| - | |
gezantsschapsattaché te Kopenhagen, van 9 februari 1923 tot 1923 |
| - | |
ambtenaar ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1923 tot 1924 |
| - | |
tweede gezantschapssecretaris te Boekarest, van 1925 tot 1926 |
| - | |
eerste gezantschapssecretaris te Washington, van 17 april 1926 tot 1929 |
| - | |
eerste gezantschapssecretaris te Mexico, van 1929 tot 1930 |
| - | |
gezantschapsraad te Brussel, van 25 januari 1930 tot december 1934 |
| - | |
gezantschapsraad te Berlijn, van 3 december 1934 tot 1940 |
| - | |
buitengewoon gezant te Londen, 1940 |
| - | |
hoofd afdeling diplomatieke en juridische zaken te Londen, van mei 1940 tot augustus 1940 |
| - | |
buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Washington, van augustus 1940 tot april 1946 |
| - | |
chef directie politieke zaken, ministerie van Buitenlandse Zaken, van april 1946 tot 2 juli 1946 |
| - | |
minister van Buitenlandse Zaken, van 3 juli 1946 tot 7 augustus 1948 |
| - | |
ambtenaar der buitenlandse dienst eerste klasse, van september 1948 tot 1 december 1948 |
| - | |
buitengewoon gezant en gevolmachtigd ambassadeur te Parijs, van 1 december 1948 tot 1 december 1957 |
| - | |
Stemde in augustus 1947 in het kabinet (net als de PvdA-ministers) tegen het voortzetten van de politionele actie in Nederlands-Indië waarbij naar Djocja zou worden opgerukt |
| - | |
Loodste in 1947 de goedkeuringswetten voor de Benelux-verdragen door het parlement. |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap kwam (maart 1948) het Pact van Brussel tot stand, een voorloper van de NAVO. Daarmee werd, naast de op de Verenigde Naties georiënteerde internationale samenwerking, een collectief veiligheidsbeleid een tweede hoofdpijler van het Nederlandse buitenlandse beleid. Daarbij kwam vanaf 1947 het streven naar Europese samenwerking. |
| - | |
Ondertekende in april 1948 het Verdrag over de Europese Economische Samenwerking (OEES) |
| - | |
Ondertekende in juli 1948 namens de Nederlandse regering een overeenkomst met de Verenigde Staten over het Europees Herstel Programma (Marshall-Plan) |
| - | |
Pleitte samen met zijn Belgische en Luxemburgse collega's voor invloed van de Benelux op toekomstige ontwikkelingen in de westelijke bezettingszones in Duitsland |
| - | |
Stelde zich ten aanzien van annexatie van Duits grondgebied door Nederland gematigd op. Streefde naar beperkte grenscorrecties (onder meer in de Eemsmond, bij Bentheim en in Limburg) en naar economische concessies. Door gebrek aan internationale steun konden deze verlangens echter slechts op beperkte schaal worden gerealiseerd. |
| - | |
M.D. Bogaarts, "De periode van het kabinet-Beel 1946-1948. Parlementaire Geschiedenis van Nederland na 1945", Band A (Nijmegen, 1989), p. 265 e.v. |
| - | |
A.E. Kersten, "Boetzelaer van Oosterhout, Carel Godfried Willem Hendrik baron van (1892-1986)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 58 |
| - | |
M.D. Bogaarts, "Aanpassing aan de feiten", in: D. Hellema e.a. (red.), "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken in de twintigste eeuw" (1999) |
| - | |
Wie is dat? 1956 |
| - | |
"Het geslacht van den Boetzelaer. De historische ontwikkeling van de rechtspositie en de staatkundige invloed van een belangrijk riddermatig geslacht" (J.W. des Tombe; bewerkt door C.W.L. van Boetzelaer) (1969) |