| - | |
wetenschappelijk assistent staatsrecht, Universiteit van Amsterdam, van 1974 tot 1 februari 1977 |
| - | |
hoofdambtenaar stafdeling publiekrecht, hoofdafdeling staats- en strafrecht, ministerie van Justitie, van 1 februari 1977 tot 1 juli 1981 |
| - | |
hoogleraar staats- en bestuursrecht, Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg, van 1 juli 1981 tot 7 november 1989 |
| - | |
minister van Justitie, van 7 november 1989 tot 27 mei 1994 |
| - | |
minister belast met coördinatie van aangelegenheden de Nederlandse Antillen en Aruba betreffend en met de zorg voor aan de Nederlandse Antillen en Aruba te verlenen hulp en bijstand, van 14 november 1989 tot 27 mei 1994 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 10 januari 1994 tot 18 januari 1994 (na het overlijden van minister Dales) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 mei 1994 tot 1 juni 1995 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 juni 1995 tot 1 november 2000 |
| - | |
hoogleraar internationaal recht, Katholieke Universiteit Brabant (thans Universiteit van Tilburg), van november 1994 tot 22 september 2006 (0,2 werkweek, vanaf juli 1998 0,8 werkweek) |
| - | |
hoogleraar wetgevingsvraagstukken, Katholieke Universiteit Brabant, van januari 1996 tot juni 1998 (0,6 werkweek) |
| - | |
lid Raad van State, van 1 november 2000 tot 22 september 2006 |
| - | |
minister van Justitie, vanaf 22 september 2006 |
| - | |
plaatsvervangend lid Centrale Raad van Beroep, van 1983 tot november 1989 |
| - | |
vicevoorzitter Commissie wetgeving algemene regels van bestuursrecht, van 1983 tot 1989 |
| - | |
lid Commissie kleine criminaliteit (commissie-Roethof), van 1983 tot 1986 |
| - | |
vicevoorzitter Radboudstichting |
| - | |
lid Staatscommissie van advies inzake de relatie kiezers-beleidsvorming (Staatscommissie-Biesheuvel) tot maart 1984 |
| - | |
voorzitter adviescommissie Overheid, godsdienst en levensovertuiging, van 17 februari 1985 tot 28 maart 1988 |
| - | |
regeringscommissaris toetsing wetgevingsprojecten, van 1987 tot 1989 |
| - | |
voorzitter Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving, vanaf 1 januari 1995 |
| - | |
voorzitter Stichting Onderwijs Rwanda 2000, van 1995 tot december 1998 |
| - | |
lid kerncommissie Interkerkelijk Contact in Overheidszaken, vanaf 1 oktober 1995 |
| - | |
voorzitter Commissie LTO Nederland voor de toekomst van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie in de agrarische sector, van november 1995 tot juni 1996 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Stichting Philadelphia Zorg, vanaf 1 januari 1996 |
| - | |
lid Raad van Toezicht Instituut voor Doven te Sint Michielsgestel, van 1 maart 1996 tot 1 januari 1999 |
| - | |
vicevoorzitter KRO (Katholieke Radio-Omroep), vanaf februari 1996 |
| - | |
raadsheer-plaatsvervanger Centrale Raad van Beroep, van 1 maart 1996 tot september 2006 |
| - | |
lid Noord-Atlantische Assemblée |
| - | |
voorzitter 4 Mei-comité Tilburg |
| - | |
voorzitter College van Bestuur Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht, vanaf 1 januari 1999 |
| - | |
voorzitter Centre for International Legal Cooperation |
| - | |
redacteur/lid redactieraad Nederlands Tijdschrift voor geneeskunde en ethiek |
| - | |
vicevoorzitter Stichting Samenleving en Verantwoordelijkheid (SOCRIRES) |
| - | |
lid algemeen bestuur Atlantische Commissie |
| - | |
voorzitter Stichting Ronald McDonaldhuis Tilburg |
| - | |
redacteur/lid redactieraad Nederlands Tijdschrift voor Bestuursrecht |
| - | |
redacteur reeks Paperbacks European and International Law |
| - | |
lid Comité 2004 (Nederland/Nederlandse Antillen/Aruba) |
| - | |
raadsheer-plaatsvervangend College van Beroep voor het bedrijfsleven |
| - | |
voorzitter College van Bestuur Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht (per 1 juli 2006 gefuseerd met de faculteit theologie van de Universiteit van Tilburg) |
| - | |
lid Raad van Commisarissen Stichting Philadelphia Zorg |
| - | |
voorzitter Wetenschappelijk adviesraad van de Stichting Instituut GAK |
| - | |
Bracht in 1990 samen met minister Ter Beek een - in 1989 door de Tweede Kamer aanvaarde - wijziging van het militair straf-, strafproces- en tuchtrecht in het Staatsblad. De herziening voorziet in herziening van het sanctiestelsel, waarbij de doodstraf wordt afgeschaft en bijkomende straffen van ontslag uit militaire dienst, verlaging en en plaatsing in een strafklasse verdwenen. Er komt een scheiding tussen straf- en tuchtrecht. Het militair tuchtrecht wordt geschreven recht en bevat een regeling voor tuchtprocedure, vertrouwensman en beroepsprocedure. De Wet Militaire Strafrechtspraak vervangt de bestaande wetgeving, waaronder de Militaire Cassatiewet. Er is aansluiting gezocht bij het Wetboek van Strafvordering, maar militairen staan voor strafbare feiten terecht voor een militaire kamer, politierechter of kantonrechter. |
| - | |
Bracht in 1991 samen met minister Maij-Weggen een wet tot stand waarbij de kosten voor beveiliging van luchtvaartterreinen deels werden overgeheveld naar de exploitanten van luchthavens |
| - | |
Bracht in 1991 een wet (Stb. 519) tot wijziging van bepalingen inzake de zedelijkheid tot stand (strafbaarstelling verkrachting binnen het huwelijk, aanscherping regels inzake ontucht met minderjarigen) en verscherpte de regels met betrekking tot heling |
| - | |
Bracht in 1991 samen met minister Dales een wet (Stb. 623) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht tot stand inzake het tegengaan van discriminatie op grond van ras of seksuele gerichtheid (Algemene wet gelijke behandeling). Hiermee wordt artikel 1 van de Grondwet nader uitgewerkt. Discriminatie op grond van ras door ambtenaren bij de uitoefening van hun werk wordt strafbaar. Ook belediging, aanzetten tot geweld en ophitsing tegen homoseksuelen wordt strafbaar. Belediging op basis van sekse wordt daarentegen nog niet strafbaar, om de vrijheid van meningsuiting niet aan te tasten. |
| - | |
Bracht in 1991 een wijziging (Stb. 672) van de Wet betreffende de positie van Molukkers tot stand, waardoor staatloze Molukkers die dat wensen een Nederlands paspoort met de vermelding 'Nederlandse nationaliteit' kunnen krijgen |
| - | |
Bracht in 1991 samen met minister Dales de Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 674) tot stand. |
| - | |
Bracht in 1991 samen met staatssecretaris Kosto een wet (Stb. 691) tot stand over het toezicht op vreemdelingen gedurende de behandeling of na afwijzing van hun verzoek om toelating. Hiermee moet illegale immigratie worden voorkomen. |
| - | |
Bracht in 1992 een wijziging (Stb. 214) van het Wetboek van Strafvordering tot stand om de regels met betrekking tot voorlopige hechtenis te vereenvoudigen. De mogelijkheid om voorlopige hechtenis toe te passen wordt afhankelijk gesteld van de vraag of de vaste woon- of verblijfplaats van de verdachte bekend is. De mogelijkheden om iemand die verdacht wordt van een vermogensdelict in voorlopige hechtenis te nemen, worden uitgebreid. Vooral eerdere veroordelingen zijn daarbij van belang. |
| - | |
Bracht in 1992 samen met minister Dales de Wet Algemene regels van bestuursrecht (Awb) (Stb. 315) tot stand. In deze wet staan onder meer bepalingen over de wijze waarop regelgeving tot stand moet komen, en de wijze waarop inspraak en beroep moeten worden vormgegeven. Besluiten moeten zorgvuldig worden voorbereid en worden gemotiveerd. In bepaalde gevallen is openbaarmaking van aanvraag of besluit verplicht en kan inspraak plaatsvinden. Bezwaar- of beroepschriften moeten binnen zes weken na bekendmaking worden ingediend. Een bestuursorgaan neemt binnen zes weken een besluit over het bezwaarschrift. Bij administratief beroep geldt een termijn van 16 weken. Door eenheid in de wetgeving moet het recht eenvoudiger en beter toegankelijk worden. Door algemene regels worden een aantal bepalingen in vele bijzondere wetten overbodig. Vastgelegd wordt hoe besluitvorming bij bestuursorganen moet plaatsvinden en hoe advisering, voorbereiding en bekendmaking moet geschieden. Het wetsvoorstel was in 1989 ingediend door de ministers Korthals Altes en Van Dijk. |
| - | |
Bracht in 1993 wetten (Stb. 11 en 12) tot stand die het ontnemen van door criminelen wederrechtelijk verkregen voordelen mogelijk maakt (de zogenaamde 'pluk ze'-wetgeving). Er komen meer mogelijkheden om als straf goederen verbeurd te verklaren. Het wordt mogelijk beslag te leggen totdat zekerheid bestaat over de tenuitvoerlegging van hoge geldboeten om voordeel te ontnemen. Het verhaalsrecht en de maximale duur van vervangende hechtenis worden verruimd; vervangende hechtenis wordt dwangmiddel ter nakoming geldstraffen. |
| - | |
Bracht in 1993 samen met staatssecretaris Dankert wetten tot stand tot Goedkeuring van het Verdrag van Schengen over geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen van de Beneluxlanden, Duitsland en Frankrijk, tot toetreding van Italië tot dat verdrag, alsmede tot wijziging van enkele wetten in verband met dit verdrag |
| - | |
Bracht in 1993 een wijziging (Stb. 182) van het Wetboek van Strafrecht tot stand inzake verdachten die weigeren hun personalia bekend te maken (anonieme verdachte). Het opgeven van valse persoonsgegevens wordt strafbaar. Opsporingsambtenaren krijgen bevoegdheden om de identiteit van een verdachte vast te stellen. Het wetsvoorstel was in 1986 ingediend door minister Korthals Altes. |
| - | |
Bracht in 1993 een wet (Stb. 486) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht inzake het tegengaan van commercieel draagmoederschap tot stand. Commercieel draagmoederschap wordt onwenselijk beschouwd, onder andere vanwege emotionele problemen op langere termijn bij de draagmoeder en vanwege mogelijke hechting aan het gedragen kind. Beroeps- en bedrijfsmatige bemiddeling bij draagmoederschap wordt strafbaar gesteld. |
| - | |
Bracht in 1993 samen met de ministers Dales en Ter Beek een wet (Stb. 588) tot stand waarbij de Koninklijke Marechaussee wordt belast met de veiligheid op de luchthavens en met het binnenlands vreemdelingentoezicht. De Marechusssee blijft onder gezag van de minister van Defensie, maar vervult haar politietaak onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. |
| - | |
Bracht in 1993 een wet (Stb. 596) tot aanvulling van het Wetboek van Strafvordering tot stand die DNA-onderzoek in bepaalde strafzaken mogelijk maakt. |
| - | |
Bracht in 1993 een wet (Stb. 603) inzake betere bescherming van anonieme getuigen tot stand. Hierdoor kunnen getuigen die bedreigd worden (of van wie het gezin wordt bedreigd) door bijvoorbeeld de georganiseerde criminaliteit volledig anoniem getuigen bij de rechtbank. De rechten van de verdachten worden daarbij gewaarborgd. In het Wetboek van Strafvordering wordt hiervoor een speciale procedure vastgelegd. |
| - | |
Bracht in 1993 samen met minister Dales een wet (Stb. 650) inzake voltooiing van de eerste fase van de herziening van de rechterlijke organisatie tot stand. Deze wet introduceert bestuursrechtspraak in twee instanties, een regeling voor bestuursprocesrecht en een uniforme regeling voor procesrecht voor alle bestuursrechtelijke colleges, zoals administratieve kamers van rechtbanken, de afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, de Centrale Raad van Beroep en de Colleges van Beroep voor het Bedrijfsleven en voor de studiefinanciering. Het gaat onder meer om bevoegdheid, termijnen, het horen van getuigen, griffierecht en versnelde behandeling. De kwaliteit en de overzichtelijkheid van de rechtspraak moet hierdoor worden verbeterd. Kroonberoep en beroep op grond van de Tijdelijke wet Kroongeschillen worden vervangen. Bij alle 19 arrondissementsrechtbanken worden enkelvoudige en meervoudige kamers ingesteld die in eerste aanleg bestuursrechtelijke zaken behandelen. Hoger beroep kan worden ingesteld bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, die de afdelingen Rechtspraak en Geschillen vervangt. Geschillen over o.a. bestemmingsplannen en milieuzaken komen direct bij de afdeling Bestuursrechtspraak terecht. Het zelfde geldt voor enkele andere categorieën geschillen (bijv. over dienstplicht en studiefinanciering). |
| - | |
Bracht in 1993 de Wet identificatieplicht (Stb. 660) tot stand, die burgers verplicht zich in bepaalde gevallen (bijvoorbeeld bij financiële transacties, indiensttreding, het verkrijgen van uitkeringen, maar ook na 'zwart rijden' in het openbaar vervoer of voetbalvandalisme) te identificeren; door een wijziging van de Paspoortwet wordt de Europese identificatiekaart naast het paspoort erkend als identificatiebewijs. |
| - | |
Bracht in 1993 een wet (Stb. 679) tot wijziging van artikel 250 van het Wetboek van Strafrecht tot stand, waardoor exploitatie van buitenlandse vrouwen in de prostitutie zwaarder wordt bestraft. |
| - | |
Bracht in 1993 samen met staatssecretaris Simons de Wet meldingsformulier levensbeëindiging (Stb. 688) tot stand, waardoor euthanasie strafbaar bleef, maar alleen dan als een arts niet de nodige zorgvuldigheid in acht had genomen. In geval van euthanasie moet de arts dit melden aan de gemeentelijk lijkschouwer. Deze schakelt de officier van justitie in, die toetst of voldoende zorgvuldigheid in acht is genomen. |
| - | |
Bracht in 1993 een wet (Stb. 707) tot herziening van de Vreemdelingenwet tot stand, waardoor asielzoekers niet langer in beroep kunnen tegen het afwijzen van een asielaanvrage. Er komt een juridische basis voor de gedoogdenregeling en de procedures worden verkort, gestroomlijnd en geconcentreerd. |
| - | |
Bracht in 1993 samen met minister Dales een nieuwe Politiewet (Stb. 724) tot stand. De politie wordt grotendeels regionaal georganiseerd met een regionale korpsbeheerder (veelal de burgemeester van een grote gemeente) aan het hoofd. Er komen 25 regiokorpsen. Daarnaast wordt er een Korps Landelijke Politiediensten ingesteld voor bovenregionale taken, zoals het toezicht op weg-, water- en luchtverkeer, het beveiligen van koninklijke en diplomatieke personen, het leveren van recherche-expertise en misdaadanalyse en het bieden van ondersteuning aan de regionale korpsen op het gebied van politiespecifieke hulpmiddelen, informatietechnologie en logistieke diensten. Ook de Centrale Recherche Informatie (CRI) ressorteert onder het Korps landelijke politiediensten. De CRI ondersteunt op bovenregionaal niveau politie en justitie bij de bestrijding van met name zware en georganiseerde criminaliteit. |
| - | |
Bracht in 1993 de Wet op de rechtsbijstand (Stb. 775) tot stand. Deze wet vervangt de Wet rechtsbijstand on- en minvermogenden uit 1957 en moet tot een betere beheersing van uitgaven leiden. Verder wordt de organisatie van de rechtsbijstand gemoderniseerd en moet betere toegang worden geboden voor rechtzoekenden. |
| - | |
Bracht in 1994 een wet (Stb. 84) tot aanvulling van het Wetboek van Strafrecht tot stand waarbij de straf voor gevangenen bij ontsnapping werd verhoogd. |
| - | |
Bracht in 1994 een wijziging (Stb. 60) van het Wetboek van Strafrecht tot stand over de strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen. Het gaat daarbij om voorbereiding van misdrijven waarop een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld. |
| - | |
Bracht in 1994 samen met de ministers Van Thijn en Ritzen en staatssecretaris Wallage de Algemene wet gelijke behandeling (Stb. 230) tot stand. Deze wet verbiedt discriminatie behoudens objectief gerechtvaardigd onderscheid en stelt ter handhaving een Commissie gelijke behandeling in. De wet bevat anti-discriminatiebepalingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden, benoeming, ontslag en onderwijs. Instellingen op levensbeschouwelijke grondslag mogen wel eisen stellen die verband houden met het functioneren, zonder daarbij te discrimineren. Het enkele feit van de seksuele gerichtheid mag echter geen rol spelen bij bijv. benoeming of bevordering. Onderscheid is niet verboden als het en voorkeursbehandeling betreft, als het geslacht bepalend is of als het gaat om bescherming van vrouwen. |
| - | |
Bracht in 2006 een wijziging (Stb. 480) van het Wetboek van Strafvordering in het Staatsblad over afgeschermde getuigen. De rechter-commissaris kan in het belang van de staatsveiligheid de openbaarmaking van bepaalde gegevens beletten. Verder kan de rechter-commissaris getuigen in het belang van de staatsveiligheid horen als 'afgeschermde getuigen'. Het wetsvoorstel was in 2004 ingediend en in 2005/2006 in beide Kamers verdedigd door minister Donner. |
| - | |
Bracht in 2006 de Wet verruiming mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven in het Staatsblad (Stb. 580). Met dit voorstel kan de overheid sneller optreden bij grote dreiging van terrorisme. Voor inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden (fouilleren, observatie, telefoontap) bij terrorisme is niet langer een redelijk vermoeden van een strafbaar feit nodig. Aanwijzingen zijn voldoende. Bij verdenking van het voornemen tot een terroristisch misdrijf kan iemand in bewaring worden gesteld. Het wetsvoorstel was in ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door minister Donner. |
| - | |
Bracht in 2006 samen met minister Hoogervorst een wijziging (Stb. 680) van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, waardoor zelfbinding wordt geïntroduceerd in die wet. Hierdoor ontstaat de mogelijkeid tot opname, verblijf en behandeling van psychiatrische patiënten zonder bereidheid daartoe, indien zij zich daartoe eerder, in een wilsbekwame periode, wel bereid hebben verklaard. Het wetsvoorstel was in 2002 ingediend door de ministers Borst en Korthals en in 2005 medeverdedigd door minister Donner. |
| - | |
Bracht in 2007 samen met minister Verburg een wet in het Staatsblad (Stb. 163), waardoor het pachtrecht wordt herzien. In plaats van in een afzonderlijke Pachtwet wordt het pachtrecht geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Het pachtrecht wordt geliberaliseerd om het verpachten van grond aantrekkelijker te maken. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend en in de Tweede Kamer verdedigd door de ministers Donner en Veerman. |
| - | |
Bracht in 2007 samen met minister Ter Horst een wijziging (Stb. 180) van de Politiewet in het Staatsblad waardoor de sturing vanuit het Rijk (Justitie en BZK) van de politieregio's wordt versterkt. De burgemeester van de centrumgemeente van de politieregio is niet langer automatisch korpsbeheerder, maar deze wordt voortaan bij KB aangesteld. De ministers krijgen de bevoedgheid de korpsbeheerders aanwijzingen te geven. Het wetsvoorstel was in 2004 ingediend door de ministers Donner en Remkes. |
| - | |
Bracht in 2007 samen met staatssecretaris Van Hoof een wijziging (Stb. 192) van de Faillissementswet tot stand, die er toe strekt de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen te vereenvoudigen. Er wordt onder meer een gedwongen schuldsanering geïntroduceerd en aan de schuldenaar en het schuldsaneringsverzoek worden hogere eisen gesteld. Het wetsvoorstel was in 2005 (mede) ingediend door minister Donner. |
| - | |
Bracht in 2007 een wijziging (Stb. 500) van het Wetboek van Strafrecht tot stand, waardoor de vervroegde invrijheidstelling wordt omgevormd tot een voorwaardelijke invrijheidstelling. De regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling is van toepassing op vrijheidsstraffen met een duur van meer dan een jaar. De voorwaardelijke invrijheidstelling vindt van rechtswege plaats wanneer tweederde van de door de echter opgelegde vrijheidsstraf is ondergaan. Voor straffen met een duur tussen een jaar en twee jaar vindt voorwaardelijke invrijheidstelling plaats wanneer de vrijheidsbeneming ten minste een jaar heeft geduurd en van het nog ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf een derde gedeelte is ondergaan. Een veroordeelde blijft tot voltooiing van de straf onder toezicht van justitie. |
| - | |
Bracht in 2007 samen met minister Rouvoet een wijziging (Stb. 575) van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de jeugdzorg tot stand met het oog op verruiming van de mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding van jeugdigen die één of meer strafbare feiten hebben begaan. Er komt een nieuwe maatregel die qua zwaarte zit tussen de voorwaardelijke veroordeling met bijzondere voorwaarden en de taakstraf. Er komt zodoende een wettelijke basis voor de schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden. Het wetsvoorstel was in 2005 ingediend door minister Donner. |
| - | |
Bracht in 2007 samen met minister Rouvoet een wijziging (Stb. 578) van Wet op de jeugdzorg inzake de gesloten jeugdzorg tot stand. De wet maakt behandeling en opvoeding in een gesloten accommodatie mogelijk, na het verkrijgen van een indicatie van het bureau jeugdzorg en een machtiging voor gesloten behandeling van de kinderrechter. Tevens wordt het mogelijk voor een gesloten jeugdzorgaanbieder om in een hulpverleningsplan vrijheidsbeperkende maatregelen op te nemen en deze in voorkomende gevallen toe te passen. Er kan hiermee een einde komen aan de ongewenste situatie dat jeugdigen op strafrechtelijk en civielrechtelijke titel bij elkaar worden geplaatst. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend door minister Donner. |
| - | |
Bracht in 2008 samen met minister Klink een wijziging (Stb. 80) van de Wet BOPZ (Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen) tot stand, waardoor onder andere de mogelijkheden voor een dwangbehandeling in een psychiatrisch ziekenhuis worden verruimd. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend door de ministers Hoogervorst en Donner. |
| - | |
Bracht in 2008 samen met minister Ter Horst en staatssecretaris Bussemaker de Wet tijdelijk huisverbod tot stand. Hierdoor wordt het mogelijk een huisverbod op te leggen aan iemand die zich schuldig maakt aan dreiging van (ernstig) huiselijk geweld. Tijdens de uithuisplaatsing kan hulp worden geboden, om zo escalatie in het gezin te voorkomen. Als hoofd van de politie is de burgemeester bevoegd de maatregel op te leggen. Het wetsvoorstel was in 2006 ingediend door de ministers Donner en Remkes. |