| - | |
commissaris tot het werk der verponding te Amsterdam, 1806 |
| - | |
auditeur bij de Staatsraad, van 18 juli 1806 tot 1 augustus 1810 |
| - | |
chef kabinet departement van Binnenlandse Zaken, van 1808 tot 1814 |
| - | |
rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Amsterdam, van 1814 tot januari 1827 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Holland, van 15 maart 1820 tot 21 oktober 1822 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie (Noord-)Holland, van 21 oktober 1823 tot 21 oktober 1844 |
| - | |
rechter ter instructie, rechtbank te Amsterdam, van januari 1827 tot mei 1834 |
| - | |
vicepresident rechtbank van eerste aanleg te Amsterdam, van 21 mei 1834 tot 1 oktober 1838 |
| - | |
rechter Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, vanaf 1 oktober 1838 |
| - | |
vicepresident Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, tot 1846 |
| - | |
Was één van de drie noordelijke leden die in 1822 tegen het wetsvoorstel inzake de accijns op het gemaal stemde |
| - | |
Behoorde in 1829 tot de vijf Noord-Nederlanders die tegen de tienjarige begroting stemden |
| - | |
Stemde in 1830 tegen de eerste afdeling (uitgaven) van de begroting |
| - | |
Diende in 1830 een initiatiefwetsvoorstel in tot invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid. Dit voorstel werd niet in behandeling genomen. |
| - | |
Stemde in 1830 samen met Van Reenen en vijf Friese afgevaardigden tegen een wetsvoorstel betreffende de omslag der grondbelasting |
| - | |
Behoorde in 1831 tot de 20 leden die tegen een wetsvoorstel stemden over een vrijwillige en verplichte geldlening |
| - | |
Behoorde in 1833 tot de 16 leden die tegen de begroting 1834/1835 stemden |
| - | |
Behoorde in 1835 tot de 15 leden die tegen de begroting 1836/1837 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen. |
| - | |
Behoorde in 1837 tot de 21 leden die tegen de begroting 1838/1839 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen. |
| - | |
Behoorde in 1839 tot de 14 leden die tegen de voorlopige begroting 1840 stemden |
| - | |
Stemde bij de Grondwetsherziening van 1840 tegen de hoofdstukken inzake het inkomen van de koning en inzake de koloniën |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de (vrijwillige) geldlening en buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen. |