advocaat en gemeenteraadslid en werd in 1824 tot Kamerlid gekozen. Ondanks zijn kritische houding tegenover onder meer het persbeleid van Willem I was hij tegenstander van een splitsing en (slechts) voorstander van een bestuurlijke scheiding. Onderhandelde daarover in september 1830 met de Prins van Oranje. Hij volgde begin 1831 Surlet de Cokier op als voorzitter van het Nationaal Congres en werd tevens voorzitter van de ministerraad. Was nadien Kamervoorzitter en voorzitter van het Hof van Cassatie.