![]() |
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
| - | Liberale Unie, tot 1901 | |
| - | VDB (Vrijzinnig-Democratische Bond), vanaf 1901 |
loopbaan |
| - | buitengewoon opzichter bij de aanleg van de Staatsspoorweg Groningen-Delfzijl, van 1 september 1882 tot 1885 | |
| - | adjunct-ingenieur Koninklijke Nederlandse Locaal-Spoorwegmaatschappij, vanaf 1885 | |
| - | hoofdopzichter Gemeentewerken te Arnhem, van 1887 tot 1890 | |
| - | directeur Gemeentewerken te Arnhem, van 1890 tot 1 april 1901 | |
| - | directeur Dienst Bouw- en Woningtoezicht, gemeente Amsterdam, van 1 april 1901 tot 15 maart 1915 | |
| - | burgemeester van Amsterdam, van 15 maart 1915 tot 16 april 1921 |
partijpolitieke functies |
| - | lid bestuur Liberale Unie, van 1895 tot 1901 |
nevenfuncties |
| - | redacteur rubriek "Staten-Generaal", tijdschrift "De Ingenieur", van 1886 tot 1890 | |
| - | medewerker weekblad "De Nederlander" | |
| - | lid Staatscommissie inzake algehele herziening der Gemeentewet (Staatscommissie-Oppenheim), van 6 december 1918 tot september 1920 |
opleiding |
| - | Hogere Burgerschool te Groningen |
| - | civiele techniek Polytechnische School te Delft, tot 1882 |
wetenswaardigheden |
| - | Werd in 1915 door Cort van der Linden tot burgemeester benoemd, hoewel de Noord-Hollandse Commissaris van de Koningin Röell de voorkeur gaf aan de christelijk-historische bankdirecteur C.F. Schoch. | |
| - | Bemiddelde met succes in een aantal conflicten (o.a. in 1916 tussen artsen en ziekenfondsen) | |
| - | Kreeg als burgemeester onder meer te maken met het Aardappeloproer in 1917. Was als burgemeester voor de voedseldistributie. | |
| - | Tijdens zijn burgemeesterschap werd (1 januari 1921) Amsterdam uitgebreid met grondgebied van enkele randgemeenten |
| - | Op 5 juni 1929 werd in de P.L. Takstraat in Amsterdam een monument ter zijner nagedachtenis onthuld, ontworpen door J. van der Hoef en H.J. Jansen van Galen | |
| - | Zijn vader, B.D.H. Tellegen, was hoogleraar staats- en volkenrecht in Groningen |
| - | Het liberale gemeenteraadslid mr. E.J. Everwijn Lange stelde na de benoeming van Tellegen zijn zetel ter beschikking, omdat hij niet wenste te vergaderen onder voorzitterschap van een burgemeester die kort tevoren nog als ambtenaar zijn ondergeschikte was geweest. |
| - | Amsterdam, Nic. Maesstraat 46, omstreeks 1915 | |
| - | Amsterdam, Jacob Obrechtstraat |
publicaties/bronnen |
familie/gezin |
| - | Vader van mevrouw M.A. Tellegen, directeur Kabinet der Koningin | |
| - | Zwager van D. Fock, minister en Eerste- en Tweede-Kamerlid | |
| - | Schoonzoon van C. Fock, minister, burgemeester en Tweede-Kamerlid |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||