| - | |
wetenschappelijk medewerker Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1967 tot 1971 |
| - | |
hoogleraar (lector) beleidssociologie, Nederlandse Economische Hogeschool (later Erasmus Universiteit) te Rotterdam, van 1971 tot 1974 |
| - | |
persoonlijk beleidsadviseur van minister H.W. van Doorn en van staatssecretaris W. Meijer, ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, van 1974 tot 1977 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar sociaal-economisch beleid (sociale politiek en arbeidsverhoudingen), Erasmus Universiteit te Rotterdam, van 1975 tot 1977 |
| - | |
hoogleraar sociaal-economisch beleid (sociale politiek en arbeidsverhoudingen) Erasmus Universiteit te Rotterdam, van 1977 tot 16 maart 1982 |
| - | |
burgemeester van Rotterdam, van 16 maart 1982 tot 3 augustus 1998 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 3 augustus 1998 tot 13 maart 2000 |
| - | |
deeltijd hoogleraar public management, Universiteit Nijenrode te Breukelen, van 1 mei 2002 tot juni 2004 |
| - | |
adviseur CONS (Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname), van 1977 tot 1980 |
| - | |
kroonlid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1980 tot 1982 |
| - | |
voorzitter OOR (Overleg Orgaan Rijnmond) |
| - | |
voorzitter Stadsregio Rotterdam |
| - | |
korpsbeheerder regio-politie Rotterdam-Rijnmond |
| - | |
lid Comité van Regio's, van 1994 tot 1998 |
| - | |
president Eurocities, van 1996 tot 1998 |
| - | |
voorzitter commissie 'Maatschappelijk draagvlak versterking lokale sociale infrastructuur', 1998 |
| - | |
lid diverse redacties tijdschriften |
| - | |
lid Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst, van november 1990 tot 1998 |
| - | |
Speelde een coördinerende rol bij het beleid op het gebied van orde en veiligheid in het kader van de organisatie van de Europese kampioenschappen voetbal in Nederland en België (Euro 2000) |
| - | |
Bracht in 1998 het eerste Beleidsplan Nederlandse Politie (BNP-1998) uit |
| - | |
Stelde in 1998 de Staatscommissie-Elzinga in. Gaf daarmee de aanzet tot de dualisering van het gemeentelijk bestel. |
| - | |
Slaagde er op 18 mei 1999 samen met minister-president Kok niet in een wetsvoorstel tot grondwetsherziening over invoering van het correctief referendum in tweede lezing door de Eerste Kamer te loodsen. Het voorstel kreeg één stem te weinig voor de vereiste tweederde meederheid. |
| - | |
Bracht in 1999 de Nota "Wijziging kiesstelsel" uit. Daarin werden zes alternatieven (o.a. een beperkt districtenstelsel en diverse varianten van een tweestemmenstelsel) gepresenteerd voor het bestaande kiesstelsel. |
| - | |
Bracht in 2000 een notitie "Reflecties over de positie van de Eerste Kamer" uit. Daarin wordt onder meer ingegaan op een terugzendrecht voor de Eerste Kamer en op beperking van de rol van de Eerste Kamer bij Grondwetsherziening. |
| - | |
Belangrijke benoemingen: Opstelten (vvd, burgemeester van Rotterdam), Nijpels (vvd, Commissaris van de koningin in Friesland), Postma (pvda, burgemeester van Leiden), Brouwer-Korf (pvda, burgemeester van Utrecht), Luteijn (vvd, wnd. Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland), Van Vliet-Kuiper (d66, burgemeester van Amersfoort) |
| - | |
Loodste in 1998 het door staatssecretaris Van de Vondervoort ingediende wetsvoorstel gemeentelijke herindeling van de Bommelerwaard door de Eerste Kamer. Het aantal van zeven gemeenten wordt teruggebracht naar twee: Zaltbommel en Maasdriel. |
| - | |
Bracht in 1999 de Remigratiewet in het Staatsblad (Stb. 232), die niet-Nederlandse ingezetenen faciliteiten biedt om terug te keren naar hun land van herkomst. Het wetsvoorstel was in 1997 ingediend door minister Dijkstal. |
| - | |
Bracht in 1999 samen met minister Korthals de Wet overdracht beheer Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) (Stb. 575) tot stand, waarbij dit beheer overgaat van Justitie naar Binnenlandse Zaken. |
| - | |
Bracht in 1999 de Wet subsidiëring politieke partijen (Stb. 257) tot stand. Door deze wet worden de subsidies verhoogd en wordt het aantal activiteiten dat gesubsidieerd kan worden, uitgebreid. Het voorstel was in 1997 ingediend door minister Dijkstal en sloot aan bij het advies van een commissie onder voorzitterschap van J.Th.J. van den Berg. |
| - | |
Bracht in 1999 wetten tot samenvoeging van de gemeenten Bergen, Egmond en Schoorl en van de gemeenten Hoevelaken en Nijkerk tot stand |
| - | |
Was begin jaren zeventig lid van de zgn. 'Steenwijk-groep', een informele denktank in de PvdA voor partijvoorzitter Van der Louw, waarvan verder o.a. Wim Meijer, Hans Kombrink, Jan Pronk en Relus ter Beek deel uitmaakten |
| - | |
In september 1999 verschenen onthullingen in dagbladen (onder andere het 'Algemeen Dagblad') over zijn declaratiegedrag als burgemeester van Rotterdam |
| - | |
Naar dit declaratiegedrag werd onderzoek gedaan door de commissie van de rekening (COR) uit de gemeenteraad van Rotterdam, die daartoe het onderzoeksbureau KPMG inschakelde |
| - | |
Trad af om, naar zijn zeggen, als vrij man te kunnen reageren op het rapport van de COR |
| - | |
Het accountantsonderzoek concludeerde dat Peper veel uitgaven had gedeclareerd, die hij niet in functie had gedaan. De gemeente Rotterdam diende een claim van f 64.000 bij hem in. |
| - | |
Het OM besloot later de zaak onvoorwaardelijk te seponeren, waarbij hij met het OM overeenkwam - om elke schijn van bevoordeling en verrijking te vermijden, maar zonder schuld te erkennen - f 7500 aan Rotterdam terug te betalen. |
| - | |
In mei 2001 verklaarde de Raad van Tucht voor Registeraccountants zijn klacht tegen het onderzoek door het op verzoek van de COR door onderzoeksbureau KPMG ingestelde onderzoek naar zijn declaratiegedrag deels gegrond, en deels ongegrond. De Raad van Tucht deelde Pepers mening dat er onzorgvuldig was opgetreden bij het onderzoek. De klacht over onjuiste gegevens die ten grondslag van het onderzoeksrapport hadden gelegen, werd niet gegrond verklaard. De onderzoekers van KMPG kregen een schriftelijke berisping. |
| - | |
Op 13 juni 2002 sprak het College van Beroep (CvB) voor het bedrijfsleven uit dat het door KPMG uitgevoerde accountantsonderzoek naar het declaratiegedrag een onvolledig en onjuiste rapportage had opgeleverd. Met name de conclusie dat uit het feit dat Peper niet had willen meewerken aan het onderzoek kon worden afgeleid dat het om onrechtmatige declaraties ging, had niet mogen worden getrokken. |
| - | |
In maart 2003 kwam het tot een schikking tussen hem en KPMG, waarbij een financiële regeling werd getroffen. Op basis van het vonnis van het CvB veroordeelde de president van de Rechtbank van Amsterdam in oktober 2002 KMPG tot een schadevergoeding van f. 374.000. |