Vooraanstaande Alkmaarse advocaat en zoon van de burgemeester van Alkmaar, die in 1894 als tegenstander van het kiesrechtvoorstel van Tak van Poortvliet Tweede Kamerlid werd. Speelde in de Kamer overigens nauwelijks een rol van betekenis. Naast de advocatuur was hij leraar en bekleedde hij functies op het gebied van waterstaat en het kredietwezen.