| - | |
chef regiment Russische Grenadiers van Kiev nr. 5, vanaf 1834 |
| - | |
chef regiment Pruisische Huzaren nr.11, vanaf 1834 |
| - | |
vermoedelijk troonopvolger, van 7 oktober 1840 tot 17 maart 1849 |
| - | |
lid Raad van State van rechtswege, van 19 februari 1835 tot 17 maart 1849 |
| - | |
koning der Nederlanden, groothertog van Luxemburg, van 17 maart 1849 tot 23 november 1890 (inhuldiging vond plaats 12 mei 1849) |
| - | |
buiten staat te regeren, van 3 april 1889 tot 2 mei 1889 |
| - | |
buiten staat te regeren, van 29 oktober 1890 tot 23 november 1890 |
| - | |
Grootmeester Militaire Willemsorde |
| - | |
Grootmeester Orde van de Nederlandse Leeuw |
| - | |
Grootmeester Orde van de Eikenkroon |
| - | |
lid Kroonraad, van 7 oktober 1840 tot 17 maart 1849 |
| - | |
voorzitter Kroonraad, vanaf 17 maart 1849 (vergadering van koning en ministers; kwam slechts sporarisch bijeen) |
| - | |
president Raad van State, van 17 maart 1849 tot 23 november 1890 (alleen formeel) |
| - | |
opperbevelhebber Grote Staf van het Leger, van 17 maart 1849 tot 23 november 1890 |
| - | |
kolonel-eigenaar Oostenrijkse infanterie, nr. 63, vanaf 1860 |
| - | |
beschermheer der Koninklijke Academie voor Burgerlijke Ingenieurs te Delft |
| - | |
beschermheer Koninklijke School voor nuttige en beeldende kunsten te 's-Hertogenbosch |
| - | |
beschermheer Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden |
| - | |
protector Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke wijsbegeerte te Rotterdam |
| - | |
protector Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem |
| - | |
beschermheer Groote Sociëteit te 's-Gravenhage |
| - | |
beschermheer Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen |
| - | |
protector Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen te Middelburg |
| - | |
beschermheer Vereeniging ter bevordering van fabrijk- en handwerksnijverheid in Nederland te 's-Gravenhage |
| - | |
beschermheer Nederlandsche Maatschappij tot bevordering van Nijverheid te Haarlem |
| - | |
beschermheer Hollandsche Maatschappij van Landbouw |
| - | |
beschermheer Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging te Amsterdam |
| - | |
beschermheer Amsterdamsche roei- en zeilvereeniging "De Hoop" |
| - | |
beschermheer Koninklijk Militair Invalidenhuis "Bronbeek" |
| - | |
beschermheer Vereeniging "Het Metalen Kruis" |
| - | |
beschermheer Koninklijk Instituut voor de taal-, land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië |
| - | |
beschermheer Oost- en Westindische Opvoedingsmaatschappij te Delft |
| - | |
beschermheer Koninklijke Natuurkundige Vereeniging in Nederlandsch-Indië |
| - | |
beschermheer Indisch Landbouwgenootschap |
| - | |
beschermheer Vereeniging tot voorbereidend onderrigt aan kinderen in Nederlandsch-Indië |
| - | |
Keerde zich in 1848 tegen het besluit van zijn vader om een liberale Grondwet in te voeren |
| - | |
Verzocht op 19 oktober 1848 schriftelijk aan de koning hem afstand te verlenen van zijn rechten als prins van Oranje en als erfgenaam der Kroon. De koning weigerde dit verzoek. |
| - | |
Bevond zich ten tijde van de (fatale) ziekte van zijn vader in Engeland en werd na het overlijden van zijn vader door minister Lightenvelt opgehaald |
| - | |
Ondertekende op 22 maart 1849, samen met de ministers, een proclamatie waarin hij verklaarde de regering te aanvaarden |
| - | |
Zijn broer, prins Hendrik, trad namens hem op als stadhouder in Luxemburg (1850-1879) |
| - | |
Trachtte in de jaren 1850 en 1860 met wisselend succes diverse malen via getrouwen in de Eerste Kamer de aanneming van hem onwelgevallige wetsvoorstellen te verhinderen (o.a. Spoorwegwet 1860, Tiendwet, wet inzake de afschaffing van het dagbladzegel en de Agrarische Wet) |
| - | |
Had in de jaren 1850 en 1860 vaak een belangrijke invloed op de benoeming van ministers, met name van Oorlog, Marine en Buitenlandse Zaken |
| - | |
Kwam diverse malen bijna in conflict met ministers over o.a. benoemingen, het buitenlands beleid en de koloniale politiek. Hij verontachtzaamde vaak de ministeriële verantwoordelijkheid als het ging om het opperbestuur van het leger en sprak enkele malen een veto uit over hem voorgedragen ministers. |
| - | |
Verzette zich in 1850 tegen het ontslag van drie provinciale gouverneurs, maar legde zich uiteindelijk neer bij de kabinetsbeslissing |
| - | |
Kwam in april 1853 in conflict met het kabinet-Thorbecke vanwege zijn mondelinge reactie op een adresbeweging (de 'April-beweging') tegen het herstel van de kerkelijke hiërarchie in Nederland. Negeerde daarbij een door het kabinet opgestelde reactie |
| - | |
Benoemde op 15 april 1853 Van Hall tot formateur van een nieuw kabinet |
| - | |
Benoemde in 1853 niet de als eerste genomineerde liberaal Bachiene, maar de conservatief Pfister Wetstein tot lid van de Algemene Rekenkamer |
| - | |
Ontmoette in 1860 in Wiesbaden en in 1861 in Luik koning Leopold I van België |
| - | |
Toonde in 1861 zijn persoonlijke belangstelling voor door overstromingen getroffen gebieden in Midden-Nederland |
| - | |
Bracht enkele malen (onder andere in 1861 in Compiègne) een particulier bezoek aan keizer Napoleon III |
| - | |
Benoemde in 1866 de als tweede genomineerde F.C. Donker Curtius tot raadsheer in de Hoge Raad |
| - | |
Weigerde in 1866 en 1867 het ontslag van het kabinet-Heemskerk/Van Zuylen van Nijevelt, nadat dit tot tweemaal in conflict kwam met de Tweede Kamer |
| - | |
Vaardigde op 10 oktober 1866 tevens een proclamatie waarin hij impliciet de kiezers opriep een Tweede Kamer te kiezen, die meer overeenstemde met het zittende kabinet |
| - | |
Weigerde op 13 juni 1879 na de verwerping van de ontwerp-Kanalenwet het ontslag van de ministers Kappeyne van de Coppello en Tak van Poortvliet |
| - | |
Weigerde op 10 juli 1879 de door Kappeyne namens het kabinet gevraagde toestemming om in het nieuwe zittingsjaar een voorstel tot grondwetsherziening te mogen indienen, waarna het kabinet alsnog ten val kwam |
| - | |
Vertrok in juni 1882, ondanks een kabinetscrisis, voor een badkuur naar Duitsland, waardoor de oplossing van de crisis aanmerkelijk werd vertraagd |
| - | |
Bracht in juli 1883 met koningin Emma in Spa een officieel bezoek aan koning Leopold II en diens echtgenote |
| - | |
De Belgische koning bracht van 17 tot en met 20 oktober 1883 een staatsbezoek aan Nederland. Dit bezoek werd in mei 1884 door een tegenbezoek beantwoord |
| - | |
Was in 1888, 1889 en 1890 vanwege ziekte verhinderd de troonrede uit te spreken |
| - | |
Tijdens zijn ziekte in april/mei 1889 werd zijn gezag waargenomen door de Raad van State |
| - | |
Tijdens zijn ziekte in oktober/november 1890 trad koningin Emma als regentes op |
| - | |
Huwde in 1839 met zijn nicht Sophia |
| - | |
Zijn tweede zoon, Maurits, overleed op 4 juni 1850 in Den Haag op 7-jarige leeftijd |
| - | |
Leefde sinds december 1855 'gescheiden van tafel en bed' van zijn echtgenote |
| - | |
Weigerde tussen 1874 en 1879 toestemming aan zijn oudste zoon Willem om te trouwen met Jkvr. Anna Mathilde (Mattie) van Limburg Stirum |
| - | |
De kroonprins vestigde zich daarop in Parijs en overleed aldaar op 11 juni 1879 op 39-jarige leeftijd |
| - | |
Zijn derde zoon, Alexander, overleed op 21 juni 1884 in Den Haag op 33-jarige leeftijd |
| - | |
Kwam in 1875 tijdens een vakantie in Zwitserland in aanraking met de politie vanwege exhibitionisme en werd veroordeeld tot een geldboete |
| - | |
Zag in september 1877 (drie maanden na het overlijden van zijn echtgenote) onder druk van het kabinet-Van Lynden van Sandenburg af van een huwelijk met de actrice Mlle d'Ambres |
| - | |
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, dl. I, 1570 |
| - | |
C.W. de Vries, "Overgrootvader Koning Willem III" (Amsterdam, 1951) |
| - | |
P. van 't Veer, "Maar majesteit! Koning Willem III en zijn tijd. De geheime dagboeken van minister A.W.P. Weitzel" (Amsterdam, 1968) |
| - | |
C.A. Tamse, "Koning Willem III, Emma en Sophie", in: C.A. Tamse (red.), "Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis" (Utrecht, 1996) |