| - | |
adjunct-secretaris Kamer van Koophandel en Fabrieken te Rotterdam, van 1953 tot 1958 |
| - | |
secretaris Kamer van Koophandel en Fabrieken te Rotterdam, van 1958 tot 1 juli 1962 |
| - | |
buitengewoon lector haveneconomie, Nederlandse Economische Hogeschool te Rotterdam, van 1959 tot 1964 |
| - | |
algemeen directeur Centrale Kamer voor Handelsbevordering te 's-Gravenhage, van 1 juli 1962 tot 5 april 1967 |
| - | |
lid Rijnmondraad, van 14 september 1965 tot 5 april 1967 |
| - | |
minister zonder portefeuille, belast met de aangelegenheden betreffende de hulp aan ontwikkelingslanden, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971 |
| - | |
fractievoorzitter CHU Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 29 april 1971 tot 6 juli 1971 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 11 mei 1971 tot 6 juli 1971 |
| - | |
minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 6 juli 1971 tot 11 mei 1973 |
| - | |
minister van Verkeer en Waterstaat, van 21 juli 1972 tot 11 mei 1973 |
| - | |
lid Raad van Bestuur OGEM (Overzeese Gas- en Electrititeitsmaatschappij), van 1973 tot 1978 |
| - | |
president-directeur OGEM, van 1978 tot 1 maart 1980 (legde nadat hem daarom verzocht was zijn functie neer) |
| - | |
Richtte sinds 1968 de ontwikkelingshulp op een groep van twaalf landen, de concentratielanden. Naast Suriname en de Nederlandse Antillen waren dat Indonesië, India, Pakistan, Soedan, Tanzania, Kenia, Oeganda, Nigeria, Tunesië, Colombia en Peru. |
| - | |
Bracht in 1969 de Nota "Toetsing van de Nederlandse Ontwikkelingssamenwerking" uit |
| - | |
Stelde in 1970 de Nationale Commissie Ontwikkelingsstrategie in, die onder voorzitterschap stond van prins Claus. Deze commissie moest voorlichting geven over ontwikkelingssamenwerking en de bewustwording van de ontwikkelingsproblematiek vergroten. |
| - | |
Stimuleerde de oprichting (in 1971) van het Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden (CBI) |
| - | |
Bracht in 1972 als minister van Volkshuisvesting de Nota Volkshuisvesting uit, waarin de dynamische-kostprijsmethode werd geïntroduceerd, een huurverhoging van 20% werd voorgesteld en de objectsubsidiëring werd afgeschaft |
| - | |
Breidde per 1 september 1972 de huurliberalisatie van woninghuren uit. Het geliberaliseerde gebied werd daarbij vergroot met 166 gemeenten in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. Hierdoor is in deze gebieden de huur niet langer aan een maximum gebonden. Huurder en verhuurder kunnen beiden de huur opzeggen. Voor de huurder geldt wel een ontruimingsbescherming. Bovendien is de huuropzegging omkleed met waarborgen. |
| - | |
Bracht in 1972 samen met minister Geertsema de nota over de ontwikkeling van de Haagse agglomeratie uit. Daarin wordt de spreiding van rijksdiensten naar onder andere Groningen en Limburg aangekondigd. |
| - | |
Bracht in 1972 samen met de minister Langman de Nota over het Noorden des Lands uit. Het Noorden krijgt een grotere rol bij het ontlasten van de overvolle Randstad, onder andere door vestiging (spreiding) van rijksdiensten. |
| - | |
Als minister van Verkeer en Waterstaat zette hij het beleid van zijn voorganger Drees voort, dat er op gericht was te komen tot sturing van de mobiliteit via een geïntegreerd verkeer- en vervoersbeleid. Bij ruimtelijke plannen moet meer rekening worden gehouden met bestaande of in voorbereiding zijnde infrastructuur. Openbaar vervoer moet worden gestimuleerd vanwege de nadelen van (individueel) autoverkeer (beslag op de ruimte, grondstofverbruik, nadelen voor het leefklimaat). |