I.J.A. Gogel

Foto I.J.A. Gogel
De belangrijkste en bekwaamste minister uit de Bataafs-Franse tijd. Was voor zijn ministerschap eigenaar van een handelshuis in Amsterdam. Kreeg in 1798 bestuursfuncties tijdens het radicale bewind en behield die onder latere, gematigder regeringen. Ontwierp als minister van Financiën het eerste landelijke (uniforme) belastingstelsel, dat in 1806 werd ingevoerd. Wist daardoor de inkomsten van het rijk sterk te laten toenemen. Stond in hoog aanzien bij Napoleon en diende onder hem als minister tijdens de inlijving door Frankrijk. Na het herstel van de onafhankelijkheid was zijn rol nagenoeg uitgespeeld en keerde hij terug naar de nijverheid.

technocraat
in de periode 1798-1813: agent (Bataafse tijd), minister, secretaris van staat, lid Intermediair Uitvoerend Bewind
[ V ][ ^^ ]

voornamen (roepnaam)

Isaäc Jan Alexander (Alexander)
[ V ][ ^^ ]

personalia

geboorteplaats en -datum
Vught, 10 december 1765

overlijdensplaats en -datum
Overveen (gem. Bloemendaal), 13 juni 1821
[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

stroming(en)
unitariër, democratisch (na 1801 gematigder)
[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   eigenaar handelshuis "Gogel, Pluvinot en Gildemeester" te Amsterdam, vanaf 1791 (oprichter)
-   agent van Financiën, van 22 januari 1798 tot 2 oktober 1801
-   agent van Buitenlandse Zaken ad interm, van 7 april 1798 tot 2 oktober 1798
-   waarnemend voorzitter Intermediair Uitvoerend Bewind, van 12 juni 1798 tot 14 augustus 1798
-   agent van Binnenlandse Zaken ad interim, van 19 juni 1801 tot 4 juli 1801
-   koopman te Amsterdam, vanaf 1801 (had belangen in diverse Amsterdamse koopmanshuizen)
-   secretaris van Staat van Financiën, van 1 mei 1805 tot 5 juni 1806
-   minister van Financiën, van 5 juni 1806 tot 27 mei 1809
-   lid Staatsraad in buitengewone dienst, van 1809 tot 1810
-   lid Raad voor de Zaken van Holland te Parijs, van 22 juli 1810 tot 29 oktober 1810
-   lid Staatsraad (Conseil d'Etat) in buitengewone dienst te Parijs, van 1810 tot 1 mei 1814
-   intendant-generaal van het Keizerrijk Frankrijk voor de financiën en schatkist in Holland, van 30 oktober 1810 tot 16 november 1813
-   eigenaar blauwselfabriek te Overveen
-   lid Raad van State in buitengewone dienst, van januari 1821 tot 13 juni 1821
[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

-   Commissaris Beleenbank te Amsterdam, van 1795 tot 1798
-   Commissaris Nationale Beleenbank te Amsterdam, van 1802 tot 1803
-   lid delegatie (Bataafse Commissie) die moest onderhandelen over de nieuwe staatsvorm, 1806
[ V ][ ^^ ]

opleiding

overige opleidingen
-   opleiding tot koopman op het kantoor Godart Kappel en Zoon te Amsterdam
[ V ][ ^^ ]

activiteiten

als bewindspersoon
-   Bracht in 1807 een Muntwet tot stand, waarbij de rijksdaalder, de gulden en halve gulden zilveren standaardmunten werden, met daarnaast gouden standaardmunten van twintig en tien gulden.
[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   Ontwierp in 1799 een belastingwet, die in 1801 werd aangenomen door het Vertegenwoordigende Lichaam; door de staatsgreep van 1801 kwam het niet tot uitvoering ervan. De wet beoogde de belastingdruk in de verschillende provincies gelijk te trekken.
-   Ontwierp in 1805 een nieuw belastingstelsel, dat in 1806 in werking trad. Er vond in de landprovincies een verhoging van de tarieven plaats tot het Hollandse niveau en er kwam een centraal geleid ambtelijk apparaat voor de inning. Door de Patentwet werd, tegen betaling, uitoefening van bijna alle beroepen vrij. De gilden werden afgeschaft.
-   Er kwam verder een grondbelasting van 25% van de huurwaarde van de grond. Om tot snelle inning over te gaan, werden polders en gemeenten en bloc aangeslagen, waarna ze zelf voor verdere verdeling moesten zorgen.
-   Een personele belasting werd geheven op de huurwaarde van huizen en landerijen, alsmede op dienstboden, meubilair, paarden, rijtuigen en jachten.
-   Een zegelrecht werd geheven op alle vormen van transacties en op effecten en coupons.
-   Hij voerde daarnaast accijnzen in op zout, zeep, turf, gemaal (meel), sterke dranken en geslacht vee. Daarmee drukte de belastingen vooral op producten die niet direct tot de eerste levensbehoeften behoorden.
-   Schafte de stedelijke en gewestelijke tollinies zoveel mogelijk af om vrij binnenlands verkeer mogelijk te maken. Voerde in plaats daarvan in- en uitvoerrechten aan de landsgrenzen in.
-   Bracht in 1806 de Patentwet tot stand
-   Trad in 1809 af, omdat de koning diverse taken van het ministerie van Financiën verzelfstandigde en de minister de zeggenschap daarover ontnam, namelijk Schatkistbeheer, Amortisatiefonds, Publieke Schuld, Domeinen en Douane
-   Was mede verantwoordelijk voor de totstandkoming van de Nationale Konstgallerij, voorloper van het Rijksmuseum. Het genationaliseerde kunstbezit van de stadhouder vormde hiervoor grotendeels de basis.

uit de privésfeer
-   Vertaalde het Duitse zangspel 'De Apotheker en de doctor' van Carl Ditters von Dittersdorf
-   Zijn vader was Duits officier in Staatse dienst

woonplaats(en)/adres(sen)
-   Amsterdam, vanaf 1791
-   's-Gravenhage, van 1798 tot 1801
-   's-Gravenhage, van 1806 tot 1809

ridderorden
-   Grootkruis Orde van de Unie, 17 februari 1807
-   Grootkruis Orde van de Reünie, 22 februari 1812
-   Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw

buitenlandse onderscheidingen
-   lid met gouden adelaar van het Legioen van Eer, 1806
-   Commandeur in het Legioen van Eer, 30 juni 1811

predicaten/adellijke titels
-   chevalier de l'Empire, 1811

verenigingen, sociëteiten, genootschappen
-   lid geheim genootschap Comité Revolutionair, vanaf 1794
-   president sociëteit Een- en Ondeelbaarheid (divere keren)
-   lid genootschap Doctrina et Amicitia te Amsterdam
-   lid Gezelschap ter beoefening der proefondervindelijke wijsbegeerte te 's-Gravenhage
-   directeur Koninklijke Maatschappij der Wetenschappen, vanaf 1806
[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

publicaties
-   "Memoriën en correspondentoiën betrekkelijk den staat van 's rijk's geldmiddelen in den jaren 1820" (red. J.M. Gogel, 1844)
-   "Over de nadeelen der buitenlandsche geldlichtingen", in: "De Democraten", 17 aug. 1796

literatuur/documentatie
-   J.A. Sillem, "De politieke en staathuishoudkundige werkzaamheden van I.J.A. Gogel" (1864)
-   R.E. van Ditzhuyzen, "I.J.A. Gogel", in: "Onderwijs als opdracht. Leven en werk van de eerste vijftien ministers belast met het onderwijs in de periode 1798-1830"
-   "Een vriendschap in het teken van 's Lands Financiën. Briefwisseling tussen Elias Canneman en Isaac Jan Alexander Gogel, 1799-1813", bewerkt door Mieke van Leeuwen-Canneman (2009)
-   Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VII, 480

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

publicaties over en van letterkundigen
gegevens uit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 1800

echtgeno(o)t(e)/partner
C. van Hasselt, Catharina

kinderen
1 zoon en 2 dochters

vader
J.M. Gogel, Johan Martin

moeder
A. Crul, Alexandrina

De gegevens zijn ontleend aan het biografisch archief van het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) van de Universiteit Leiden en betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was, met de nadruk op activiteiten in de landelijke politiek.

Aanvullingen en gemotiveerde correcties ontvangt PDC graag. U kunt hiervoor de "reageer-keuze" aan de rechterzijde van deze pagina gebruiken of uw reactie per email sturen aan li135@pdc.nl.


voornamen (roepnaam)
personalia
partij/stroming
loopbaan
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route