![]() |
voornamen |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | bijzonder hoogleraar Arabisch en instellingen van de islam, vanwege het fonds ten behoeve van de Indologische Studiën, Rijksuniversiteit Utrecht, van november 1936 tot 1946 (benoemd bij K.B. van 13 oktober 1936) | |
| - | belast met de waarneming van de bijzondere leerstoel in het Indisch staatsrecht, Rijksuniversiteit Utrecht, van 1942 tot 1946 | |
| - | hoogleraar staats- en administatiefrecht, wijsbegeerte van het recht, Rijksuniversiteit Utrecht, van 1946 tot 1 september 1952 | |
| - | raadsheer Bijzondere Raad van Cassatie, van 1947 tot september 1952 | |
| - | minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen, van 2 september 1952 tot 7 november 1952 (naam gewijzigd) | |
| - | minister van Overzeese Rijksdelen, van 7 november 1952 tot 18 juli 1956 |
nevenfuncties |
| - | secretaris Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, omstreeks 1946 | |
| - | lid Nederlandse delegatie naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, 1950 | |
| - | voorzitter speciale commissie voor de minder-ontwikkelde gebieden, Verenigde Naties, NaN | |
| - | lid Staatscommissie tot herziening van de Grondwet (Staatscommissie-Van Schaik), van 1950 tot april 1953 |
opleiding |
| - | Gereformeerd Gymnasium te Amsterdam |
| - | rechten Vrije Universiteit te Amsterdam, tot 25 juni 1926 |
| - | rechtsgeleerdheid Rijksuniversiteit Utrecht, 29 mei 1935 (cum laude) |
| - | Indisch recht Rijksuniversiteit Utrecht | |
| - | Islamica Rijksuniversiteit Utrecht | |
| - | Arabische taal en letterkunde Rijksuniversiteit Utrecht |
activiteiten |
| - | Tijdens zijn ministerschap kwam op 14 december 1954 het Statuut voor het Koninkrijk tot stand. Daardoor werden Suriname en de Nederlandse Antillen zelfstandige delen van het Koninkrijk, met een eigen regering. Er komt een Koninkrijksregering waarin de beide landsdelen zijn vertegenwoordigd via een gevolmachtigd minister. De rijksdelen krijgen zelfbeschikkingsrecht. |
wetenswaardigheden |
| - | In 1955 openbaarde zich bij hem een ernstige ziekte. Hij was in december 1955 voor het laatst in de Tweede Kamer aanwezig. | |
| - | Tijdens zijn ziekte vergaderden een aantal ministers enkele keren bij hem thuis. Was sedert mei 1956 op non-actief. |
| - | Eén van zijn hoogleraren was prof. P.A. Diepenhorst, Eerste-Kamerlid voor de ARP | |
| - | Getrouwd met nicht van H. Bavinck, Eerste-Kamerlid | |
| - | Zijn vader was koopman (o.a. in manufacturen) |
| - | Zijn partijgenoot prof. Gerretson beschuldigde hem in de Eerste Kamer van landverraad en noemde hem een "onwaardig minister". |
| - | Was in 1956 CHU-kandidaat bij de Tweede-Kamerverkiezingen |
| - | lezen | |
| - | wandelen |
publicaties/bronnen |
| - | "De vrouw in de islam, bijdragen tot de kennis van het reformisme, naar aanleiding van Mr. Rida's: Nida' Lil Djins Allatif" (dissertatie, 1935) | |
| - | "Pan-Arabische beweging en islam" (inaugurele rede, 1936) | |
| - | artikelen in binnen- en buitenlandse tijdschriften, onder meer "Stemmen des Tijds" en "Egyptian Gazette" |
| - | C. Debrot, "Bij de begrafenis van minister Kernkamp" (1956) | |
| - | C. van Baalen en J. Ramakers (red.), "Het kabinet-Drees III 1952-1956. Barsten in de brede basis", 39 | |
| - | Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938) | |
| - | Wie is dat? 1956 |
familie/gezin |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||