liberaal, oud- of vrije liberalen
functie(s) in de periode 1869-1907: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Samuel (Sam)
titulatuur en naam
Mr. S. van Houten Samuel (Sam)
geboorteplaats en -datum
Groningen, 17 februari 1837
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 14 oktober 1930
levensbeschouwing
- Doopsgezind
- atheïst (rationalist), vanaf 1863
Partij/stroming
stroming(en)
- liberaal (onafhankelijk, anticlericaal, vooruitstrevend)
- anti-Takkiaan (omstreeks 1893/1894)
- oud-liberaal, vanaf 1894
- onafhankelijk liberaal, van 1903 tot 1922
partij(en)
- Liberale Partij, van 1922 tot 1925 (oprichter)
- Vaderlandsch Verbond, van 1925 tot 1926
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te Groningen, van 6 september 1859 tot februari 1869
- docent staathuishoudkunde, Landhuishoudkundige school te Groningen, van 1861 tot september 1864
- lid gemeenteraad van Groningen, van 6 september 1864 tot februari 1869
- wethouder van Groningen, van 3 september 1867 tot februari 1869
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 24 februari 1869 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Groningen)
- advocaat te 's-Gravenhage, van 1869 tot 1873
- advocaat en dispacheur te Rotterdam, van 1873 tot 1894 (dispacheur is een scheidsrechter in verzekeringszaken bij zeeschade)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 18 mei 1886 (voor het kiesdistrict Groningen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Groningen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Groningen)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Groningen)
- minister van Binnenlandse Zaken, van 9 mei 1894 tot 27 juli 1897
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 17 september 1907 (voor Friesland)
Partijpolitieke functies
overzicht
- lid Commissie van Advies van de "leader" der liberalen (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1876 tot november 1878
- lid bureau Liberale Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1891 tot 21 september 1893
- voorzitter kiesvereniging "De Grondwet" te 's-Gravenhage, vanaf januari 1899
- lid commissie van redactie, ontwerp-Manifest Vrije Liberalen, januari 1905
- voorzitter Liberale Partij, van 1922 tot 1924
Nevenfuncties
- lid curatorium Doopsgezind Seminarium (namens Groningen)
- redacteur tijdschrift "Vragen des Tijds", van 1874 tot 1893
- lid bestuur Maxwell Landgrant Company, van 1884 tot 1924
- lid Staatscommissie inzake de administratieve rechtspraak (Staatscommissie-Kappeyne van de Coppello), van 16 september 1891 tot 11 september 1894
- voorzitter Vereeniging voor de staathuishoudkunde en de statistiek, omstreeks 1901
- president Maatschappij voor Hypothecair Crediet (nog op 90-jarige leeftijd)
- medewerker diverse tijdschriften (onder meer "Het Noorden", "De Nederlander", "De Middelburgsche Courant" en "De Avondpost")
- voorzitter Staatscommissie inzake wettelijke regeling uitoefening der geneeskunst, van 31 juli 1917 tot 11 februari 1920
afgeleide functies, presidia etc.
- lid parlementaire enquêtecommissie Nederlandse koopvaardijvloot (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1874 tot maart 1875
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1876 tot november 1876
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1877 tot maart 1878
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1878 tot september 1878
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1879 tot februari 1880
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1880 tot maart 1881
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1882 tot april 1882
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1887 tot april 1887
- lid Commissie van Rapporteurs over een onderzoek naar een door het Indische Gouvernement gesloten contract met de Billitonmaatschappij (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1882 tot februari 1883
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1888 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1888 tot maart 1888
- voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp Regeling van de krijgsdienst (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1890 tot mei 1891
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1891 tot april 1891
- voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de belastingvoorstellen-Pierson (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 1892 tot juni 1893
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1892 tot november 1893
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1894 tot mei 1894
- (tijdelijk) ondervoorzitter van de ministerraad (kabinet-Röell), van 9 mei 1894 tot 27 juli 1897
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1904 tot december 1904
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1906 tot maart 1907
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
erevoorzitter comité voor een gemeenschappelijke actie tot herziening onzer huwelijkswetgeving, vanaf 1926
Opleiding
voortgezet onderwijs
- Latijnse School te Hoogezand, van 1849 tot 1854
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Groningen, van 6 september 1854 tot 20 juni 1859
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende onderwerpen (o.a. over defensie, arbeid, kiesrecht, binnenlands bestuur, financiën en onderwijs)
- Diende in 1870 een initiatiefwetsvoorstel tot technische wijziging van de wet op de personele belasting in. Dit voorstel werd verworpen door de Tweede Kamer.
- Interpelleerde in 1871 minister Jolles over de rechtstoestand der arbeidersverenigingen, die loonsverhoging ten doel hebben en de voornemens van de regering ter aanzien van de op dat stuk bestaande wetgeving
- Een door hem ingediend en aangenomen amendement op de begroting voor Binnenlandse Zaken voor 1873 maakte de weg vrij voor oprichting van het Rijksmuseum in Amsterdam
- In 1873 één van 16 liberalen die medeverantwoordelijk waren voor het stranden van de poging van de ministers Geertsema en Van Limburg Stirum om de plaatsvervanging bij het leger af te schaffen
- Bracht in 1874 een initiatiefwet tot stand, waarbij fabrieksarbeid van kinderen beneden de 12 jaar wordt verboden (kinderwetje van Van Houten) (Stb. 1874, 130)
- Diende in 1879 een initiatiefwetsvoorstel in tot wijziging van de Registratiebelasting. Dit voorstel werd later ingetrokken.
- Een door hem in 1880 ingediend amendement op het Adres van Antwoord waarin leedwezen werd uitgesproken over het uitblijven van uitbreiding van het kiesrecht, werd met 60 tegen 13 stemmen verworpen. Behalve tien antirevolutionairen stemden alleen de liberalen Lenting en Van Kerkwijk vóór. Hij stemde als enige liberaal tegen het Adres van Antwoord.
- Interpelleerde in 1881 minister Van Lynden van Sandenburg over het kiesrechtvraagstuk; vroeg om uitbreiding van het kiesrecht door verlaging van de census
- Diende in 1884 een initiatiefwetsvoorstel in tot Grondwetsherziening, waarvan de belangrijkste bepaling waren afschaffing van het censuskiesrecht en regeling van het kiesrecht bij wet. Het betrof verder onder meer vervanging van de eed bij aanvaarding van een vertegenwoordigende functie door de belofte, uitbreiding van het aantal in een district te kiezen Tweede Kamerleden bij vermeerdering van het aantal inwoners en verkiezing voor de Tweede Kamer om de vier jaar. Het voorstel bleef onafgedaan.
- Diende in 1887 bij de behandeling van de grondwetsherziening samen met De Ruiter Zijlker een amendement in om het kiesrecht over te laten aan de 'gewone' wetgever in plaats van aan de grondwetgever. Dit amendement werd met 62 tegen 21 verworpen.
- Diende in 1890 een initiatiefwetsvoorstel in over uitbreiding van het recht van gemeenten om te onteigenen ten algemene nutte; dit voorstel werd in 1891 ingetrokken
- Interpelleerde op 24 mei 1907 minister(-president) De Meester over de kabinetscrisis na de afstemming van de Oorlogsbegroting
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1870 tot de vijf liberalen die tegen de ontwerp-Suikerwet van minster De Waal stemden
- Behoorde in 1872 tot de 27 leden die vóór artikel 1 stemden van de ontwerp-wet over invoering van een inkomstenbelasting. Verwerping van het artikel was voor minister Blussé reden het wetsontwerp in te trekken.
- In 1872 stemden hij en Dumbar als enige liberalen tegen de wet betreffende besmettelijke ziekten
- Behoorde in 1879 tot de 14 liberalen die zorgden voor verwerping van artikel 1 van de ontwerp-Kanalenwet. Die uitslag was voor minister Tak van Poortvliet reden het wetsvoorstel in te trekken en was de inleiding van de val van het kabinet-Kappeyne.
- Steunde in 1886 als enige liberaal het voorstel-Van Wassenaer van Catwijck om bij de grondwetsherziening eerst de herziening van de bepalingen over het onderwijs te behandelen
- Behoorde in 1886 tot de zeven liberalen die bij de behandeling van het initiatiefvoorstel-Schaepman over het grondwettelijk onderwijsartikel vóór het verzoenende amendement-Greeve/Vos de Wael stemden en daarna vóór het initiatiefvoorstel
- Stemde in 1887 bij de eerste lezing van de grondwetsherziening als enige liberaal tegen hoofdstuk I, eerste afdeling (troonopvolging)
- Steunde in 1887 bij de grondwetsherziening met zes andere liberalen een amendement om financiële steun aan het bijzonder onderwijs mogelijk te maken
- In 1904 stemden hij en Van Leeuwen als enige Eerste Kamerleden tegen een schenking van f 40 miljoen ten behoeve van openbare werken in Nederlands-Indië
- Stemde in 1907 tegen het wetsvoorstel Wet op het arbeidscontract
- Stemde in 1907 als enige van de linkerzijde tegen de begroting van Oorlog van minister Staal
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Diende in 1895 een wetsvoorstel in tot invoering van een (uniforme) wettelijke tijd. Dit voorstel werd in 1897 ingetrokken
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1894 wetten tot stand waarbij de gemeente Rotterdam werd uitgebreid met het grondgebied van de op te heffen gemeenten Charlois en Kralingen en met delen van de gemeenten Overschie en IJsselmonde
- Bracht in 1896 een wet tot stand waarbij de gemeente Amsterdam werd uitgebreid met delen van Sloten, Diemen en Nieuwer-Amstel
- Bracht in 1896 een wet tot stand waarbij de gemeente Leiden werd uitgebreid met delen van Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Ook gebieden buiten de oude stadsgrachten kwamen nu bij Leiden.
- Bracht in 1896 een nieuwe Kieswet tot stand (Stb. 1896, 154). Met deze wet werd uitwerking gegeven aan het in 1887 tot stand gekomen grondwetsartikel over kentekenen van maatschappelijke welstand en geschiktheid. Het kiesrecht werd hierdoor uitgebreid tot meer dan 50% van de mannelijke bevolking. Wel werd de kiesrechtleeftijd verhoogd van 23 naar 25 jaar. Verder werden de dubbele districten in de grote steden gesplitst en werd het couloirstelsel ingevoerd: kiezers brengen voortaan hun stem uit in een stemlokaal en vullen dit niet langer thuis in. De grotere gemeenten werden ook bij de Gemeenteraadsverkiezingen in kiesdistricten verdeeld, die een eigen afgevaardigde kozen. Verder werd uitwerking gegeven aan de grondwettelijke bepalingen over de verkiesbaarheid voor de Eerste Kamer.
- Bracht in 1897 een wijziging van de Gemeentewet tot stand, waardoor er in de grote steden meerdere en in gemeenten boven de 15.000 inwoners drie kiesdistricten kwamen bij de gemeenteraadsverkiezingen
- Bracht in 1897 samen met minister Sprenger van Eyk de Wet tot regeling der financiële verhouding tussen het Rijk en de gemeenten (Stb. 156) tot stand. De rijksbijdrage aan gemeenten werd verhoogd, er kwam een uitkering per inwoner. Gemeenten kregen de mogelijkheid tot het heffen van een plaatselijke inkomstenbelasting.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Onafhankelijk liberaal, die in de oppositie ging tegen Thorbecke en later ook tegen Tak van Poortvliet en Cort van der Linden
- Noemde in april 1871 het kabinet-Thorbecke een kabinet van tevreden liberalen, die niet de noodzaak van hervormingen inzagen en dus feitelijk conservatieven waren
- Pleitte al in 1876 voor het gebruik van voorbehoedmiddelen en in 1877 voor gelijkheid der sexen
- Onttrok zich in 1878 aan de stemming over de ontwerp-Wet op het lager onderwijs van Kappeyne van de Coppello
- Liet in november 1878 weten zich niet meer tot de liberale Kamerclub te rekenen
- Werd in september 1891, 1892 en 1893 als tweede op de voordracht voor het Tweede Kamervoorzitterschap gezet
- Weigerde na de totstandkoming van zijn Kieswet een hoge onderscheiding, omdat hij dat ongepast vond voor zittende ministers
- Werd vanwege zijn stemgedrag in de Eerste Kamer door Unie-liberalen en vrijzinnig-democraten het "erelid der rechterzijde" genoemd
- Werd in 1907 door de liberalen niet opnieuw gekandideerd voor de Eerste Kamer, omdat de sociaaldemocraten hadden gedreigd bij een kandidatuur van Van Houten op de rechtse kandidaat te zullen stemmen
- Werd in 1922 op 85-jarige leeftijd als lijsttrekker van de Liberale Partij tot Tweede Kamerlid gekozen.
uit de privésfeer
- Was zeer gefortuneerd
- Zijn zuster was gehuwd met een zoon van S. Blaupot ten Cate, Tweede Kamerlid
- Zijn zuster Sientje was kunstschilderes en echtgenote van de schilder H.W. Mesdag, die in Den Haag o.m. Panorama Mesdag stichtte
- Zijn eerste echtgenote was een dochter van J. van Konijnenburg, directeur van de Maatschappij van Weldadigheid
- Was geruime tijd (tot ca 1900) bevriend met N.G. Pierson
- Zijn vader was lid van Provinciale Staten van Groningen en gemeenteraadslid in Groningen
anekdotes en citaten
- Zei in 1884 tijdens de behandeling in de Verenigde Vergadering van het wetsvoorstel waarbij Emma als regentes werd aangewezen: "[De] bezorgdheid wordt echter getemperd door de overtuiging dat de Kroon in ons staatsbestel nu reeds (...) is veeleer een ornament dan een fundament."
- Omdat hij een nogal zachte stem had, werd hem toegestaan vanaf de voorste bank in de Kamer te spreken in plaats vanaf zijn eigen zitplaats
verkiezingen
- Versloeg in 1869 bij een tussentijdse verkiezing in het district Groningen o.a. J. Dirks (cons.)
- Versloeg in 1871 bij de periodieke verkiezingen L.W.Ch. Keuchenius en jhr. A.F. de Savornin Lohman (a.r.)
- Versloeg in 1875 bij de periodieke verkiezingen O.W. Star Numan (a.r.)
- Versloeg in 1879 bij de periodieke verkiezingen J.J. Cremers (lib.) en L.W.Ch. Keuchenius (arp)
- Versloeg in 1883 bij de periodieke verkiezingen jhr. O.Q. van Swinderen (arp.) en jhr. W.J. Quintus
- Werd in 1884 bij de algemene verkiezingen P.W.A. Cort van der Linden (lib.) en jhr. A.F. de Savornin Lohman (arp)
- Versloeg in 1886 bij de algemene verkiezingen jhr. P.J. van Swinderen (arp)
- Versloeg in 1887 bij de algemene verkiezingen jhr. P.J. van Swinderen (arp) en F. Domela Nieuwenhuis (soc.)
- Versloeg in 1888 o.a. A. Brummelkamp (arp) en H.J.A.M. Schaepman (rk)
- Versloeg in 1891 na herstemming A. Brummelkamp (arp). Kreeg in de eerste ronde ruim 46 procent van de stemmen, terwijl J.D. Veegens bijna 62 procent behaalde.
- Werd in 1894 in de eerste stemmingsronde verslagen door de Takkianen J.D. Veegens en H.L. Drucker
- Werd in 1897 na herstemming verslagen door H.L. Drucker (lib.)
- Werd in 1900 bij tussentijdse verkiezingen in het district Deventer verslagen door H.P. Marchant (rad.)
- Werd in 1901 in het district Groningen na herstemming verslagen door H.L. Drucker (vdb)
- Versloeg in 1904 bij de Eerste Kamerverkiezingen na de ontbinding in Provinciale Staten van Friesland met 28 tegen 20 stemmen J. Woltjer (arp)
- Werd in 1905 in het district 's-Hertogenbosch in de eerste stemmingsronde verslagen
- Kwam in 1909 in het district Zwolle 37 stemmen tekort om de tweede stemmingsronde te halen
- Was in 1917 in het district Groningen kandidaat als tegenstander van de Grondwetsherziening. Werd verslagen door J. Limburg (vdb).
niet-aanvaarde politieke functies
- lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening, 1883 (geweigerd)
- lid Tweede Kamer, juli 1922 (bedankte omdat hij de zetel alleen had willen innemen als alle kandidaten van de lijst zouden zijn gekozen.)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Groningen, tot februari 1869
- 's-Gravenhage, Anna Paulownastraat 73, van 1869 tot 1870
- 's-Gravenhage, Laan van Meerdervoort 11, van 1870 tot 1875
- 's-Gravenhage, Riouwstraat 6 (nu 10), vanaf 1875
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 8 maart 1888
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid Groninger Studentencorps "Vindicat atque Polit"
- lid Staathuishoudkundige Vereeniging
- lid Vereeniging voor de Statistiek
- lid Nieuwe of Litteraire Sociëteit "De Witte" te 's-Gravenhage
- lid Haags schaakgenootschap "Discendo Descimus" (voorzitter)
hobby's
schaken
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "Het waardebegrip" (dissertatie, 1859)
- "De regtstoestand der werklieden in Nederland" (1870)
- "De staatsleer van Mr. J.R. Thorbecke" (1872)
- "Oorzaak van de zwakheid onzer ministeriën", in: Vragen des Tijds (1876 II)
- "Bijdragen tot den strijd over God, eigendom en familie" (1878)
- "Staatkundige brieven" (1883-1901)
- "Das causalitatsgesetz in der Sozialwissenschaft" (1888)
- "Vijfentwintig jaar in de Kamer (1869-1894)" (1903-1925)
literatuur/documentatie
- Lavater jr., "Politieke Photografien van de aftredende leden der Tweede Kamer" (1879)
- F. Netscher, "In en om de Tweede Kamer. Parlementaire portretten en schetsen" (1889)
- C.K. Elout, "Mr. S. van Houten", in: "Mannen en vrouwen van betekenis", XLII (1911), 2-3
- G.M. Bos, "Mr. S. van Houten: analyse van zijn denkbeelden, voorafgegaan door een schets van zijn leven" (1952)
- D. Hans, "Van Houten", in: Parlementsfilm (z.j.)
- J.T. Minderaa, "Houten, Samuel van (1837-1930)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 253
- S. Stuurman, "... de Javanen en jeneververbruikers hebben tot dusverre alles betaald". Het wetenschappelijk liberalisme van Samuel van Houten", in: De Gids, 151 (1988)
- S. Stuurman, "S. van Houten 1837-1930", in: G.A. van der List en P.G.C. van Schie (red.), "Van Thorbecke tot Telders" (1993)
- "Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", uitgegeven door J.P. de Valk en M. van Faassen, RGP kleine serie 74, band 2 (1993), p. 1002
- S. Stuurman, "Houten, Samuel van", in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland, deel VI, 103
- W. Schenkeveld, "Het Kinderwetje van Van Houten, sociale wetgeving in de 19e eeuw" (2003)
- F. de Beaufort, "Samuel van Houten. Onafhankelijk liberaal", in: F. de Beaufort, J.Th.J. van den Berg en P.C.G. van Schie, "Eigenzinnige Liberalen" (2014), 91
- C. Brummer, "Sam van Houten tegen de rest. Het strijdbare leven van de man van de kinderwet" (2023)
- Ned. Patriciaat, 1960
Biografisch Woordenboek(en)
- biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
- biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland
publicaties over en van letterkundigen
biografie
archivalia
archief-Van Houten, Nationaal Archief
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te Meppel, 29 juni 1861 (echtgenote overleden 16 juni 1872)
- gehuwd (tweede huwelijk) te Leer (O.Frl.), 3 juni 1873 (echtgenote overleden 13 november 1886)
echtgeno(o)t(e)/partner
E. van Konijnenberg, Elisabeth
2e echtgeno(o)t(e)/partner
H. Leendertz, Hermine
kinderen
- 5 dochters en 2 zonen (uit eerste huwelijk)
- 2 zonen en 1 dochter (uit tweede huwelijk)
vader
D. van Houten, Derk
geboorteplaats en/of -datum
't Waar (gem. Scheemda), 14 maart 1810
beroep vader
houthandelaar
moeder
B.E. Meihuizen, Barbara Elisabeth
geboorteplaats en/of -datum
Hoogezand, 20 januari 1809
beroep grootvader (vaderskant)
houtzaagmolenaar te Nieuw Scheemda
beroep grootvader (moederskant)
koopman en olieslager te Hoogezand
familierelaties