| - | |
werkzaam op de groentemarkt te Gouderak (voor zijn studie; één jaar) |
| - | |
algemeen secretaris jeugdforum Europese Gemeenschappen te Brussel, van 1981 tot 1984 |
| - | |
coördinator en directeur interne zaken NOVIB (Nederlandse Organisatie voor Internationale Bijstand) te 's-Gravenhage, van 1984 tot 1986 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juni 1986 tot 22 augustus 1994 |
| - | |
minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 22 augustus 1994 tot 3 augustus 1998 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 mei 1998 tot 17 oktober 2002 |
| - | |
fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 juli 1998 tot 17 mei 2002 |
| - | |
bewindvoerder Wereldbank te Washington, van 1 november 2002 tot 1 maart 2006 |
| - | |
vicesecretaris-generaal UNDP (United Nations Development Programme) te New York, vanaf 1 maart 2006 |
| - | |
lid bestuur Politiek Jongeren Kontakt, van 1978 tot 1980 |
| - | |
lid hoofdbestuur Europese Beweging in Nederland, van 1978 tot 1981 |
| - | |
voorzitter Council of European National Youth Committees |
| - | |
voorzitter Nederlands Platform Internationaal Jongerenwerk, van 1978 tot 1981 |
| - | |
lid Raad van Toezicht en Advies Stichting Communicatie Ontwikkelingssamenwerking |
| - | |
lid Adviesraad CLAT-Nederland |
| - | |
voorziter Stichting Ontwikkelingssamenwerking Almere-Port Sudan |
| - | |
tweede vicevoorzitter Atlantische Commissie, van januari 1990 tot augustus 1994 |
| - | |
columnist dagblad "De Gooi- en Eemlander Dagblad van Almere" |
| - | |
voorzitter ethische commissie Wereldbank |
| - | |
Kwam in 1995 met een 40.000-banenplan voor langdurige werklozen ('Melkert-banen') |
| - | |
Bracht in 1995 de Nota "De andere kant van Nederland" uit over preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting |
| - | |
Bracht in 1995 de Nota Flexibiliteit en zekerheid over flexibilisering van de arbeidsmarkt uit |
| - | |
Bracht in 1996 met staatssecretaris De Grave de Nota "Werken aan zekerheid" over de toekomst van de sociale zekerheid uit |
| - | |
Bracht in 1997 de Nota "Arbeid en zorg" over loopbaanonderbreking uit |
| - | |
Bracht in 1997 de Regeling Schoonmaakdiensten Particulieren tot stand die het indienstnemen van schoonmakers ('witte werksters') door particulieren moet bevorderen. Dit moet zwartwerken tegengaan en extra kansen bieden voor laagopgeleiden om werk te vinden. |
| - | |
Bracht in 1997 met staatssecretaris De Grave de Nota "Werken aan zekerheid. Bouwstenen voor een modern en houdbaar sociaal stelsel" uit, waarin onder meer ideeën staan over de financiering van de AOW op langere termijn. |
| - | |
Bracht in 1994 de Wet arbeid vreemdelingen (Stb. 959) tot stand, die moet voorkomen dat illegalen werk kunnen krijgen |
| - | |
Bracht in 1995 de Wet Herinrichting Algemene Bijstandswet in het Staatsblad (Stb. 199). De wet is van toepassing op alle categorieën bijstandsaanvragers en kent geen speciale regelingen meer, zoals voor werkloze bijstandsaanvragers (de RWW). Deze opzet brengt mee dat van alle bijstandsgerechtigden die daartoe in staat zijn, verlangd kan worden dat ze actief werk zoeken. Slechts ouders die de volledige zorg hebben voor een kind onder de vijf jaar zijn als groep van deze verplichting uitgezonderd. In de ABW wordt onderscheid gemaakt tussen gehuwden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Voor een alleenstaande is de uitkering gelijk aan 50% van het nettominimumloon; voor een alleenstaande ouder 70% en voor gehuwden 100% van het minimumloon. Voor personen onder de 23 jaar wordt uitgegaan van het minimumjeugdloon. Gemeenten kunnen verordeningen maken waarin onder bepaalde voorwaarden aan zogenaamde echte alleenstaanden en zogenaamde echte alleenstaande ouders een toeslag geven van maximaal 20% van het nettominimumloon. Verder kunnen gemeenten regelingen treffen voor bijzondere bijstand in geval van extra onvoorziene uitgaven. Het wetsvoorstel was in 1992 ingediend door staatssecretaris Ter Veld en in 1994 drastisch gewijzigd door staatssecretaris Wallage. |
| - | |
Bracht in 1995 de Arbeidstijdenwet (Stb. 598) tot stand, die de Arbeidswet 1919 vervangt. De wet moet veiligheid, gezondheid en het welzijn van werknemers in relatie tot hun arbeids- en rusttijden bevorderen en bijdragen aan mogelijkheden om zorg en arbeid te kunnen combineren. De wet bevat bepalingen over arbeidsduur, overwerk, nachtrust en zondagsarbeid; rusttijden en pauzes, en ploegenarbeid. Naast een standaardregeling is er een overlegregeling die sociale partners vrijheid biedt om afspraken te maken. Er is verder een mogelijkheid om in bijzondere omstandigheden of in specifieke branches van de regels af te wijken. |
| - | |
Bracht in 1996 met de ministers Sorgdrager en Dijkstal een wet inzake een verbod op onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur tot stand. Een werknemer kan nadat hij een jaar in dienst is zijn werkgever om aanpassing van de arbeidsduur (bijv. deeltijdwerk) vragen. Deze kan dat alleen vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen weigeren. Hiermee moet de rechtspositie van deeltijdwerkers worden verbeterd en werken in deeltijd worden bevorderd. |
| - | |
Bracht in 1996 de Wet arbeidsvoorziening 1996 (Stb. 618) tot stand, waarmee betere samenwerking tussen de instanties op het gebied van sociale zekerheid wordt nagestreefd en de invloed van de sociale partners moet worden teruggedrongen. Er komt een Tijdelijk Instituut voor Coördinatie en Afstemming en een Landelijk Instituut voor de Sociale Verzekeringen (LISV), dat de verzekeringsfondsen gaat beheren en dat reïntegratie moet bevorderen. |
| - | |
Bracht in 1997 de Wet Europese ondernemingsraden (Stb. 32) tot stand, die regels bevat over medezeggenschap in multinationale ondernemingen |
| - | |
Bracht in 1997 de Wet Preventie en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting (Stb. 193) tot stand. Deze wet wijzigt de Algemene Bijstandswet waardoor er een aparte uitkeringsnorm komt voor ouderen met een AOW-uitkering die zijn aangewezen op aanvullende bijstand, en een wettelijk recht op cliëntenparticipatie, bijstand aan daklozen en een anti-cumulatiebepaling voor verlagingen. |
| - | |
Bracht in 1997 een nieuwe Wet sociale werkvoorziening (Stb. 465) tot stand. Alleen mensen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, komen nog in aanmerking voor de socialewerkvoorziening. De hoogte van de rijksvergoeding per arbeidsplaats aan de gemeenten wordt afhankelijk van de mate van arbeidshandicap van de werknemer. |
| - | |
Bracht in 1997 de Wet inschakeling werkzoekenden (Stb. 760) tot stand. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om langdurig werklozen aan een baan te helpen. De bestaande regelingen (banenpools, Jeugdwerkgarantiewet) worden samengevoegd. |
| - | |
Bracht in 1998 samen met staatssecretaris Nuis de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK) (Stb. 59) tot stand, die een aparte (tijdelijke) inkomensvoorziening voor kunstenaars in het leven roept in geval zij een terugval in inkomen hebben. Er kan vier jaar aaneengesloten of tien jaar met tussenpozen gebruik worden gemaakt van de regeling. |
| - | |
Bracht in 1998 een wet tot uitbreiding van de medezeggenschap van ondernemingsraden tot stand, waardoor onder meer het advies- en instemmingsrecht wordt uitgebreid en in bedrijven van 10 tot 50 werknemers een personeelsvergadering of -vertegenwoordiging kan worden ingesteld. |
| - | |
Bracht in 1998 de Wet flexibiliteit en zekerheid (Stb. 300) en de Wet allocatie arbeidskrachten (Stb. 306) door intermediairs tot stand. Deze wetten verstrekken de positie van flexibele werknemers en van uitzendkrachten en bepaalt dat uitzendbureau's niet langer een vergunning nodig hebben om uitzendkrachten ter beschikking te stellen. De maximum-uitzendtermijn wordt afgeschaft. |
| - | |
Bracht in 1998 de Wet financiering loopbaanonderbreking (Stb. 411) en Wet tot het wegnemen van belemmeringen in sociale verzekeringswetten inzake onbetaald verlof (Stb. 412) tot stand. |