Sociaaldemocraat die bekendheid kreeg als VARA-ombudsman en daarna vooraanstaand PvdA-politicus en omroepbestuurder werd. In het kabinet-Den Uyl bevorderde hij als staatssecretaris de bouw van woningen voor jongeren en alleenstaanden (Van Dameenheden). Daarna voerde hij fel oppositie tegen het huurbeleid van zijn opvolger Brokx en het woningbeleid van minister Beelaerts. Was een jaar minister in het kabinet-Van Agt II. Speelde, opnieuw Kamerlid zijnde, een prominente rol als vicevoorzitter van de enquêtecommissie RSV. Sloot zijn loopbaan af als voorzitter van de VARA. Gewiekst debater, sofistisch ondervrager in het programma 'De achterkant van het gelijk' en kritisch Volkskrant-columnist, die steeds meer afstand nam van de PvdA en daarmee later brak.
PvdA
functie(s) in de periode 1973-1986: lid Tweede Kamer, staatssecretaris, minister
Drs. M.P.A. van Dam Marcel Parcival Arthur (Marcel)
geboorteplaats en -datum
Utrecht, 30 januari 1938
levensbeschouwing
geen godsdienst (vanaf zijn studententijd)
Partij/stroming
partij(en)
PvdA (Partij van de Arbeid), van 1966 tot november 2006 (behoorde tot Nieuw Links)
partij waarop werd gestemd
SP (Tweede Kamerverkiezingen 2006, 2010)
Hoofdfuncties/beroepen
wetenschappelijk medewerker WBS (Wiardi Beckman Stichting), van 1967 tot 1969
ombudsman VARA (Vereniging Arbeiders Radio-Amateurs), van oktober 1969 tot 11 mei 1973
staatssecretaris van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (belast met planning en huisvesting van mensen met bijzondere woonbehoefte en bescherming van huurders en kopers), van 11 mei 1973 tot 8 september 1977
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 11 september 1981
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 11 september 1981 tot 29 mei 1982
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1982 tot 22 januari 1986
voorzitter VARA (Vereniging Arbeiders Radio-Amateurs), van 10 januari 1986 tot november 1995
programmamaker VARA-televisie (onder andere discussieprogramma "Het Lagerhuis"), van 1996 tot 2005
takenpakket (staatssecretaris)
Was als staatssecretaris belast met 1. de zorg voor de planning en integratie van de huisvesting van mensen met bijzondere woonbehoefte, zoals bejaarden en buitenlandse werknemers; 2. de zorg voor de bescherming en zeggenschap van de huurders en kopers van woningen binnen de daarvoor geldende en te ontwerpen wettelijke regelingen; 3. de coördinatie van het onderzoek op het terrein van de volkshuisvesting en de bouwnijverheid.
Partijpolitieke functies
vorige
lid basisprogrammacommissie PvdA, van 1969 tot 1971
lid partijbestuur PvdA, van februari 1971 tot 11 mei 1973
lid fractiebestuur PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 mei 1981 tot 11 september 1981
lid partijbestuur PvdA, tot 1984
lid programmacommissie verkiezingsprogramma Tweede Kamerverkiezingen 1994, vanaf januari 1993
Nevenfuncties
vorige
politiek commentator, VARA-actualiteitenrubriek "Achter het nieuws"
presentator tv-programma VARA "De achterkant van het gelijk", van oktober 1980 tot februari 1981 (bekroond met Nipkow-schijf 1981)
medewerker VARA-Radioprogramma "De Stand van Zaken" (nog in 1985)
voorzitter Nationaal Comité "Jaar van de daklozen van de Verenigde Naties"
lid Raad van Commissarissen NOB (Nederlands Omroepproduktie Bedrijf)
vicevoorzitter NOS (Nederlandse Omroep Stichting), van augustus 1993 tot november 1995
presentator tv-programma VARA "De achterkant van het gelijk", van februari 1996 tot 1998
voorzitter Waarborgfonds Sociale Woningbouw, van november 1996 tot april 2009
voorzitter 'Wachtlijstenbrigade', van 1 september 1999 tot 2002
lid commissie van advies over vorm van grootstedelijk bestuur rond Rotterdam, van februari 2000 tot mei 2000
columnist, dagblad "De Volkskrant"
afgeleide functies, presidia etc.
eerste ondervoorzitter parlementaire enquêtecommissie RSV (Rijn-Schelde Verolme) (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 24 maart 1983 tot 21 januari 1986
voorzitter subcommissie RSV van de parlementaire enquêtecommissie RSV (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1983 tot 21 januari 1986
Opleiding
primair onderwijs
R.K. lagere school "Gertrudis" te Utrecht
voortgezet onderwijs
R.K. MULO-school "Sint Martinus" te Utrecht
R.K. "Sint Bonifacius Lyceum" te Utrecht, tot 1957
academische studie
Nederlands recht (niet voltooid), Rijksuniversiteit Utrecht
sociologie, Rijksuniversiteit Utrecht, tot 22 september 1965
Activiteiten
als parlementariër
Hield zich als Tweede Kamerlid met volkshuisvesting (vooral huurbeleid)
Interpelleerde op 7 september 1978 staatssecretaris Brokx over de verkoop van woningwetwoningen
Interpelleerde op 13 februari 1980 staatssecretaris Brokx over het uitblijven van overeenkomst tussen de regering en institutionele beleggers over de financiering van een deel van het woningbouwprogramma 1980
Interpelleerde op 19 juni 1980 staatssecretaris Brokx over de wijziging van de tabel voor individuele huursubsidie
als bewindspersoon (beleidsmatig)
Bracht in 1974 samen met minister Gruijters en staatssecretaris Schaefer de Nota Huur- en Subsidiebeleid uit. Daarin worden een nieuw stelsel van huurverhogingen en een systeem van normhuurquote aangekondigd. Naast de jaarlijkse verplichte huurverhogingen, kunnen huren worden verhoogd vanwege kwaliteitsverbeteringen en op grond van onderlinge afspraken tussen huurders en verhuurders. De huurharmonisatie en huurliberalisatie worden afgeschaft. Bij de normhuurquote wordt ervan uitgegaan dat iemand met een minimumloon 10% kwijt is aan huur. Dat percentage stijgt naar mate het inkomen toeneemt. Er moet voor alle inkomensgroepen een keuzevrijheid komen tussen huren en kopen. (13.025)
Verving per 1 januari 1975 de Beschikking aanvullende huursubsidie door de Beschikking individuele huursubsidie. Huurders van woningen (m.u.v. alleenstaande jongeren), inclusief bijstandsontvangers komen voor huursubsidie in aanmerking. Per 1 april 1976 gaat de regeling ook voor alleenstaanden onder de 30 jaar gelden.
Bracht in 1975 de Nota huisvesting alleenstaanden en twee-persoonshuishoudens uit. In de periode 1976-1980 moeten er meer dan 40.000 kleine woningen worden gebouwd om de woningnood onder 1- en 2 persoonshuishoudens te verminderen. Het splitsen van leegstaande grote huizen, winkelpanden, kantoren etc. in kleinere eenheden wordt aangemoedigd. Een type woningen speciaal voor alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens werd bekend als Van Dam-eenheden. (13.493)
Diende in 1976 de wetsvoorstellen Huurprijzenwet woonruimte en Wet op de huurcommissies in. Deze voorstellen werden door zijn opvolger in 1979 in het Staatsblad gebracht. (14.175 & 14.176)
In 1976 verwierp de Tweede Kamer een door hem verdedigde wijziging van de Wet jaarlijkse huurverhoging. Beoogd werd de huurverhoging uit te stellen van 1 april naar 1 juli 1977, om daarmee invoering van een nieuw huurstelsel mogelijk te maken. Alleen PvdA, PPR en PSP steunden het wetsvoorstel. (14.045)
Bezuinigde als minister van Volkshuisvesting in 1982 op de individuele huursubsidie en verhoogde de tarieven voor het kadaster om daarmee extra geld vrij te maken voor de stadsvernieuwing, met name in de vier grote steden
als bewindspersoon (wetgeving)
Bracht in 1975 een wijziging (Stb. 384) van de Woningwet en de Overgangswet Ruimtelijke Ordening tot stand. In de bepalingen over woningcorporaties wordt niet langer de indruk gewekt dat instellingen geen winst mogen maken. De corporaties moeten die winst wel aanwenden in het belang van de volkshuisvesting. De wet schrapt de verplichting tot terugbetaling van op voet van de Woningwet ontvangen steunbedragen. Daarmee wordt de financiële zelfstandigheid van woningcorporaties beoogd. Tevens wordt opgenomen dat zij mogelijk een deel van het batige saldo in een op te richten Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting moeten storten. Het wetsvoorstel was in 1971 ingediend door minister Schut. (11.092)
Bracht in 1975 de Wet huurprijsontwikkeling woonruimte (Stb. 703) tot stand, waarmee een plicht tot melding van huurverhoging wordt ingevoerd, alsmede de bevoegdheid om een maximum te stellen aan de huurverhoging (13.652)
Wetenswaardigheden
algemeen
Was bedenker van de anti-KVP-resolutie, die in 1969 door het PvdA-congres werd aanvaard
Was in april 1971 in het alternatieve kabinet-Den Uyl/Van Mierlo/Aarden staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) (bejaardenzaken)
Was in november 1972 kandidaat-bewindsman voor CRM in het deelkabinet-Den Uyl/Van Mierlo
Werd in 1973 door Van Doorn afgewezen als staatssecretaris van CRM
Was in augustus 1976 na het besluit om geen strafrechtelijke vervolging in te stellen tegen prins Bernhard vanwege de Lockheed-affaire van plan zijn ontslag aan te bieden. Na een indringend gesprek met premier Den Uyl zag hij hiervan af. Een afschrift van een brief aan Den Uyl waarin hij nog eens zijn standpunt uiteenzette dat er sprake was van klassejustitie werd door de premier aan koningin Juliana gezonden.
Voerde tijdens het eerste kabinet-Van Agt scherpe oppositie tegen zijn opvolgers Brokx en Beelaerts van Blokland
Voerde op 15 februari 1979 obstructie tegen verdere behandeling van de begroting van volkshuisvesting, door 's avonds stemming te vragen over een ordevoorstel in de wetenschap dat het quorum ontbrak. Hij en zijn fractie vonden dat de bewindslieden Beelaerts van Blokland en Brokx onvoldoende waren ingegaan op hun kritiek. Het debat moest vanwege het ontbrekende quorum worden verdaagd.
Hij zei in november 1982 tijdens het debat over de regeringsverklaring van het eerste kabinet-Lubbers nadat premier Lubbers had erkend dat hogere inkomens vanwege beleidsmatige overwegingen minder zouden inleveren dan lagere inkomens: "En zo komt Jan Splinter van u door de winter." (Lubbers had in de regeringsverklaring gezegd dat de samenleving in 'de winter' terecht was gekomen).
Werd vanaf 1983 enige tijd genoemd als opvolger van Den Uyl als leider van de PvdA
Bij de algemene beschouwingen in oktober 1983 verweet hij premier Lubbers gewone mensen, zoals een door hem opgevoerde tuinman Flipse, te misleiden. Hij gebruikte daarvoor - tot ongenoegen van Lubbers - de term 'belubberen'.
Speelde als eerste ondervoorzitter van de RSV-enquêtecommissie een belangrijke rol bij de verhoren
Hem werd op 19 december 1984 door Tweede Kamervoorzitter Dolman het woord ontnomen, toen hij in een stemverklaring over de conclusie van de RSV-enquêtecommissie ten aanzien van minister Van Aardenne voortdurend polemiseerde
Nam tijdens de verkiezingscampagne van 2006 in zijn columns in "De Volkskrant" hard stelling tegen PvdA-lijsttrekker Wouter Bos en diens, in zijn ogen verwerpelijke, plannen voor ingrepen in de AOW. Brak met de PvdA.
uit de privésfeer
Het hele gezin-Van Dam zat in de oorlog ondergedoken, vanwege de verzetsactiviteiten van vader Van Dam. Hijzelf vond onderdak op een boerderij in Heeswijk.
Zijn jongere broertje overleed in de oorlog; een oudere broer verongelukte (Marcel was daarvan zelf getuige)
Oprichter van een studentencafé waar ook kunstenaars konden komen
Zijn echtgenote is goudsmid en was docente aan een kunstopleiding
Zijn in januari 1963 overleden schoonvader, mr. J.A.M. (Jan) Derks, was hoofdredacteur van dagblad "De Tijd". Hij was gemeenteraadslid voor de KVP in Hilversum.
anekdotes en citaten
Zei in 1980 in een interview met HP De Tijd over het politieke debat: "Er zijn 999 trucs en ik ken ze allemaal".
Toen in februari 1979 minister Beelaerts van Blokland tijdens de begrotingsbehandeling zijn betoog in sneltreinvaart voorlas, interrumpeerde hij met de opmerking: "Kan de Minister 'het bandje' wat langzamer afdraaien?"
Gebruikte in oktober 1979 bij de behandeling van de Volkshuisverstingsbegroting het boek van de Russische schrijver Gontsjarow over de slapende landheer Oblomow om zijn kritiek op de bewindslieden te verwoorden: "Ik wens de Oblomows van de Van AIkemadelaan een goede nachtrust!"
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 11 april 1978
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 9 september 1982
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid katholieke voetbalvereniging "K.D.S." (Krachtig Door Samenwerking) te Utrecht (in zijn jeugd)
rang(en) reserve-officier
reserve-officier: ambtenaar sociologische afdeling, ministerie van Defensie, van 1965 tot 1967
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Kijk op de kiezer" (met J. Beishuizen, 1967)
"De Ombudsman" (samen met R. Moonen (1972))
"De loop der dingen" (gebundelde artikelen, 1994)
"Het lange afscheid" (gebundelde artikelen, 2007)
"Niemands land. Biografie van een ideaal" (2009)
"De steigerberg" (2013)
literatuur/documentatie
H. Visser, "Wie is Wie in de Tweede Kamer?" (1983)
"Ja, ik ben ook zo'n olifant", ("Tien Geboden"-interview met Arjan Visser, Trouw 11 september 2010)