| - | |
medewerker secretariaat Eerste Haagse Vredesconferentie, van 1899 tot 1901 |
| - | |
adjunct-commies afdeling Justitie, Onderwijs, Eredienst en Nijverheid, ministerie van Koloniën, van 1901 tot maart 1904 |
| - | |
commies afdeling Justitie, Onderwijs, Eredienst en Nijverheid, ministerie van Koloniën, van 7 maart 1904 tot 1 augustus 1906 |
| - | |
hoofdcommies afdeling Justitie, Onderwijs, Eredienst en Nijverheid, ministerie van Koloniën, van 1 augustus 1906 tot februari 1908 |
| - | |
toegevoegd gedelegeerde tweede Vredesconferentie, vanaf 1907 |
| - | |
chef afdeling Justitie, Onderwijs, Eredienst en Nijverheid (rang: referendaris), ministerie van Koloniën, van 3 februari 1908 tot 1 augustus 1911 |
| - | |
burgemeester van 's-Gravenhage, van 1 augustus 1911 tot 9 september 1918 |
| - | |
minister van Buitenlandse Zaken, van 9 september 1918 tot 1 april 1927 |
| - | |
Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, van 1 maart 1928 tot 29 maart 1942 |
| - | |
lid hoofdbestuur Vereniging "Onze Vloot" |
| - | |
kamerjonker Koningin Wilhelmina, vanaf 4 februari 1904 |
| - | |
kamerheer in buitengewone dienst van Koningin Wilhelmina, van 4 februari 1910 tot 29 maart 1942 |
| - | |
voorzitter tweede assemblée Volkenbond, van 1921 tot 1922 |
| - | |
chef Nederlandse delegatie ontwapeningsconferentie te Washington, van 1921 tot 1922 |
| - | |
voorzitter Vereniging voor Volkenbond en Vrede, van 1930 tot 1932 |
| - | |
lid Internationale schikkingscommissies |
| - | |
lid Permanent Hof van Arbitrage, van 1935 tot 29 maart 1942 |
| - | |
voorzitter Carnegiestichting, van 1936 tot 29 maart 1945 |
| - | |
ambassadeur in bijzondere zending, voorzitter handelsmissie naar Zuid-Amerika, 1937 |
| - | |
Reorganiseerde het ministerie van Buitenlandse Zaken; stelde een directie Economische Zaken en een Raad van Bijstand voor Economische Aangelegenheden in |
| - | |
Verzette zich tijdens de Vredesconferentie van Parijs in 1919 krachtig tegen de Belgische annexatie-eisen; moest wel instemmen met opening van onderhandelingen met België over het scheidingsverdrag uit 1839 o.a. over de verbinding van de Schelde met Nederland |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap trad Nederland (in 1920) toe tot de Volkenbond |
| - | |
Zette in 1920 het sinds 1915 bestaande tijdelijke gezantschap bij de Paus om in een permanente missie |
| - | |
Formuleerde in 1922 de zogenaamde "Zelfstandigheidspolitiek", waarbij Nederland actief moest zijn in de Volkenbond, maar tevens een krachtige defensie moest hebben ter verdediging van de neutraliteit |
| - | |
Vertegenwoordigde Nederland in 1921 op de Conferentie van Washington over de vermindering van het aantal oorlogsschepen in de Stille Oceaan |
| - | |
Vertegenwoordigde Nederland in 1922 op de Conferentie van Genua |
| - | |
Verdedigde in oktober 1923 samen met de ministers Westerveld, De Graaff en Colijn zonder succes de ontwerp-Vlootwet in de Tweede Kamer. Dat ontwerp behelsde de bouw van een marinevloot met een kern van zestien onderzeeboten, twee kruisers, twee onderzeebootmijnenleggers, twaalf jagers en vier flottieljevaartuigen, alsmede honderd vliegtuigen. De kosten hiervan werden over zes jaar verdeeld. Het wetsvoorstel werd met 50 tegen 49 stemmen verworpen. |
| - | |
Nam het initiatief om in samenwerking met de Scandinavische landen en Zwitersland een voorontwerp betreffende de oprichting van een Permanent Hof van Internationale Justitie uit te werken |
| - | |
Herstelde de relatie met België en sloot in 1925 een Verdrag met dat land |
| - | |
C.K. Elout, "Een Europeesch staatsman, Jhr.Mr.Dr. H.A. van Karnebeek" (1942) 114-117 |
| - | |
C.B. Wels, "Karnebeek, jhr. Herman Adriaan van (1874-1942)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 286 |
| - | |
R. Schuursma, "De beste van het Interbellum", in: "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken in de twintigste eeuw" (1999) |
| - | |
D. Hillenius, "Jhr.mr. H.A. van Karnebeek", in VNG-Magazine, 18 augustus en 8 september 2000 |
| - | |
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938) |
| - | |
R. Schuursma, "Het onaannemelijk tractaat, het verdrag met België van 3 april 1925 in de Nederlandse publieke opinie" (dissertatie, 1975) |
| - | |
C.B. Wels, "Van Karnebeeks breuk met de traditie", in: "Figuren en Figuraties" (1979) p. 193-221 |