| - | |
commies-redacteur ter secretarie gemeente Deventer, van 1916 tot 1917 |
| - | |
hoofdcommies ter secretarie gemeente Rotterdam, van 1917 tot 1 januari 1922 |
| - | |
directeur Centraal Bureau voor Voorbereiding van Ambtenarenzaken te 's-Gravenhage, van 1920 tot 1 januari 1922 |
| - | |
raadadviseur straf- en administratief recht, ministerie van Justitie, van 1 januari 1922 tot 8 maart 1926 |
| - | |
tijdelijk ambtenaar ministerie van Financiën, in verband met voorbereiding wetgeving inzake bezuiniging op pensioenen, van 1925 tot 1926 |
| - | |
minister van Justitie, van 8 maart 1926 tot 26 mei 1933 |
| - | |
raadsheer Hoge Raad der Nederlanden, van 31 juli 1933 tot 13 maart 1944 (ontslag op eigen verzoek op 4 februari 1944) |
| - | |
geïnterneerd strafgevangenis te Scheveningen, van 20 maart 1941 tot 22 maart 1941 |
| - | |
geïnterneerd strafgevangenis te Scheveningen, van 2 april 1941 tot 27 mei 1941 |
| - | |
geïnterneerd politiek doorgangskamp te Schoorl (N.H.), van 30 juni 1941 tot 21 augustus 1941 |
| - | |
geïnterneerd gijzelaarskamp te Buchenwald, van 22 augustus 1941 tot 15 november 1941 |
| - | |
geïnterneerd gijzelaarskamp te Haaren, van 16 november 1941 tot 11 mei 1942 |
| - | |
geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, van 11 mei 1942 tot 20 april 1943 |
| - | |
raadsheer Hoge Raad der Nederlanden, van 5 mei 1945 tot 8 november 1946 |
| - | |
president Hoge Raad der Nederlanden, van 8 november 1946 tot 1 maart 1961 |
| - | |
lid hoofdbestuur en hoofdredacteur studentenblad "Eltheto" |
| - | |
diaken Gereformeerde Kerk te Rotterdam, tot 1922 |
| - | |
lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 1 juni 1933 tot 1945 |
| - | |
voorzitter Rijksbeurzencommissie, vanaf 15 december 1933 |
| - | |
voorzitter Commissie van Toezicht op de hypotheekbanken, vanaf maart 1935 |
| - | |
lid Staatscommissie voor onderzoek van het probleem van de revolutionaire volksvertegenwoordigers, van 12 februari 1934 tot 16 juni 1934 |
| - | |
voorzitter Staatscommissie onderzoek nadere wettelijke voorzieningen m.b.t. de houding van de overheid tegenover vreemdelingen, van januari 1936 tot 1937 |
| - | |
voorzitter Crisispachtwet-commissie, vanaf 1936 |
| - | |
voorzitter Commissie van beroep inzake wachtgelden, vanaf 1936 |
| - | |
lid bestuur Nederlandsche Middernachtzendingvereeniging |
| - | |
lid algemeen bestuur Christelijke Vereeniging voor geestes- en zenuwzieken |
| - | |
lid (later voorzitter) Pensioenraad |
| - | |
voorzitter Stichtingen en verenigingen van barmhartigheid op gereformeerde grondslag |
| - | |
voorzitter Calvinistische Juristenvereeniging |
| - | |
voorzitter Vereniging tot bevordering van de geestelijke volksgezondheid op gereformeerde grondslag |
| - | |
lid Commissie Ontwikkeling en Ontspanning (voor gemobiliseerde militairen) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen OLVEH (Onderlinge Levensverzekeringsmaatschappij 'Eigen Hulp') te 's-Gravenhage, van 1937 tot 1948 |
| - | |
plaatsvervangend voorzitter Raad voor de Luchtvaart, omstreeks 1937 en nog in 1938 |
| - | |
voorzitter Commissie tot Centralisatie inzake Afstand van Kinderen van de F.I.O.M. (Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder en haar Kind), van 1940 tot 1965 |
| - | |
lid Nationaal Comité ter ondersteuning van de Nederlandse Unie, van 1940 tot 13 juli 1940 |
| - | |
vertegenwoordiger Gereformeerde Kerken in het Convent der Kerken, van oktober 1940 tot januari 1941 |
| - | |
voorzitter Interkerkelijk Overleg |
| - | |
voorzitter Convent der Kerken |
| - | |
voorzitter Vaderlandsch Comité, van 1943 tot januari 1944 |
| - | |
lid Vaderlandsch Comité, van april 1944 tot mei 1945 (na de arrestatie van V.H. Rutgers) |
| - | |
lid Nationale Advies Commissie (adviescollege voor de samenstelling van de Voorlopige Staten-Generaal), van 20 juli 1945 tot 16 november 1945 |
| - | |
voorzitter College van Curatoren Vrije Universiteit te Amsterdam, van 1945 tot 1966 |
| - | |
voorzitter Centrale Raad voor de zuivering van het bedrijfsleven, van november 1945 tot 1949 |
| - | |
lid Centraal Stembureau (vanaf 1950 Kiesraad), van 1 januari 1946 tot april 1963 |
| - | |
voorzitter FIOM (Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder en haar Kind), van 1946 tot 1963 |
| - | |
president Raad van Commissarissen OLVEH (Onderlinge Levensverzekeringsmaatschappij "Eigen Hulp") te 's-Gravenhage, van 1948 tot 1975 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen verzekeringsmaatschappij "De Nederlanden van 1845", van 1949 tot 1962 |
| - | |
voorzitter Hof van Arbitrage van de Nederlands-Indonesische Unie, vanaf 19 mei 1950 |
| - | |
voorzitter commissie van bijstand voor personeelszaken van de buitenlandse dienst, omstreeks 1952 |
| - | |
voorzitter commissie van advies coördinatie culturele betrekkingen Nederland-Zuid-Afrika (in de jaren '50 en '60) |
| - | |
vicevoorzitter (later voorzitter) Staatscommissie inzake het kiesstelsel, van 23 januari 1953 tot 8 juni 1958 |
| - | |
voorzitter onderzoekscommissie in de zaak-Schokking, 1956 |
| - | |
president Raad van Commissaris verzekeringsmaatschappij "Nationale-Nederlanden", van 1962 tot 1966 |
| - | |
plaatsvervangend voorzitter Kiesraad, van 3 april 1963 tot januari 1966 |
| - | |
voorzitter commissie van advies taakverdeling tussen departementen, vanaf 2 april 1964 |
| - | |
voorzitter Kiesraad, van januari 1966 tot januari 1976 |
| - | |
lid bestuur Stichting tot bevordering van de Christelijke Pers |
| - | |
Bracht in 1927 met Slotemaker de Bruïne een wet inzake de civielrechtelijke regeling van collectieve arbeidscontracten tot stand, waardoor individuele arbeidscontracten daaraan ondergeschikt werden gemaakt |
| - | |
Bracht in 1928 een wijziging van het Wetboek van Strafrecht tot stand, waardoor flessentrekkerij beter bestreden kan worden |
| - | |
Bracht in 1928 een wijziging van het Wetboek van Koophandel tot stand waardoor de positie van aandeelhouders in Naamloze Vennootschappen werd versterkt. Er komt een enquêterecht en grotere openbaarheid. Het wetsvoorstel was in 1910 ingediend door minister Nelissen. |
| - | |
Bracht in 1929 de Ambtenarenwet tot stand, waardoor voor geschillen tussen ambtenaren en de overheid een aparte rechtspraak werd ingevoerd (ambtenarengerechten en Centrale Raad van Beroep) |
| - | |
Bracht in 1932 een Wet inzake smadelijke godslastering tot stand, die openbare godslastering in woord of beeld bestraft met een gevangenisstraf (resp. maximaal 1 en 3 maanden) of een geldboete (max. f 100,- en f 150,-) |
| - | |
Bracht in 1932 een wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie tot stand, waardoor rechters en raadsheren in de Hoge Raad op hun 70ste ontslag krijgen |
| - | |
Assen, tot 1897 |
| - | |
Amersfoort, van 1897 tot augustus 1903 |
| - | |
Zwolle, van 31 augustus 1903 tot 1908 (bij zijn grootouders Hessels) |
| - | |
Amersfoort, van 1908 tot 1916 |
| - | |
Deventer, van 1916 tot 1917 |
| - | |
Rotterdam, van 1917 tot 1922 |
| - | |
's-Gravenhage, Bentinckstraat 127, vanaf 1922 |
| - | |
's-Gravenhage, Statenlaan 110, omstreeks 1938 en nog in 1955 |
| - | |
Voorburg, Prinses Mariannelaan (inwonend) (tijdens de Tweede Wereldoorlog) |
| - | |
Scheveningen, Scheveningseweg 86b, omstreeks 1973 |