| - | |
advocaat te 's-Gravenhage, van 1869 tot 1879 |
| - | |
commies-griffier Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 april 1878 tot 15 november 1881 |
| - | |
hoogleraar staatshuishoudkunde, Encyclopedie van het Recht en de staatkundige geschiedenis, Rijksuniversiteit Groningen, van november 1881 tot maart 1891 |
| - | |
hoogleraar staatshuishoudkunde en statistiek, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1 april 1891 tot april 1896 |
| - | |
raadadviseur ministerie van Justitie, van 1 mei 1896 tot 27 juli 1897 |
| - | |
minister van Justitie, van 27 juli 1897 tot 1 augustus 1901 |
| - | |
lid Raad van State, van 4 november 1902 tot 29 augustus 1913 |
| - | |
minister van Binnenlandse Zaken, van 29 augustus 1913 tot 9 september 1918 |
| - | |
minister van Buitenlandse Zaken ad interim, van 29 augustus 1913 tot 27 september 1913 (in afwachting van de komst van Loudon) |
| - | |
voorzitter van de ministerraad, van 30 augustus 1913 tot 9 september 1918 (formeel tijdelijk) |
| - | |
lid Raad van State, van 8 oktober 1918 tot 1 januari 1935 |
| - | |
regent Oude Mannenhuis (Stichting Van Beyeren) in de Molstraat te 's-Gravenhage |
| - | |
lid/ondervoorzitter Staatscommissie inzake de toestand van de landbouw (Staatscommissie-Sickesz), van 12 september 1886 tot 4 juni 1890 |
| - | |
lid redactie tijdschrift "De Gids", van 1894 tot 1896 |
| - | |
lid curatorium Thorbecke-Stichting, omstreeks 1901 |
| - | |
(in)formateur, van 17 maart 1907 tot 27 maart 1907 (tijdens crisis in kabinet-De Meester) |
| - | |
lid Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-De Beaufort), van 2 mei 1910 tot 15 mei 1912 |
| - | |
kabinetsformateur, van 2 augustus 1913 tot 28 augustus 1913 |
| - | |
lid Permanent Hof van Arbitrage, vanaf 1918 (nog in 1928) |
| - | |
lid en voorzitter bestuur Carnegie-Stichting, vanaf 1923 (nog in 1928) |
| - | |
Een door hem in 1898 ingediend wetsvoorstel over onderzoek van het vaderschap bij buitenechtelijk geboren kinderen werd niet afgehandeld. |
| - | |
Stelde in 1913 staatscommissies in met betrekking tot de subsidiëring van het bijzonder onderwijs (Staatscommissie-Bos) en inzake de evenredige vertegenwoordiging (Staatscommissie-Oppenheim) |
| - | |
Belangrijkste benoemingen tijdens zijn ministerschap (1913-1918): Van Leeuwen (lib., vice-president Raad van State), J.T. Linthorst Homan (lib., Commissaris der Koningin in Drenthe), E. Tjarda van Starkenborch Stachouwer (Commissaris der Koningin in Groningen), Ch.J.M. Ruijs de Beerenbrouck (rk, Commissaris der Koningin in Limburg), A. Röell (lib., Commissaris der Koningin in Noord-Holland), F.A.C. van Lynden van Sandenburg (arp, Commissaris der Koningin in Utrecht), J.P. Fockema Andreae (lib., burgemeester van Utrecht), J.W.C. Tellegen (vdb, burgemeester van Amsterdam) |
| - | |
Bracht in 1901 als minister van Justitie de zgn. Kinderwetgeving tot stand. In het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Strafrecht werden bepalingen opgenomen over de ontzetting van ouders uit de ouderlijke macht, over kinderbescherming, de instelling van voogdijraden, over straffen en strafrechtpleging van jeugdigen, en over verlaging leeftijd van meerderjarigheid naar 21 jaar. Ter bescherming van het kind tegen ernstige verwaarlozing kunnen ouders voortaan (tijdelijk) uit de ouderlijk macht ontzet worden. Er komt op kinderen toegesneden jeugdrechtspraak, waarbij vooral zedelijke verbetering centraal staat. |
| - | |
Bracht in 1901 samen met Lely de Ongevallenwet tot stand. Door deze wet konden arbeiders en werkgevers zich gezamenlijk verzekeren tegen ongevallen. De werkgevers konden daartoe onder toezicht van de Rijksverzekeringsbank bedrijfsverenigingen oprichten of de verzekering overdragen op een particuliere maatschappij. Een eerste voorstel werd in 1900 door de Eerste Kamer verworpen vanwege het in de ogen van de meerderheid te centralistische karakter van de uitvoeringsorganisatie. |
| - | |
Bracht in 1913 wetten tot vereniging van Ambt- en Stad-Almelo tot stand en inzake de indeling van Hoek van Holland bij de gemeente Rotterdam in plaats van bij 's-Gravenzande |
| - | |
Had een groot aandeel in de uiteindelijke totstandkoming van de Grondwetsherziening in 1917. Deze grondwetsherziening leidt tot de onderwijspacificatie. De Grondwet bepaalt dat de overheid moet zorgen dat in alle gemeente voldoende algemeen vormend lager onderwijs wordt gegeven, maar dat daarvan kan worden afgeweken als er al bijzondere scholen zijn. Zowel openbaar als bijzonder onderwijs worden volgens dezelfde maatstaf gesubsidieerd door het rijk. Het bijzonder onderwijs is vrij in de keuze der leermiddelen en bij de aanstelling van onderwijzers. Daarnaast wordt het algemeen mannenkiesrecht ingevoerd en wordt de mogelijkheid van invoering van vrouwenkiesrecht geopend. Vrouwen krijgen al wel het recht zich verkiesbaar te stellen voor vertegenwoordigende lichamen. De vereisten voor het lidmaatschap van beide Kamers worden gelijkgetrokken en het districtenstelsel wordt vervangen door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Er wordt een opkomstplicht ingesteld bij verkiezingen. |
| - | |
Bracht in 1917 een wet tot vereniging van Alphen, Aarlanderveen en Oudshoorn (vorming van de gemeente Alphen aan den Rijn) tot stand |
| - | |
Bracht in 1917 een wet tot stand waarbij de zomertijd werd ingevoerd |
| - | |
Bracht in 1918 de Archiefwet tot stand. Er komen voor het eerst regels ten aanzien van de overheidsarchieven. De wet legt de verdeling over verschillende archiefbewaarplaatsen vast, regelt de openbaarheid en verplicht tot deskundig beheer. De wet heeft vooral betrekking op archieven van vóór 1813. |
| - | |
D. Hans, "Cort van der Linden, in: "Parlementsfilm" (z.j.) |
| - | |
C.W. de Vries, "Cort van der Linden, de visie van een groot staatsman" (1952) |
| - | |
G. Puchinger, "Nederlandse minister-presidenten van de twintigste eeuw" (1984) |
| - | |
J.T. Minderaa, "Linden, Pieter Wilhelm Adrianus Cort van der (1846-1935)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 339 |
| - | |
J.J. Lindner, "Pieter W.A. Cort van der Linden. Stille stem in roerige tijden", in: P. Brill (red.), "Kopstukken van het Laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten" (1999) |
| - | |
Patrick van Schie, "Vrijheidsstreven in verdrukking. Liberale partijpolitiek in Nederland 1901-1940" (2005), 169-171 |
| - | |
Johan den Hertog, "Cort van der linden (1846-1935). Minister-president in oorlogstijd" (2007) |
| - | |
"Het Vaderland", 15 juli 1935 |
| - | |
Ned. Patriciaat, 1911 |