![]() |
voornaam |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | advocaat te Zwolle, van 1817 tot 1820 | |
| - | rechter in de rechtbank van eerste aanleg te Zwolle, van 1830 tot 1 januari 1839 | |
| - | lid Provinciale Staten van Overijssel voor de steden (Zwolle), van 1 juli 1834 tot december 1838 | |
| - | raadsheer Provinciaal Gerechtshof te Zwolle, van 1 januari 1839 tot 1 juni 1842 | |
| - | lid Raad van State, van 4 juli 1842 tot 1 november 1849 (benoemd bij K.B. van 21 april 1849) | |
| - | minister van Buitenlandse Zaken, van 1 november 1849 tot 16 oktober 1852 | |
| - | (voorlopig) minister voor de Zaken der Rooms-Katholieke Eredienst, van 1 november 1849 tot 16 oktober 1852 | |
| - | lid Raad van State in buitengewone dienst, van 16 februari 1864 tot 29 november 1865 |
nevenfuncties |
| - | secretaris vereniging van R.K. notabelen (ontwierp statuten; vereniging had tot doel het behoud van de rechten en maatschappelijkevoordelen van de rooms-katholieken, zoals bij de grondwet verzekerd) | |
| - | rechter-plaatsvervanger te Zwolle, tot 1830 | |
| - | lid bestuur plaatselijke schoolcommissie te 's-Gravenhage, omstreeks 1848 | |
| - | voorzitter Staatscommissie tot herziening geneeskundige wetten, vanaf 25 juli 1848 |
opleiding |
| - | Latijnse School te Zwolle (tegelijk met Thorbecke) |
| - | Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie) Hogeschool te Groningen, van 2 oktober 1813 tot 6 juni 1817 |
activiteiten |
| - | Sloot verschillende verdragen met vreemde mogendheden, onder andere over scheepvaart, handel en posterijen | |
| - | Wist een oplossing te bewerkstelligen over een schuld aan Rusland. Bij verdrag van 19 mei 1815 was bepaald, dat Nederland zolang het met België verbonden zou zijn, de rente van 25 miljoen gulden Russische schuld zou betalen. Nu was er verschil ontstaan over de te betalen rente over periode 1830-1839. Van Sonsbeeck sloot met Rusland op 30 augustus 1850 een verdrag, dat het in 1831 verschuldigde rente zou betalen. Op 1 april 1851 diende hij een wetsontwerp tot verhoging staatsbegroting met die som. Dit wetsvoorstel werd na hevige bestrijding in september 1852 aangenomen. | |
| - | Was, net als de koning, minder geneigd de gevoelens van Pruisen te ontzien dan zijn collega-ministers en werkte mee aan de zending van een Nederlandse gezant naar de plenaire vergadering van de Duitse Bond. Daarmee werd tegemoetgekomen aan het verlangen van Oostenrijk, de centrale macht in de Duitse Bond, en werd ingegaan tegen de Pruisische wens. | |
| - | Zag geen kans Limburg los te weken uit de Duitse Bond. | |
| - | Weigerde, net als de koning, mee te werken aan een verdedigingsverbond met België toen dat land in 1851 leek te worden bedreigd door het Frankrijk van Napoleon III |
wetenswaardigheden |
| - | Werd in 1848 zowel bij de algemene verkiezingen als bij naverkiezingen in het district Enschede verslagen. Legde het bij de naverkiezingen af tegen M.J. de Man. | |
| - | Was er voorstander van dat de Nederlandse regering het initiatief zou nemen voor een nieuwe nationale katholieke kerkelijke organisatie. De koning weigerde hieraan tot driemaal toe echter medewerking. | |
| - | Een door hem in 1850 ingediend wetsontwerp tot goedkeuring van verdrag met Frankrijk ter wering van nadruk (Nederland drukte veel Franse boeken na) werd op 4 augustus 1852 met algemene stemmen verworpen wegens bezwaar, dat er volgens de Kamer geen voordeel voor Nederland tegenover stond. | |
| - | Als gevolg van hevige bestrijding, die zijn voorstellen hadden ondervonden, verzocht hij ontslag, dat hem eervol werd verleend. |
| - | Zijn echtgenote overleed toen hij vijf maanden minister was | |
| - | Een zoon van hem, B.J.J. van Sonsbeeck, was Gedeputeerde van Overijssel | |
| - | Zijn vader was houtkoper |
| - | Zwolle | |
| - | Heino, Huize Alerdink ('s zomers) | |
| - | 's-Gravenhage, Bezuidenhout, later Herengracht, vanaf 1842 |
publicaties/bronnen |
| - | "Ad locum codicis civilis de communione inter conjuges" (dissertatie, 1817) | |
| - | "Proeve over de zelfstandigheid en onafhankelijkheid der regterlijke magt" (1829) (n.a.v. zgn. conflicten-besluit van minister Van Maanen) | |
| - | "Aanmerkingen omtrent de kadastrale operatien en het reclameren daartegen" (1833) | |
| - | "Bijdrage ter regeling van het beheer der dijk- en polderbesturenen van de conflicten van attributie" (1841) | |
| - | "Verdere bijdrage ter regeling van de conflicten van attributie" (1842) | |
| - | "Beschouwingen over het koninklijk recht van placet, of zijn er dan geen middelen zich te verstaan?" (1848) |
| - | Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 1053 | |
| - | M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900" | |
| - | Ned. Patriciaat, 1957 |
familie/gezin |
| - | gehuwd te Utrecht, 20 september 1821 (echtgenote overleden 23 maart 1838) | |
| - | gehuwd (tweede huwelijk) te Groningen, 27 januari 1843 (echtgenote overleden 25 april 1850) | |
| - | gehuwd (derde huwelijk) te Amsterdam, 23 oktober 1856 |
| - | Zoon van B.J. van Sonsbeeck, lid Notabelenvergadering | |
| - | Zwager van E.J.J.B. Cremers, minister en Tweede- en Eerste-Kamerlid | |
| - | Zwager van jhr. F.L.H.J. Bosch van Drakestein, Eerste-Kamerlid | |
| - | Zwager (gehuwd met zus van zijn vrouw) van C.A. baron de Bieberstein, Tweede-Kamerlid | |
| - | Grootvader van W.G.A. van Sonsbeeck, Commissaris der Koningin | |
| - | Overgrootvader van A.E. baron van Voorst tot Voorst, Commissaris der Koningin | |
| - | Een dochter van hem was gehuwd met een zoon van D. Blankenheym, Eerste-Kamerlid |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||