| - | |
assistent-accountant |
| - | |
jurist en lid dagelijks bestuur Pelser, Hamelberg, Van Til & Co, accountants |
| - | |
werkzaam bij het CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 1980 tot 1998 (jurist bij Industriebond CNV, laatst als vice-voorzitter CNV (portefeuille sociale zekerheid, pensioenen, volksgezondheid en arbeidsvoorziening)) |
| - | |
partner adviesbureau Boer & Croon Management Consultants (aandachtsgebied 'Verzorgingsstaat' en Human Strategy), van 1998 tot 22 juli 2002 |
| - | |
minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 22 juli 2002 tot 22 februari 2007 |
| - | |
minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 16 oktober 2002 tot 27 mei 2003 |
| - | |
vicesecretaris-generaal OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), vanaf 22 februari 2007 |
| - | |
Bracht in 2003 een wet (Stb. 555) tot stand waardoor de loondoorbetalingsplicht voor werkgevers bij ziekte wordt verlengd van 1 naar 2 jaar. Dit moet werkgevers stimuleren maatregelen te nemen om werknemers na ziekte snel weer aan het werk te krijgen. |
| - | |
Bracht in 2003 de Wet premievrijstelling bij in dienst nemen en in dienst houden van oudere werknemers (Stb. 557) tot stand. De wet voert voor werkgevers een volledige vrijstelling van de WAO-basispremie voor werknemers van 55 jaar en ouder in. Naast invoering van de sollicitatieplicht voor ouderen vanaf 57,5 jaar en de beperking van de vervolguitkering van de WW moet hiermee de arbeidsparticipatie van ouderen worden bevorderd. |
| - | |
Bracht in 2004 samen met staatssecretaris Wijn de Wet financiering sociale verzekeringen (Stb. 36) tot stand. Daarmee worden heffing en inning van de premies werknemersverzekeringen samengevoegd met de heffing en inning van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen. De premieheffings- en inningstaak van het UWV wordt overgeheveld naar de Belastingdienst. De administratie door het UWV wordt in belangrijke mate gevuld met gegevens die van de Belastingdienst binnenkomen op de gecombineerde aangifte. UWV gebruikt de gegevens voor het vaststellen van uitkeringen op grond van de WW, de Ziektewet en de WAO. Ook andere instanties, zoals gemeenten, de Sociale Verzekeringsbank en ziekenfondsen, gebruiken deze gegevens. Beide maatregelen leiden tot verlichting van de administratieve lasten en tot verlaging van de uitvoeringskosten. |
| - | |
Bracht in 2004 de Wet wijziging systematiek herbeoordeling arbeidsongeschiktheidswetten (Stb. 416) tot stand. Arbeidsongeschikten van 55 jaar en ouder worden herkeurd op basis van aangescherpte criteria. |
| - | |
Bracht in 2004 de Wet kinderopvang (Stb. 455) tot stand. Deze wet bevat een regeling voor tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. Door de wettelijke aanspraak op tegemoetkoming in de kosten wordt de combinatie van ouderschap en werk vergemakkelijkt. Hierdoor moet de arbeidsdeelname worden bevorderd. Aanspraak op een tegemoetkoming hebben ouders die van kinderopvang gebruikmaken omdat zij arbeid en zorg combineren. De kosten voor kinderopvang zullen gefinancieerd worden door de werkgever, overheid en de ouders. Het gedeelte dat door de overheid wordt bekostigd, is inkomensafhankelijk. De verantwoordelijkheid bij het vaststellen van de kwaliteitsnormen ligt bij het Rijk. Kinderopvangcentra en gastouderbureaus zijn verplicht zich te melden bij de gemeente. De toetsing aan de landelijke kwaliteitseisen komt in handen van de GGD. |
| - | |
Bracht in 2005 een wet (Stb. 274) tot stand waardoor langdurig zorgverlof werd toegevoegd aan de verlofregelingen in de Wet arbeid en zorg. Het langdurend zorgverlof geldt alleen voor eenmalige terminale zorg aan een ouder, een kind of een partner, en voor zorg aan een kind in een levensbedreigende toestand. |
| - | |
Bracht in 2005 een nieuwe Wet verplichte beroepspensioenregeling (Stb. 526) tot stand. De wet vervangt de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Wet Bpr) uit 1972 en sluit aan bij regelgeving in de Pensioen- en Spaarfondsenwet. |
| - | |
Bracht in 2005 de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) (Stb. 572) ter vervanging van de WAO. De wet stelt arbeidsgeschiktheid in plaats van arbeidsongeschiktheid voorop en voorziet in instrumenten die de reïntegratie van mensen in het arbeidsproces mogelijk moeten maken en in financiële prikkels voor zowel werkgevers als werknemers om die reïntegratie aantrekkelijk te maken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid en anderzijds duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid. Een invoeringswet (Stb. 573) regelt het overgangsrecht en de nieuwe financiering. De Wet (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt ingetrokken. |
| - | |
Bracht in 2006 wetten (Stb. 303) tot wijziging van het WW-stelsel en tot aanscherping van de wekeneis in WW tot stand. De WW wordt meer activerend gemaakt (meer gericht op uitstroom uit de WW naar betaalde arbeid). Tevens wordt het preventiebeleid verbeterd en wordt de uitvoering gedereguleerd. Door de toetredingsvoorwaarden te verscherpen moet de instroom in de WW worden beperkt. |
| - | |
Bracht in 2006 een wijziging (Stb. 469) van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en het BW tot stand over seksuele intimidatie op het werk. Een rechter kan bij een klacht over seksuele intimidatie beslissen de bewijslast te verschuiven naar de beschuldigde partij. Dat kan gebeuren als de werknemer een klacht zo met feiten kan onderbouwen dat de rechter het vermoeden van (seksuele) intimidatie kan afleiden. Wanneer de bewijslast wordt verschoven, betekent dit dat de werknemer niet hoeft te bewijzen dat dit niet het geval is. De wet geeft uitvoering aan een Europese richtlijn. |
| - | |
Bracht in 2006 een nieuwe Pensioenwet (Stb. 705) tot stand. De wet vervangt de Pensioen- en Spaarfondsenwet en moet de waarborgen voor financiële zekerheid, individuele zekerheid en uitvoeringszekerheid op duidelijke wijze wettelijk te verankeren. Er verandert ten principale niets aan de verdeling tussen de drie pijlers (de AOW, de pensioenen en de individuele derdepijlervoorzieningen) of aan de rol van de overheid. De belangrijkste beleidsmatige veranderingen ten opzichte van de PSW zijn het verhelderen van de verantwoordelijkheidsverdeling in de driehoeksverhouding werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder, verbetering van toezicht en invoering van een maximale toetredingsleeftijd van 21 jaar en regeling van de afkoop van kleine pensioenen. |