Amsterdamse advocaat en notaris, die in de Bataafse Tijd in het Vertegenwoordigend Lichaam zat. Representant van de vermogende Amsterdamse handelselite. Werd in 1842 door Willem II vermoedelijk tot senator benoemd om steun te kunnen geven aan een wetsvoorstel van zijn zoon Floris, dat het mogelijk moest maken om bejaarde of zieke rechters te kunnen ontslaan. Het voorstel werd niettemin verworpen. Kon in 1848 wel meehelpen om de liberale Grondwetsherziening aanvaard te krijgen. Was behalve rechtsgeleerde en politicus ook letterkundige en dichter.