Annemarie Jorritsma (1950) was minister van Verkeer en Waterstaat in het kabinet-Kok I en van Economische Zaken in het kabinet-Kok II, waarin zij tevens vicepremier was. Begon haar Haagse politieke loopbaan in 1982 als Tweede Kamerlid, nadat zij eerder raadslid in Bolsward was. Verliet de Tweede Kamer nadat zij in 2002 de verkiezing tot Kamervoorzitter had verloren. Was daarna waarnemend burgemeester van Delfzijl, van 2003 tot 2015 burgemeester van Almere en zeven jaar voorzitter van de VNG. Was van 9 juni 2015 tot 13 juni 2023 Eerste Kamerlid voor de VVD en vanaf 24 november 2015 tevens fractievoorzitter.
VVD
functie(s) in de periode 1982-2023: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, fractievoorzitter EK, minister, viceminister-president
voorzitter Regionaal College Politie Flevoland (als burgemeester)
korpsbeheerder, politie regio Flevoland, van 2009 tot 2013
voorzitter auditteam voetbalvandalisme, vanaf mei 2009
voorzitter Commissie Rathenau Instituut, van 1 mei 2012 tot juli 2012
voorzitter CEMR (Council of European Municipalities and Regions), van december 2013 tot januari 2016
voorzitter KNHM (Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschappij), van 29 mei 2015 tot 1 januari 2024
voorzitter jury 'Zakenvrouw van het jaar'
lid Raad van Commissarissen PriceWaterhouseCoopers Nederland BV, van 1 september 2015 tot 1 februari 2022
kwartiermaker topvrouwen.nl, van 24 november 2015 tot 1 januari 2019
lid Raad van Commissarissen Brandblock Global, van 1 april 2017 tot 1 januari 2021
voorzitter bestuur Stichting 'verkiezing overheidsmanager van het jaar', tot 2018
commissaris-generaal Floriade Almere 2022, vanaf september 2018
lid Raad van Toezicht Platform Talent voor Techniek, vanaf 15 januari 2019
voorzitter NVP (Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen), van 1 september 2015 tot 12 juni 2025
voorzitter Raad van Commissarissen N.V. Alliander, van 1 juli 2016 tot 15 april 2026 (energie-infrastructuur)
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter bijzondere commissie voor de Nota Alcohol en Samenleving (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 17 februari 1987 tot september 1989
voorzitter parlementaire werkgroep naamgeving zalen Tweede Kamer, 1992
voorzitter vaste commissie voor Defensie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 3 oktober 2002 tot 30 januari 2003
vicevoorzitter vaste commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 16 juni 2015 tot 7 november 2017
lid Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, van juli 2015 tot 24 januari 2016
lid College van Senioren (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 24 november 2015 tot 13 juni 2023
vicevoorzitter vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 7 november 2017 tot 11 juni 2019
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
erevoorzitter VNG, vanaf 3 juni 2015
Opleiding
primair onderwijs
Prot.Chr. lagere school te Hengelo (Gld.)
voortgezet onderwijs
m.m.s., bijzonder lyceum "Baudartius Lyceum" te Zutphen, tot juni 1967
hoger beroepsonderwijs
M.O.-Frans (akte M.O.-a), van 1974 tot 1977
opleidingen
opleiding School voor Toeristische Vorming te Breda, van juni 1967 tot 1969
cursussen
stenografie, Nederlands, Engels, Frans en Duits, Instituut "Schoevers"
kadercursus discussie en vergadertechniek, 1979
landelijke vormingscursus VVD, 1980
Activiteiten
als parlementariër
Was in de periode 1982-1994 woordvoerster verkeer en waterstaat en onderwijs van de VVD-Tweede Kamerfactie. Hield zich ook bezig met ruimtelijke ordening (o.a. openluchtrecreatie en de Waddenzee), volkshuisvesting (herziening van de Woningwet) en emancipatiebeleid. Voerde in 1989 het woord bij de behandeling van een wetsvoorstel over zwangerschaps- en bevallingsverlof.
Interpelleerde op 15 maart 1990 minister Maij-Weggen over uitspraken over het reiskostenforfait
In de periode 2002-2003 was zij woordvoerster sociale zaken
Voerde in 2016 het woord bij de behandeling van het wetsvoorstel Omgevingswet
opvallend stemgedrag
Behoorde in 2018 tot de zes leden van haar fractie die vóór het initiatiefwetsvoorstel-Dijkstra stemde over de automatische donorregistratie
als bewindspersoon (beleidsmatig)
Verdedigde in 1995 samen met minister De Boer het kabinetsstandpunt over aanleg van de Betuweroute (22.589, nr. 71)
Bracht in 1995 met minister De Boer de Planologische kernbeslissing over de uitbreiding van Schiphol met een vijfde landingsbaan tot stand (23.552)
Verdedigde in 1995 met succes de afspraken over de verzelfstandiging van de N.V. Nederlandse Spoorwegen. Daarbij wordt voortgebouwd op het in 1993 genomen besluit tot verzelfstandiging. NS moet in vijf jaar financieel en zakelijk op 'eigen benen' staan en grotere reizigersstromen nastreven. Concurrentie op het spoor wordt mogelijk. De overheidsbijdragen worden tot 2000 afgebouwd naar nul. Vanaf 1 januari 1996 mag NS zelf de tarieven en algemene voorwaarden bepalen. Daarna is ook het voorzieningenniveau een zaak van NS. NS mag onrendabele lijnen aan de overheid verkopen. De minister blijft verantwoordelijk voor de infrastructuur en voor de toegang van maatschappijen op het spoornet. De afspraken waren op 29 juni 1995 contractueel vastgelegd. (18.986, nr.12)
Bracht in 1996 de Nota Veiligheidsbeleid Burgerluchtvaart uit. Doel is het beleid in samenhang en los van incidenten uiteen te zetten. Dat verschaft tevens een basis voor een gestructureerde discussie over de verdere ontwikkeling en uitvoering van het luchtvaartveiligheidsbeleid. De veiligheid betreft de gehele keten van vliegtuigontwerp, -onderhoud, -productie, vluchtuitvoering, bekwaamheid van boord- en grondpersoneel, luchtverkeersbeveiliging, uitrusting en inrichting van luchthavens, vervoer van gevaarlijke stoffen en beveiligingsmaatregelen. De luchtvaartsector omvat de activiteiten van de grote commerciële luchtvaart, de kleine zakelijke luchtvaart, de recreatieve luchtvaart en de kennisinfrastructuur. Internationale harmonisatie van veiligheidsregelgeving wordt gestimuleerd en (internationale) controle wordt versterkt. De wetgeving zal op een aantal punten worden aangepast en verbeterd, waardoor doelmatigheid en inzichterlijkheid moeten worden vergroot. (24.804)
Verdedigde in 1996 en 1997 samen met minister De Boer in Tweede en Eerste Kamer met succes het door het kabinet gekozen tracé voor de Hogesnelheidslijn (HSL), waarvan onder meer een tunnel onder het Groene Hart deel uitmaakt (22.026)
Bracht in 1996 de Nota Marktwerking in het regionaal openbaar vervoer uit. Hierin wordt het traject geschetst om gefaseerd te komen tot marktwerking in het openbaar vervoer en over de gevolgen daarvan voor de decentrale overheden en vervoersbedrijven. Openbaar-vervoersconcessies moeten openbaar aanbesteed worden. De nota is de uitwerking van een eerder kabinetsstandpunt uit 1995 over het advies van de commissie-Brokx. Om te voorkomen dat er veel (regionale) vervoerbewijzen komen, wordt gekozen voor onderzoek naar invoering van een nationaal elektronisch kaartsysteem. (25.088)
Bracht in 1997 samen met minister De Boer de Nota regionale-luchthavenstrategie (RELUS) uit. Deze nota gaat in op de herijking van de financieel-bestuurlijke verhoudingen tussen rijk en bestaande regionale luchthavens. Uitgangspunten van het beleid rond regionale luchthavens zijn onder meer: verbetering van de leefbaarheid rond luchthavens, grotere selectiviteit in de rijksbetrokkenheid en een meer marktconforme exploitatie van de infrastructuur. Het rijk zal zich geleidelijk terugtrekken uit de eigendoms- en exploitatieverhoudingen van regionale luchthavens. (25.230)
Bracht in 1997 samen met minister De Boer een discussienota over de toekomst van de luchtvaart in Nederland uit
Nam in 1997 het besluit het aantal nachtvluchten op Schiphol te beperken. Dit besluit werd toegelicht in een brief van haar en minister De Boer over geluidzones rond Schiphol. Daarin werd tevens ingegaan op de aanleg van een vijfde baan. (25.466)
Diende in 1997 het wetsvoorstel Telecommunicatiewet in en verdedigde dit in 1998 in de Tweede Kamer. Het voorstel werd door staatssecretaris Monique de Vries in het Staatsblad gebracht. (25.533)
Diende in 1997 het wetsvoorstel Wet op het rekeningrijden in. Hiermee moest een systeem van heffingen in de spits op drukke wegen in de Randstad worden ingevoerd. Het wetsvoorstel werd in 2000 ingetrokken en vervangen door een nieuw wetsvoorstel. (25.816)
Verdedigde in 1997 met succes het besluit om vliegveld Beek (Maastricht-Aachen Airport) uit te breiden en om op beperkte schaal nachtvluchten toe te staan (25.230)
Verdedigde in 1998 in de Tweede Kamer met succes de Tunnelwet Westerschelde, die machtigt tot oprichting van een NV voor het bouwen, onderhouden en exploiteren van een tunnel onder de Westerschelde. De wet werd door haar opvolgster in het Staatsblad gebracht. (25.675)
Bracht in 2000 de notitie 'Publieke belangen en marktordening. Liberalisering en privatisering in netwerksectoren' uit. De notitie behandelt de vraag hoe de overheid haar verantwoordelijkheid voor publieke belangen in netwerksectoren op een effectieve en doelmatige wijze kan waarborgen. Het gaat hierbij met name om de garantie van universele dienstverlening, bescherming van gebonden klanten, leveringszekerheid, kwaliteit van de dienstverlening en het voorkomen van negatieve effecten voor milieu, veiligheid en volksgezondheid. (27.018)
Stelde in 2000 samen met minister De Vries het Actal (Adviescollege toetsing administratieve lasten) in
Bracht in 2000 samen met de ministers Zalm, Van Boxtel, Brinkhorst, Hermans en Vermeend en de staatssecretarissen Benschop en J.M. de Vries de nota 'De kenniseconomie in zicht uit. Daarin worden initiatieven ontvouwd om aan te sluiten bij de door de EU ontwikkeling 'Lissabon-strategie'. Het betreft vooral structurele hervormingen als het versnellen van de liberalisering van netwerksectoren (energie, telecom), het versneld voltooien van de Interne Markt voor financiële diensten, en activering vanuit de sociale zekerheid, onder meer door nieuwe initiatieven om de armoedeval te verminderen. Met de Lissabon-strategie moet Europa de meest dynamische en competatieve regio ter wereld worden, gekenmerkt door duurzame groei, toenemende werkgelegenheid en sociale samenhang. (27.406)
Verdedigde in 2002 samen met staatssecretaris Van Hoof met succes de beslissing om de F16 op termijn te vervangen door de Amerikaanse Joint Strike Fighter. Daarbij waren de mogelijkheden voor de Nederlandse industrie om te participeren in de 'System Development and Demonstration' (ontwikkelingsfase) een doorslaggevende factor.
als bewindspersoon (wetgeving)
Bracht in 1995 de Deltawet grote rivieren (Stb. 210) tot stand. Door onder meer (urgente) dijkverhogingen en verbreding van rivieren moesten overstromingen in het rivierengebied worden voorkomen. Een noodprocedure met één basisbesluit van het provinciaal bestuur en verkorting van de termijnen voor inspraak en beroep moest tot snelle realisatie van 140 kilometer aan dijkverzwaringen leiden. Het wetsvoorstel werd in de Eerste Kamer verdedigd door minister De Boer. De wet is in 2005 ingetrokken. (24.109)
Bracht in 1995 de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 525) tot stand. De regels over het vervoer via zowel het spoor, de weg als het water van onder meer ontplofbare, brandbare, giftige en bijtende stoffen worden ondergebracht in één wet. De Wet gevaarlijke stoffen wordt ingetrokken. Het wetsvoorstel was in 1993 ingediend door minister Maij-Weggen. (23.250)
Bracht in 1995 de Tijdelijke wet vrachtverdeling Noord-Zuidvervoer (Stb. 590) tot stand. Hiermee wordt het goederenvervoer per schip vanuit Nederland naar België en Frankrijk geregeld. De wet regelt een beheerste overgang naar een vrijere marktwerking. Het model combineert de binding van tonnage aan een beurssysteem met een voldoende mate van commerciële flexibilisering in tarieven en vervoerscondities. De werkingsduur is beperkt tot en met 1999, of zoveel eerder als de Europese regelgeving voor geleidelijke liberalisatie van de toerbeurtsystemen in werking treedt. (24.134)
Bracht in 1996 de Wet op de Waterkeringen (Stb. 8) tot stand. Deze wet stelt regels inzake de te waarborgen mate van beveiliging en de verlening van financiële bijdragen door het Rijk m.b.t. de kosten van waterkeringen. Beoogd wordt het niveau van beveiliging tegen overstromingen te waarborgen. Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door minister Smit-Kroes. (21.195)
Bracht in 1996 een wijziging (Stb. 257) van de Wegenverkeerswet tot stand, waardoor de Rijksdienst voor het Wegverkeer werd verzelfstandigd (22.961)
Bracht in 1996 de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur (Stb. 319) en een wet (Stb. 320) in verband met liberalisering van kabelgebonden telecommunicatie-inrichtingen tot stand. Deze wetten voorzien in het mogelijk maken van concurrentie met KPN bij het aanbieden van kabelgebonden infrastructuur. (24.164 & 24.163)
Bracht in 1996 de wet tot stand inzake goedkeuring van de op 17 januari 1995 te Antwerpen tot stand gekomen verdragen met het Vlaamse gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde en, respectievelijk de afvoer van het water van de Maas (24.451)
Bracht in 1996 de Wet pleziervaartuigen (Stb. 605) tot stand. Deze wet geeft uitvoering aan een EG-richtlijn over de veiligheid van pleziervaartuigen; deze vaartuigen moeten aan essentiële veiligheidseisen voldoen. Fabrikanten moeten vaartuigen ter goedkeuring laten beoordelen. (24.689)
Bracht in 1997 de Vergunningenwet Westerschelde (Stb. 258) tot stand, waardoor Vlaanderen alle bestuursrechtelijke vergunningen kreeg die nodig waren op grond van het in 1996 tot stand gekomen Verdrag inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde. De wet is in 2005 ingetrokken. (25.187)
Bracht in 1997 een wijziging (Stb. 296) van de Wet telecommunicatievoorzieningen tot stand tot liberalisering van spraaktelefoniedienst. Door de wijziging worden concessiehouders ertoe verplicht hun spraaktelefoonnetten te koppelen met de netten van nieuwe aanbieders. (25.331)
Bracht in 1997 een wet (Stb. 559) tot stand tot wijziging van de Wet personenvervoer. De bevoegdheden van de minister inzake de vaststelling van de dienstregeling voor interlokaal vervoer en de verlening van de vergunning voor het verrichten van dit vervoer gaat over naar de colleges van gedeputeerde staten van de provincies. (24.686)
Bracht in 1997 een wijziging (Stb. 578) van de Spoorwegwet en van de Wet personenvervoer tot stand tot implementatie van een EG-richtlijn. Het stelsel van het eenzijdig opleggen van een openbare dienstverplichting op spoorweggebied wordt vervangen door de mogelijkheid om een openbaar dienstcontract te sluiten. Doel is onder meer bevordering van concurrentie tussen spoorwegondernemingen in Europa. (24.042)
Bracht in 1997 de Wet veilen van schaarse frequenties voor systemen van digitale mobiele telecommunicatie (Stb. 566) tot stand. Hierdoor kan bij deze veiling het principe van de vrije concurrentie worden toegepast. (25.171)
Bracht in 1997 de Zeevaartbemanningswet (Stb. 757) tot stand, die voorschriften bevat voor de bemanning van zeeschepen die onder Nederlandse vlag varen. De reder is verantwoordelijk voor de samenstelling van de bemanning. (25.233)
Bracht in 1998 de Planwet verkeer en vervoer (Stb. 423) tot stand, die de verhoudingen tussen Rijk, provincie en gemeente op het gebied van verkeer en vervoer regelt, alsmede de planning op dit gebied. (25.337)
Bracht in 1999 als minister van Economische Zaken een wijziging (Stb. 260) van de Elektriciteitswet 1998 tot stand inzake netbeheer en levering van elektriciteit aan beschermde afnemers. Hiermee wordt een verdere stap gezet naar liberalisering van de elektriciteitsmarkt, zoals die eerder was vastgelegd in een EG-richtlijn. Er komt onder meer een toezichtsregime voor de vaststelling van tarieven voor kleingebruikers. (26.303)
Bracht in 2000 de Gaswet (Stb. 305) tot stand, waardoor de gassector geleidelijk zal worden geliberaliseerd. De mogelijkheden voor levering en in- en uitvoer van gas voor het gebruik van infrastructuur voor gastransport worden verruimd. De minister houdt toezicht op de tarieven en bewaakt dat de gaslevering op peil blijft. De Nederlandse Gasunie blijft belast met de planmatige winning van gas in Nederland. (26.463)
Bracht in 2000 de Overgangswet elektriciteitsproductiesector (Stb. 607) tot stand. De wet regelde de overgang en afwikkeling van de niet-marktconforme kosten van de elektriciteitsproductiesector, die voortvloeiden uit contracten en investeringen die in het verleden waren aangegaan en waartoe een commercieel bedrijf in een geliberaliseerde elektriciteitsmarkt niet zou besluiten. (27.250)
als (in)formateur
Kreeg op 18 maart 2021 samen met Kajsa Ollongren van de Tweede Kamer het verzoek ten behoeve van het debat over de verkiezingsuitslag een verkenning te verrichten naar de verschillende opties om tot vorming van een kabinet te komen. De verkenning werd op 25 maart, voortijdig, beëindigd.
Wetenswaardigheden
algemeen
Voerde vanaf 1990-1994 bij Hans Dijkstal thuis deel gesprekken over betere verhoudingen tussen VVD en PvdA, waaraan ook anderen (Dijkstal, Linschoten en De Grave en Leijnse, Melkert, Van Gelder en Kombrink) deelnamen.
In het rapport van de enquêtecommissie Bijlmerramp werd ernstige kritiek geuit op de wijze waarop die ramp onder haar verantwoordelijkheid als minister van Verkeer en Waterstaat was afgehandeld, met name ten aanzien van de lading van het verongelukte vliegtuig. Na een 18 uur durend debat verwierp de Tweede Kamer echter op 3 juni 1999 een tegen haar gerichte motie van afkeuring.
In mei 2002 beschuldigde het Algemeen Dagblad haar van belangenverstrengeling. In het bestuur van de stichting die sinds 1994 haar belang beheerde in het familiebedrijf zat haar dochter en aan het bedrijf was subsidie verstrekt. Een onderzoek door de Algemene Rekenkamer wees uit dat zij, noch haar ministerie, een rol hadden gespeeld bij de subsidieverstrekking. De beheersstichting bleek geen invloed op de koers van het familiebedrijf te hebben gehad.
Werd in mei 2002 bij de verkiezing van een Tweede Kamervoorzitter verslagen door haar fractiegenoot Weisglas. Zij kreeg 41 stemmen, Weisglas 80 stemmen.
Werd in 2010 door de vertrouwenscommissie uit de Amsterdamse gemeenteraad als eerste voorgedragen voor het burgemeesterschap van Amsterdam. De gemeenteraad gaf echter de voorkeur aan Eberhard van der Laan.
verkiezingen
Was in 1994 vierde op de VVD-kandidatenlijst
Was in 1998 derde op de VVD-kandidatenlijst
ridderorden
Officier in de Orde van Oranje-Nassau, 10 december 2002
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 3 juni 2015
overige onderscheidingen en prijzen
Jacoba van Beierenprijs, 7 oktober 1997 (vanwege de slagvaardige aanpak van de verbetering van de rivierdijken)
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
H. Visser, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1983)
"Bij dit werk hoort een stukje macht. Ik vind het een heerlijk gevoel, dat er soms dingen gebeuren zoals ik het wil", in: A. Groen e.a. (red.), Vrouwen en het Binnenhof (1985), 69
T. van Rijckevorsel en H. Enkelaar, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1988)