| - | |
medewerker Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (tijdens studie- en promotietijd) |
| - | |
medewerker internationaal organisatie-adviesbureau McKinsey & Company Inc. te Amsterdam, van 1975 tot november 1982 |
| - | |
minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 4 november 1982 tot 14 juli 1986 |
| - | |
firmant internationaal organisatie-adviesbureau McKinsey & Company Inc. te Amsterdam, van 1986 tot december 2002 |
| - | |
lid WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), van 1 januari 2003 tot 25 september 2006 |
| - | |
minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van 26 september 2006 tot 22 februari 2007 |
| - | |
lid WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), vanaf april 2007 |
| - | |
lid bestuur Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland, tot 15 november 1988 |
| - | |
lid Nationaal Comité voor het Europees Natuurbeschermingsjaar 1995, van mei 1994 tot 1 januari 1996 |
| - | |
presentator TROS Aktua export |
| - | |
voorzitter Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland, van 15 november 1988 tot 7 november 1998 (onbezoldigd) |
| - | |
lid commissie van advies over vorm van grootstedelijk bestuur rond Rotterdam, van februari 2000 tot mei 2000 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen Fugro N.V., van 2000 tot september 2006 |
| - | |
Dow Chemical Company's Corporate Environmental Advisory Council, vanaf oktober 1997 |
| - | |
bijzonder hoogleraar management duurzame ontwikkeling, Katholieke Universiteit Brabant (thans: Universiteit van Tilburg), vanaf oktober 1999 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Holding Nationale Goede Doelen Loterijen N.V. (tot 2004 Raad van Toezicht Nationale Postcode Loterij en Nederlandse Sponsor Loterij), vanaf 31 januari 2001 |
| - | |
voorzitter Raad van Toezicht Van Gogh Museum |
| - | |
lid bestuur Tresoar (Fries Historisch en Letterkundig Centrum) |
| - | |
lid (voorzitter) Raad van Toezicht Centraal Bureau voor de Genealogie, van 1 januari 2004 tot 25 september 2006 |
| - | |
lid Raad van Toezicht Erasmus Universiteit Rotterdam, van 1 juni 2004 tot 25 september 2006 |
| - | |
voorzitter visitatiecommissie bij de ministeries van BZK, Justitie en Algemene Zaken, voor ondersteuning bij takenanalyses in het kader van het "Andere Overheid"-programma om de overheid efficiënter te laten functioneren, van oktober 2004 tot 25 september 2006 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen BNG (Bank van Nederlandse Gemeenten), van juni 2006 tot 25 september 2006 |
| - | |
voorzitter Raad van Commissarissen Kempen & Co, tot september 2006 |
| - | |
Bracht in 1982 de Interimwet Bodemsanering in Staatsblad (Stb. 763), die Gedeputeerde Staten opdraagt jaarlijks een saneringsprogramma op te stellen voor de in de provincie aanwezige vervuilde gronden. De kosten van de sanering worden verdeeld tussen Rijk en gemeenten (10%) en kunnen op de veroorzaker worden verhaald. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Ginjaar en door staatssecretaris Lambers in de Tweede Kamer verdedigd. |
| - | |
Bracht in 1985 een wijziging (Stb. 623) van de Wet op de Ruimtelijke Ordening tot stand, waarbij de in 1972 ingevoerde planologische kernbeslissing (PKB) een wettelijke basis krijgt. Deze regeling voorziet in interdepartementaal overleg, overleg met lagere overheden, openbaarheid en inspraak bij grote ruimtelijke projecten. Zowel Tweede als Eerste Kamer hebben het recht te vragen om parlementaire behandeling van de PKB. Het wetsvoorstel was in 1977 ingediend door minister Gruijters. |
| - | |
Bracht in 1986 de wet (Stb. 211) tot uitbreiding van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne met regelen met betrekking tot de milieu-effectenrapportage (m.e.r.) tot stand. Deze rapportage is verplicht bij belangrijke ruimtelijke beslissingen (bijv. aanleg van wegen en woonwijken) en moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke beslissingen ook de eventuele schade voor het milieu wordt meegewogen. Het opstellen van een milieu-effectrapport is aan bepaalde eisen gebonden, zoals de mogelijkheid van inspraak. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Ginjaar. |
| - | |
Bracht in 1986 de Wet Bodembescherming (Stb. 374) tot stand, die de Interimwet Bodemsanering uit 1982 vervangt. Het wetsvoorstel was in 1980 ingediend door minister Ginjaar. |
| - | |
Bracht in 1986 de Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 639) tot stand, die bedrijven en producenten van gevaarlijke stoffen verplicht de overheid de toxicologische gegevens via een basisdocument ter beschikking te stellen. Het wetsvoorstel was in 1981 ingediend door minister Ginjaar. |
| - | |
Bracht in 1986 de Wet heffingen luchtverontreiniging benzine (Stb. 110) tot stand. In plaats van een heffing op lichte olie (benzine) komt er een heffing op gelode benzine. Het gebruik van deze milieuvriendelijker brandstof moet daarmee worden bevorderd. |
| - | |
Bracht in 1986 samen met staatssecretaris Koning de Wet tijdelijke fiscale maatregelen ter bevordering van gebruik van ongelode benzine en de aankoop van schone en beperkt schone personenauto's (Stb. 112) tot stand. De wet gold voor drie jaar. |
| - | |
Bracht in 1986 een wijziging van de Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 655) tot stand, waardoor in die wet luchtkwaliteitsdoelstellingen konden worden vastgesteld. Verder kunnen er regels worden gesteld ten aanzien van inrichtingen, waardoor de uitworp van luchtverontreinigende stoffen beter kan worden tegengegaan. Het handhavingsinstrumentarium wordt verbeterd. |
| - | |
Bracht in 2006 de Wet ruimtelijke ordening in het Staatsblad (Stb. 566). Deze wet vervangt de Wet op de ruimtelijke ordening uit 1965 en zorgt voor vereenvoudiging van procedures bij ruimtelijke plannen. De duur van de bestemmingsplanprocedure gaat terug van 58 tot 22 a 24 weken. De handhaving van het ruimtelijke-ordeningsbeleid wordt verbeterd. Het wetsvoorstel was in 2003 ingediend door minister Kamp en in 2006 door minister Dekker in de Tweede Kamer verdedigd. |
| - | |
Bracht in 2006 de Wet instelling van een Waddenfonds (Stb. 729) tot stand. Door deze wet wordt een begrotingsfonds ingesteld, het Waddenfonds, ter financiering van extra investeringen in het Waddengebied waarmee de duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee en het behoud van het unieke open landschap worden beoogd. De beoogde doelen van het fonds zijn: verbetering van de natuur, vermindering van extreme bedreigingen, duurzame economische ontwikkeling en verbeteren van de kennishuishouding. Verder regelt het voorstel de looptijd en de inkomsten- en uitgavenkant van het fonds. Het wetsvoorstel was ingediend door minister Dekker. |